Paal en perk aan willekeur

Floris Cohen laveert in zijn nieuwe overzichtswerk als een veerman tussen alfa en bèta. Tegen gevestigde opvattingen in gelooft hij in het ontstaan van de wetenschappelijke revolutie in de 17de eeuw; hij laat de complexiteit van de wetenschap zien, maar maakt haar ook toegankelijk....

Beginzinnen zijn van levensbelang. Wie een roman begint met ‘De portier was een invalide’ opent een andere wereld dan wie de voorkeur geeft aan ‘De volle maan, tragisch die avond, was reeds vroeg, nog in de laatste dagschemer opgerezen als een immense, bloedroze bol’.

Zo is het ook in de geschiedenis en bijgevolg in de wetenschapsgeschiedenis. Een bekend boekje dat de titel De wetenschappelijke revolutie draagt, begint met de simpele (zij het niet zo makkelijk te vertalen) mededeling: ‘There was no such thing as the Scientific Revolution, and this is a book about it.’ Floris Cohen probeert in zijn jongste boek aan te tonen dat die wetenschappelijke revolutie zich wel degelijk heeft voorgedaan en hij weet de Nederlandse burger al in zijn eerste zet te motiveren: ‘Als u, lezer, meer dan zeg twee eeuwen eerder was geboren, is de kans groot dat u arm zou zijn geweest, erg arm zelfs.’ Met paradoxen, zo moet hij geredeneerd hebben, kom ik er niet in dit moeras, ik doe meteen een beroep op hun portemonnee.

De wetenschapsgeschiedenis is een van die aftakkingen van de gemoedelijke moederwetenschap – de Arabistiek is een ander voorbeeld – waarin elke heilige zijn kaars en elk geloof zijn kapel opeist. Het is alsof dat soort vakken gevoed wordt door een voortdurende veenbrand, die bij tijd en wijle aan de oppervlakte komt in een fel uitslaand thematisch vuur. De wetenschappelijke revolutie is een van die thema’s. Het nadeel ervan is onderlinge tegenwerking en verdachtmaking, het voordeel discussie en beweging. Grote belangen staan op het spel, niet alleen fondsen voor onderzoek en banen aan universiteiten, maar ook posities in een van de belangrijkste debatten over de identiteit van de westerse samenleving en de omgang met de moderniteit.

Worteltrekken

Worteltrekken
Want daarover gaat het debat over de wetenschappelijke revolutie: hoe is de moderne wereld tot stand gekomen, de wereld die ons rijk gemaakt heeft en mobiel, die ons een langer leven bezorgd heeft en de mogelijkheid van een zachte dood. Maar die ons tegelijk beroofd heeft van oude zekerheden. Naarmate de wereld kleiner werd, werd onze twijfel groter, materieel werden we rijker, geestelijk berooider. Verschafte de oude wereld de mens de geborgenheid van een vast wereldbeeld en een zinvol perspectief, de nieuwe wereld biedt slechts het hier en nu en de opdracht er zelf iets van te maken. En de wetenschap, die een centrale rol in deze ontwikkeling speelde, verschanst zich in ontoegankelijke specialismen.

Worteltrekken
Bij een probleem zijn er twee mogelijkheden: zeggen dat het niet bestaat en dat we, al zou het bestaan, er niets aan kunnen doen, of het zo helder mogelijk in deelproblemen uit elkaar halen en deze achtereenvolgens te lijf gaan. De term ‘wetenschappelijke revolutie’ gaat terug tot de constatering van onder anderen de Franse historicus Alexandre Koyré dat de wetenschap in de 17de eeuw niet alleen drastische vorderingen maakte maar ook een totale gedaanteverandering onderging, zodat men wel van ‘revolutie’ moest spreken: ‘De meest diepgaande omwenteling die de menselijke geest sinds de Griekse oudheid tot stand heeft gebracht’, aldus Koyré. Wie de verschillen op een rijtje zet, komt inderdaad tot een opmerkelijk verschil tussen 1600 en 1700, namelijk een totaal ander wereld- en mensbeeld en een totaal andere wetenschappelijke methode.

Worteltrekken
Maar je kunt het ook ontkennen. Je kunt zeggen dat het helemaal niet zo snel ging, dat de ontwikkeling naar de moderne wetenschap al veel eerder, in de Middeleeuwen, begon en tot ver in de 18de eeuw doorging. En dat het beschreven proces eigenlijk een soort worteltrekken was, de finalistische doodzonde onder historici: er was in de 17de eeuw helemaal niet zoiets als ‘wetenschap’ maar een uiteenlopende hoeveelheid ‘culturele praktijken’ die elk hun eigen ontwikkeling kenden. En nog steviger: er bestaat helemaal niet zoiets als een ‘wetenschappelijke methode’, en dus kan die ook niet op revolutionaire wijze tot stand zijn gekomen. Het is een boeiende theorie, onderbouwd met briljante studies, maar het heeft ook iets van het moderne leren: er is geen vaststaand raamwerk, en de verbanden mag je zelf leggen. En het is al vele jaren de dominante overtuiging binnen de wetenschapsgeschiedenis

Worteltrekken
Al vele jaren ook behoort Cohen tot de officiële oppositie. Dertien jaar geleden publiceerde hij met The Scientific Revolution een historiografisch overzicht, waarin hij er geen twijfel over liet bestaan dat die revolutie wel degelijk had plaatsgevonden, en hij beloofde eerdaags zelf uit te leggen hoe de vork in de steel zat. De herschepping van de wereld vult die belofte in, al moeten wij het doen met de volkseditie, zal ik maar zeggen. De veel uitgebreidere Engelse versie verschijnt volgend jaar in Amerika. Dat is in zoverre jammer dat we daardoor een deel van de ideeënrijkdom waaruit het boek bestaat mislopen. Het is ongetwijfeld een bewuste keus geweest waarbij didactische overwegingen een rol gespeeld zullen hebben.

Worteltrekken
Want het is een (boven)meesterlijk boek in de beste betekenis van het woord geworden. Cohen, die in een vorig leven conservator bij het museum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen Boerhaave in Leiden was, legt uit en maakt tastbaar op een manier een grote zaak waardig. De verschillende filosofische overtuigingen en wetenschappelijke theorieën worden toegankelijk gemaakt met concrete voorbeelden en aanschouwelijke redeneringen en er valt geen onvertogen woord (ik bedoel een natuurkundige formule). Maar vooral: de wetenschappelijke ontwikkelingen worden in een cultureel en comparatief perspectief geplaatst dat respect afdwingt.

Worteltrekken
Cohen stelt zich twee grote vragen: hoe is de moderne natuurwetenschap ontstaan en waarom bleef ze voortbestaan? Het antwoord op de eerste vraag wordt gegeven in een vergelijking van de Chinese en de Griekse natuurkennis. Het grote verschil tussen die twee – heel mooi duidelijk gemaakt aan de hand van een vergelijking tussen een Chinese waterklok en een mechanisch uurwerk – is de grotere ontwikkelingsmogelijkheid van de Griekse natuurkennis. Dat maakte die kennis ook gemakkelijker te transplanteren. Het vergrootte niet alleen de overlevingskansen maar ook de mogelijkheid in vertaling aan rijkdom te winnen. Drie transplantaties onderscheidt Cohen: in de 9de, 12de en 15de eeuw. Tweemaal was dus de islam (eerst in Bagdad, later in Toledo) betrokken bij de overleving van wat men voor het gemak de westerse wetenschap noemt.

Worteltrekken
Cohen onderscheidt ook drie wortels, een natuurfilosofische uit Athene, een abstract-wiskundige uit Alexandrië en een latere, meer op waarneming en praktische toepassing gerichte stroming. Het geheel wordt ook tegen een adembenemend politiek-maatschappelijke ontwikkeling geplaatst, want waar in andere culturen door geweld en verovering veelbelovende ontwikkelingen ongedaan werden gemaakt, kroop Europa bij de Vrede van Westfalen (1648) door het oog van de naald. En zo geeft Cohen antwoord op de vraag waarom het proces niet afgebroken werd: door de ontwikkeling van mechanismen waardoor de levensbeschouwelijke implicaties van de nieuwe natuurkennis geneutraliseerd werden, hetzij met maatschappelijke middelen (juridisch, sociaal), hetzij door de klemtoon op de ervaring, de empirie, het experiment te leggen.

Belangrijkste troef

Belangrijkste troef
En daarin legt Cohen zijn belangrijkste troef op tafel, waarmee zijn boek tegelijk praktiseert wat het preekt. Wat er in de 17de eeuw gebeurde is voor natuurkundigen nu zonder historische uitleg en notenapparaat herkenbaar als het soort activiteit waarmee ze zelf bezig zijn. En die activiteit komt neer op het paal en perk stellen aan willekeur. Natuurlijk is die willekeur niet helemaal uit te sluiten, maar ontkennen dat de wetenschap er op indrukwekkende wijze werk van gemaakt heeft, is mal. En wat Cohen in zijn boek doet is proberen, als een veerman tussen de twee werelden van alfa en bèta, de willekeur in de geschiedschrijving ook zo klein mogelijk te maken.

Belangrijkste troef
Dat wil zeggen dat hij zijn lezers in staat wil stellen de complexiteit van de wetenschap te zien en tegelijk de middelen wil aanreiken die kennis te benutten om de eigen tijd een beetje te begrijpen. We leven in een ingewikkelde, verwarrende, en verscheurde wereld. Maar, zegt Cohen, wel eentje waarvoor we zelf verantwoordelijk zijn. En het is aan ons, zo besluit hij met een zin die concurreert met zijn opening, ‘en aan Niemand anders, om van die modern-natuurwetenschappelijk herschapen wereld nu verder het mensenmogelijk beste te maken’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden