'P-town' vangt de essentie van kleur en licht

Al eeuwenlang zoeken kunstenaars elkaars gezelschap. Ze zonderen zich en groupe af om gestalte te geven aan een alternatief voor de burgermaatschappij....

De Cape Cod School of Art kan wel een verfje gebruiken. Romantici zouden het houten gebouw aan Pearl Street wellicht pittoresk noemen, het is krakkemikkig. Maar zeg dat niet hardop, de geest van oprichter Charles Webster Hawthorne waart er nog rond.

Dit is Provincetown, waar de kunstenaar komt om Het Licht te zien. Letterlijk. Charles Webster Hawthorne werd erdoor gegrepen en verblind, toen hij eind vorige eeuw neerstreek in de meest noordelijke duinen van Cape Cod, het smalle schiereiland voor de kust van Massachussets. Door het oogstrelende mirakel, dat keer op keer aan kunstenaars is geopenbaard; Hawthorne zag het als eerste.

Hij ging op een duintop staan en bemerkte dat de hemel hem van drie kanten toestraalde: van boven, vanaf de zee en vanaf het zand. In 1899 opende hij op die plek de Cape Cod School of Art, waar vooral het impressionistisch schilderen in de open lucht werd onderwezen.

Na zijn dood in 1930 zette pupil Henry Hensche de traditie voort, en sinds 1984 wordt de school geleid door diens idolate leerling Lois Griffel. Zij spreekt ronduit lyrisch over Hensche en zijn kleurentheorie. 'Overal in de wereld kun je technieken leren, maar alleen in Provincetown vind je de essentie van kleur en licht. Hensche kon dat in woorden vangen, dank zij de lessen van Hawthorne.'

Het was de charismatische uitstraling van laatstgenoemde, waardoor Provincetown zo populair werd. 'De grootste kunstenaarskolonie ter wereld', kopte de Boston Globe in 1916. Meer dan driehonderd artiesten en studenten woonden en werkten er, elkaar inspirerend op zes levendige academies. Die toestroom was niet alleen te danken aan het wonderschone licht ter plekke en de aanwezigheid van Hawthorne. Europa stond al twee jaar in brand, en veel Amerikaanse kunstenaars konden daardoor de traditionele oversteek naar Frankrijk niet maken. Bovendien waren er veel mooie meiden in het Portugees getinte vissersdorp, die bereid waren model te staan.

Pluralisme is het trefwoord waarmee 'P-town', het koosnaampje in de volksmond, zich graag afficheert. Dat alle rangen en standen, opvattingen en stijlen vredig met elkaar samenleven, daar zijn de luitjes van Provincetown trots op. Zeker in de jaren twintig en dertig was het voor de modernisten enerzijds en de impressionisten anderzijds geen vanzelfsprekendheid.

Vertegenwoordigers van die twee stromingen konden elkaar niet luchten of zien - wat tamelijk lastig was in zo'n kleine gemeenschap. 'Ze vermeden elkaar hardnekkig', zegt Robyn Watson van de plaatselijke Art Association & Museum. Tien jaar lang organiseerden beiden hun eigen tentoonstellingen, totdat de strijdbijl in 1937 werd begraven en het kon voorkomen dat er op een en dezelfde expositie zowel modernistisch als impressionistisch werk hing. Op aparte muren, dat wel.

Die animositeit is het gevolg van de heersende 'democratie', verklaart Robyn Watson, die soms extreme vormen aanneemt. 'We zullen elke kunstenaar accepteren, ook al komt die niet van de beste kunstacademie. Zolang hij of zij maar iets maakt dat er goed uitziet.'

Kunstkritiek en dorpsroddel liggen in Princeton niet ver uit elkaar. 'We bekvechten de hele tijd', zegt Watson. 'Wie zich in Provincetown vestigt, krijgt ter verwelkoming tien vijanden toegewezen', is er dan ook een gevleugelde uitdrukking.

Anno 1998 is Provincetown een kalm stadje met een kleine 3500 inwoners, althans in de wintermaanden. Met het naderen van de zomer groeit het uit tot een bruisend vakantieoord met circa veertigduizend mensen. Op een hete augustusdag komen daar nog eens zestigduizend dagjestoeristen bij. Met name de homoseksuele gemeenschap uit Boston en New York brengt hier de vakantie door.

'Wat Woodstock is voor hippies, is Provincetown voor homo's', zegt Mary Anna Goetz, die in Woodstock woont. Goetz is een van de docenten aan de Cape Cod School of Art. Ze groeide op in Oklahoma City, en wordt daar liever niet aan herinnerd. Haar ouders, gerenommeerde kunstenaars, togen elke zomer met het gezin naar Provincetown. 'Het was exotisch, en nog steeds. Als ik hier arriveer, word ik ingepalmd door het licht en de vrijheid.'

Goetz mist Provincetown wanneer ze haar auto na enkele weken lesgeven weer volstouwt met ezels en schilderijen. En Provincetown mist haar, prent ze zich in. Zoals ook Claes Oldenburg er nimmer is vergeten.

Met name het lokale restaurant The Moors bewaart dierbare herinneringen aan hem. Oldenburg hield zich als jongeman in leven door zich 's avonds in de spoelkeuken van het restaurant in het zweet te werken. Overdag was hij in de duinen te vinden. Hij zwoegde daar op zijn beeldhouwwerken, die bij het zakken van de zon onder het zand werden begraven. De volgende ochtend werd de arbeid hervat.

Deze prozaïsche levensstijl, die de schone kunsten combineerde met eenvoudig betaald werk, was voor velen de enige manier om het onovertroffen licht uit te buiten, zonder meteen platzak naar de stad te moeten terugkeren. Zo portretteerde een jeugdige Lois Griffel in de ochtenduren toeristen op het strand; met het geld dat ze ermee verdiende, kreeg in de namiddag haar leermeester Hensche betaald.

Alleen wie het had getroffen, kon zich onbelemmerd met schilderen, beeldhouwen, schrijven of dichten bezig houden. Die had dan waarschijnlijk een uitnodiging op zak van het Fine Arts Work Center, dat eind jaren zestig de Lumberyard betrok en nu nog steeds, als enige organisatie in Amerika, kunstenaars voor langere tijd kost en inwoning verschaft. De eenvoudige houten huisjes staan er al sinds 1911; aanvankelijk waren ze bestemd voor het personeel van de houtfabriek.

Eindeloos is de lijst van internationaal beroemde kunstenaars, die kortere of langere tijd in Provincetown neerstreken. Daartoe behoren ook Eugene O'Neill, Edward Hopper en Norman Mailer. En ook Andy Warhol, Marlon Brando, Billie Holiday en Richard Gere kwamen er graag, maar niet alleen voor kunstzinnige uitspattingen.

'De tolerantie is enorm in Provincetown', zegt conservator Watson. 'Het is een veilige haven waar je kunt experimenteren en zonder gevaar kunt mislukken. Dat is nog steeds zo. En in die zin blijven we een ware kunstenaarskolonie. Er zijn geen sterren, ook al denken sommigen dat ze het zijn. Maar ze zijn het niet, niet hier.'

Tim Overdiek

Dit is de zesde aflevering in een serie die deze zomer op dinsdagen en zaterdagen wordt gepubliceerd. Eerdere afleveringen verschenen vanaf 11 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden