P.C. Hooftprijs voor de unieke Rus uit Leiden

Maarten Biesheuvel..

AMSTERDAM Na de oorlog nam zijn vader, archivaris bij de scheepswerf Wilton Feyenoord, zijn zoon Maarten (23 mei 1939, Schiedam) achter op de fiets en liet hem voor het eerst de zee zien. De jongen had zich er thuis veel van voorgesteld, wegdromend bij plaatjes. Te veel. Eenmaal aan de kust blijkt het gemeen koud te zijn, de verbeide horizon verbergt zich achter schuimkoppen. Maarten staat te kleumen in zijn doorweekte schoenen, en begint te huilen. Thuis verscheurt hij de plaatjes, en vraagt hij zijn vader of ze de volgende keer naar de woestijn kunnen.

Dit vertelt J.M.A. Biesheuvel in het autobiografische verhaal Thalassa!, een van de vele die hij vooral tussen 1972 en 1995 publiceerde. Zijn complete oeuvre, dat in vier delen door Van Oorschot wordt uitgegeven in 2008, is beraamd op ruim drieduizend pagina’s. ‘Tsjechov schreef er zesduizend, en dat is eigenlijk te veel,’ zei Biesheuvel in 2002 in de Volkskrant, toen er na jaren van stilte weer een bundeltje ultrakorte verhalen verscheen: ‘Je komt er dan niet toe om alles te lezen. Dus ik mag blij zijn dat Eva, die ik altijd mijn verhalen voorleg, wel zesduizend bladzijden in de prullenmand heeft gegooid.’

Met Eva wordt mevrouw Biesheuvel-Gütlich bedoeld, die dikwijls in zijn openhartige verhalen figureert, en die hij in 1958 leerde kennen. Eva heeft alles met hem meegemaakt, of van dichtbij gevolgd: zijn gymnasiumtijd, zijn periode als ketelbink, de studie rechten met bijvak Russisch in Leiden (1961-1969), zijn verering van prof. Karel van het Reve (in wie hij god zag), zijn opname in 1966 en 1969 in de psychiatrische inrichting Endegeest (door hem zelf unverfroren ‘het gekkenhuis’ genoemd), en daarna het schrijverschap.

Daarin kon Biesheuvel alles uitleven: zijn verlangens, herinneringen aan de gereformeerde jeugdjaren, de onvermijdelijke confrontaties met ‘de verpletterende werkelijkheid’, de sprookjes (over Hoe de dieren in de hemel kwamen, of Hoe de pelikaan aan zo’n grote snavel komt), de zeeverhalen.

Het leverde hem in zijn gloriejaren een groot publiek op, dat moeiteloos werd meegevoerd door Biesheuvels fantasie en humor. In Sunny Home, sinds 1980 de woning van de ereburger van Leiden, werd de ketelbink van weleer steeds meer een reiziger door zijn eigen kamer. Uit zelfbehoud werd de ‘angstkunstenaar’ op een pillenmenuutje gezet. Daarover zei hij: ‘Nu mijn ergste krankzinnigheid voorbij is, gaat het schrijven ook moeilijker. Als je minder gek bent, word je minder op je staart getrapt, en dan piep je niet.’ Zijn laatste boek draagt de unieke titel Oude geschiedenis van Pa die leefde als een dier want hij schaamde zich nergens voor en hij was erg practisch.

Hij bleek het nog altijd te kunnen, de Rus uit Leiden die geen kranten leest of tv kijkt, en op gezellige toon de merkwaardigste verhalen kan vertellen. Zoals Het wonder (1995), over die keer in 1953 dat hij met zijn vader tijdens een zomerreisje in de Vogezen een draaiende as ontdekte die uit de grond stak. Maar dit is de áárdas, roept vader opgetogen. Samen smeren ze het ding met olie in, opdat de boel blijft draaien. En vader rekent Maarten voor dat op het verre Java de andere punt van de as uit de grond moet komen, en dat God de aarde ‘ongeveer Noord en Zuid’ vasthoudt, ‘zoals je een pennenkoker tussen de palmen van je handen kan klemmen’. Soms geeft God de aarde met zijn kin een zetje.

Maakt het iets uit wat dit betekent? Het is een magisch verhaal. Net zoals de klassieker Brommer op zee (uit het debuut In de bovenkooi, 1972), over de jongen Isaäc (die ‘er nooit echt bij hoorde’), die ’s nachts op zijn schip staat en ineens een bromfietser ziet aankomen. Hij maakt een praatje met de man, maar kan helaas niet met hem mee. De volgende dag wil niemand Isaäc geloven. ‘Hij hoorde niet op de wal, hij hoorde niet bij de bemanning, hij hoorde zélfs niet bij de man van de brommer.’

Vergeleken bij ‘echte genieën’ als Nabokov, Tolstoj en Elsschot vindt Biesheuvel zich maar een kleintje: ‘Maar ik denk dat ik het taboe op gek-zijn heb opengegooid, zoals Gerard Reve het taboe op homoseksualiteit.’ Dat is waar, maar te bescheiden gesteld. Zijn onstuimige verteltalent – nu bekroond, wat hem met de toekomstige heruitgave een nieuw publiek kan bezorgen –, heeft jarenlang lezers verleid hem te volgen op De Weg naar het Licht, er met hem in gelovend dat ‘de wereld beter moet worden’. Al zal het paradijs onbereikbaar blijven. Maar met Biesheuvel binnen handbereik kun je zelfs daar vrede mee hebben.Arjan Peters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden