Review

Overvloedige liefdesverklaring van een postume vriend

Liefhebben is verduiveld moeilijk, maar Goethe was die duivelskunstenaar, blijkt uit de biografie

Het kan niet anders, of Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) zou zich mateloos geërgerd hebben aan biografen en exegeten die hem aanbidden als een heilige, als een profeet met een programma. Wie uit het levenswerk van Goethe een ideeënsysteem of een esoterische geheime leer probeert te wringen, wie werkelijk meent dat elk beeld in zijn proza, poëzie, dramatische en wetenschappelijke geschriften 'eigenlijk' een metafoor is voor een hoger inzicht, doet niet alleen het werk tekort, maar ook de schepper ervan.

Onder het mom van aanbidding is dan sprake van vernedering: veel Goethe-liefhebbers willen er niet aan dat hun held er ook een speelse, roekeloze levensstijl op na hield, en kon plagen en haten, en grof in de mond kon zijn, en genoot van dubbelzinnige, zinnelijke 'betrekkingen' die hem op een later moment tot pathetische weemoed konden stemmen.

Voor filosoof en biograaf Rüdiger Safranski, die Goethe al vaker ten tonele voerde, onder andere in zijn boek over de Romantiek (2007), in de biografie van Friedrich Schiller (2004) en natuurlijk in het boek over de vriendschap tussen Schiller en Goethe (2009), is laatstgenoemde gelukkig geen ongrijpbare, kwikzilverachtige persoonlijkheid zonder vaste kern of diepte. Integendeel. Goethe bepaalt zelf welke mensen en gebeurtenissen hem mogen omvormen en veranderen, en het is omwille van de kunst dat hij koppig weigert vast te groeien met de een of andere rol.

Kameleon

De ogenschijnlijke kameleon is levenslang trouw aan het principe van de natuurlijke metamorfose, hoe paradoxaal dat ook mag lijken. Het middelpunt in vele samenkomsten, maar ook iemand die aldoor zelf naar het juiste midden blijft zoeken en zichzelf daarbij niet spaart. Dat Goethe de levenskunst beoefende, laat Safranski elk hoofdstuk blijken. Toch zou Goethe aan de huidige levenskunstcursussen, 'zingevingsvraagstukken' en georganiseerde bezinning en bezieling een broertje dood hebben gehad. Hoezo: je terugtrekken uit de wereld en het juiste 'kairotische' moment afwachten? Je kunt evengoed met volle interesse aan wereldse zaken deelnemen en je afschermen voor kleingeestige of heethoofdige types en zelf een masker van gelijkmoedigheid opzetten, zodat er een vrije speelruimte voor het onderzoekende, creatieve gemoed blijft om iets nieuws te maken: over vrijheid klets je niet, je moet het doen.

'De mens kent zichzelf slechts voor zover hij de wereld kent, die hij alleen in zichzelf en zichzelf alleen in haar gewaarwordt', schrijft Goethe. En die zinnen worden voorafgegaan door een simpele opmerking van Safranski: 'Zelfkennis bestaat voor hem alleen via de omweg van de wereld.' Om het citaat te besluiten met: 'Dat betekent allereerst dat je jezelf primair leert kennen door wat je hebt gedaan en niet door begeleidende reflectie, laat staan door die psychische binnenwerelden die nooit vorm willen aannemen. En ten tweede dat je de reacties en inzichten van anderen nodig hebt. In hun spiegel, dus in de spiegel van andermans kennis, ontstaat zelfkennis. Ik ken mezelf omdat ik gekend word.'

Boezemvriend

Waarbij je je vrienden wel onder hartsgelijken moet kiezen. Dat is misschien de crux: Goethe blijft zijn leven lang nieuwe vriendschappen aangaan, en koestert geen enkele vriendschapsband om de gemakkelijke vertrouwdheid alleen. Hij lijkt een boezemvriend van het leven zelf, van zijn ondoorgrondelijke verloop, en zelfs van zijn schijnbaar zinloze, onverklaarbare duisternissen.

Goethe durfde op voet van gelijkheid te verkeren met de stenen en de sterren, met goden en demonen, met eigen gaven en opdrachten van buitenaf, met de tijd, de wereld, met christendom, atheïsme, pantheïsme, met de islam, en met Fichte, Hegel, Schopenhauer, en er toch het zijne van te denken, dichtenderwijs. Een soeverein die prima zonder leerstellingen kan, en zonder lovende recensies, maar niet zonder het tegenwicht van zielsverwanten. 'Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt - glucklich allein ist die Seele die liebt.' Opmerkelijk, dat die laatste regel zo zelden wordt geciteerd. Liefhebben is verduiveld moeilijk, maar Goethe was die duivelskunstenaar. En de lezer van Safranski's biografie zou bijna de god willen zijn die Goethe de jonggestorven Schiller terug had kunnen geven. Omwille van een heelheid die nooit tot een abstractie, nooit tot een eenheid is terug te voeren, zonder het meerduidige leven schade toe te brengen. Schiller postuleerde de Spieltrieb, de behoefte tot spelen, Goethe belichaamde haar.

Maak er wat van, overal en altijd, maak er alles van - dat is waartoe Goethe aanspoort. En wacht het juiste moment vooral niet af. Ook Safranski wachtte niet langer af: zijn biografie laat zich lezen als de overvloedige liefdesverklaring van een postume vriend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.