Overtuigend, inlevend en kolderiek: Jan Steen was een prima historieschilder

Kunst - Jan Steen vertelt (Mauritshuis)

RECENSIE: JAN STEEN

****

Jan Steen, De bruiloft te Kana, National Gallery of Ireland, Dublin, 1626-1679, olie op doek, ©Mauritshuis Beeld Presented, Sir Alfred and Lady B

De historiestukken van Jan Steen waren lang een ondergeschoven kindje. Onterecht, blijkt in het Mauritshuis. Al zijn zijn werken eerder kolderiek dan dramatisch.

Het leukste detail in de Jan Steen-tentoonstelling in het Mauritshuis in Den Haag is een clubje wijndrinkers. Ze staan links op de voorgrond van De bruiloft te Kana (1670-72), alwaar die malle Jezus Christ Superstar zojuist water in wijn heeft veranderd. Alles aan ze is geïnspireerd: hoe ze hun glazen vasthouden en hoe ze de drank besnuffelen als vinologen op een wijnproeverij. 

Als kijker vind je zo’n groepje drinkers al snel vanzelfsprekend, maar dat zijn ze natuurlijk niet. Nergens in de Bijbel staat dat er op die bruiloft daar in Kana een stel genodigden met tulbanden aan glazen stond te ruiken, net zoals nergens staat dat er een gebochelde dwerg met een lepel aan zijn muts rondscharrelde, of dat er een oude vent op een trapje zat die niet mee naar huis wilde, alle inspanningen van zijn echtgenote ten spijt. Zulke vondsten zijn het product van een zich inlevende geest (en variaties op eerdere verbeeldingen). Jan Steen en de historieschilderkunst zitten er vol mee.

Deze expositie toont 21 historiestukken van Steens hand, krap eenderde van zijn bewaard gebleven productie in het genre. Lang golden ze als een ondergeschoven kindje, zulke bijbelstukken en mythologieën. In populariteit legden ze het af tegen Steens schilderijen van kwakzalvers en koppelaarsters en dienstertjes en huishoudens, altijd weer die rommelige huishoudens. Ze zijn afkomstig uit relatief obscure collecties als The Bute Collection in Mount Stuart of het North Carolina Museum of Art in Raleigh, en ze staan pas sinds kort weer in de aandacht. Het Mauritshuis kocht er in 2011 bijvoorbeeld een: ­Mozes en de kroon van de farao uit 1670 (een van de twee Steens waarvan de voortekening bewaard bleef, en alleen al daarom bijzonder).

Vanwaar de miskenning? Vanwege Steens reputatie als genre-schilder, wellicht, een krachtig imago dat meer tot de verbeelding spreekt dankzij het vermeende (maar zelden bewezen) biografische karakter, en ook wegens de toon van de historiestukken zelf. Steen was aards en grappig waar verhevenheid en ernst de norm ­waren; voor zijn Romeinse banketten liet hij dezelfde grijnzende varkenskoppen en schele neuzen aanrukken die men gewoonlijk aantreft in zijn Hollandse herbergen. Ouderwetse verzamelaars en connaisseurs vonden dat maar boers en ongepast en dus bestempelden ze Steens historiestukken lange tijd tot tweede garnituur.

Onterecht. Steen was een prima historieschilder, zij het een die in niets leek op de schilders die indertijd als de crème de la crème golden, de Caravaggio’s en Van Dycks van deze wereld. Zijn schilderijen zijn kleiner dan die van hen en ook minder compact van compositie, met veel figuren, handig over het doek verspreid – figuren die herkenbaar zijn aan hun misbaar en toneelmatige gedrag: overdreven gebaren, uitpuilende ogen (de hele setting ziet er bij Steen uit als een schouwtoneel). De werken hebben een hoog Benny Hill-gehalte. Ze zijn eerder kolderiek dan dramatisch.

Deze bijvoorbeeld, De Woede van Ahasverus. Dat verhaal gaat als volgt: de listige onderkoning Haman beraamt een moord op de Perzische ­koning Ahasverus en tijdens een banket, waar ook de koningin aanzit, komt dit aan het licht – en wij zijn er getuige van. Hoe reageert Ahasverus? Woedend. Hij veegt een pauwenpastei met een brede armzwaai van tafel en balt zijn vuist naar de ineenkrimpende onderkoning. Steen schildert dit alles overtuigend, met een angstig kijkende wijnschenker en een opgeschrikt hondje, maar niet zonder de aandacht te vestigen op het tafelkleed en de tergend traag wegglijdende pastei. Curieus. Hij is als de regisseur die zegt: ja, die boze koning is boeiend, maar de set en props zijn dat ook, let u daar dus ook even op.

WELKE VERHALEN SCHILDERDE JAN STEEN?

Welke thema's waren bij Steen geliefd? Hij had een voorkeur voor verhalen uit het Oude en een enkele keer ook uit het Nieuwe Testament, evenals episoden uit Ovidius' Metamorfosen en de Romeinse geschiedenis: De aanbidding van het gouden kalf, Simson en Delila et cetera – eigenlijk ieder verhaal dat hem in staat stelde een groot en divers gezelschap ten tonele te voeren. Deze geschilderde toneelstukken zijn wisselend van kwaliteit. Meer dan bij andere schilders bepaalde het budget (oftewel: de tijd die Steen aan een stuk kon schaven) het eindresultaat. Een enkele keer, zoals bij De Bespotting van Ceres (1665-70) is het eindproduct dermate flets dat de vraag rijst of het hier wel een authentieke Steen betreft. En dat is geen vergezochte vraag. Toen de schilder in 1679 op 53-jarige leeftijd overleed liet hij namelijk naast de nodige half voltooide schilderijen ook een flinke schare (bijna) volwassen kinderen na. Dat zij wilden profiteren van hun vaders reputatie en daarom de productielijn nog een tijdje hebben voortgezet, is allesbehalve ondenkbaar.

Jan Steen en de historieschilderkunst, Mauritshuis, Den Haag t/m 13/5.

Catalogus: Waanders Uitgevers, Zwolle, paperback, € 27,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.