Overstap is goed voor het theater

Ineens ging de poort naar de theaterhemel open voor Theu Boermans. In Den Haag kan hij het artistieke profiel heldere contouren geven....

amsterdam De even opmerkelijke als verrassende benoeming van Theu Boermans tot artistiek directeur van het Nationale Toneel in Den Haag markeert het feit dat Boermans op alle fronten winnaar is geworden van de merkwaardige tombola die het Nederlandse theaterbestel soms is. Toen twee jaar geleden werd gezocht naar gekwalificeerde artistiek leiders voor de acht grote stadsgezelschappen, viel Boermans’ naam voortdurend. Zou hij naar Arnhem gaan, Maastricht, Groningen of Utrecht? Zijn balboekje leek vol, maar Boermans weigerde de dans en bleef vechten voor zijn Theatercompagnie. Hij zette hoog in: hij wilde naast Toneelgroep Amsterdam in de culturele hoofdstad van het land het tweede stadsgezelschap zijn.

Het werd hem niet gegund: eerst afgewezen door de Raad van Cultuur, daarna door het Fonds voor de Podiumkunsten en ook de gemeente Amsterdam vond zijn plannen een maatje te groot. Iedereen was vol lof over Boermans’ kwaliteiten als regisseur, maar algemeen was de mening dat De Theatercompagnie zijn beste tijd had gehad.

Boermans stapte naar de rechter, tot twee keer toe met succes. Maar dat betekende niet dat hij alsnog subsidie kreeg. En toen, veertien dagen geleden, ging ineens de poort naar de theaterhemel voor hem open. Evert de Jager van het Nationale Toneel vroeg hem te komen praten over een overstap. En niet zomaar eentje: artistiek directeur moest hij worden – een vacante plek nu Johan Doesburg alleen nog maar wil regisseren.

Het is inmiddels beklonken: vanaf september 2011 is Boermans artistiek directeur van het op een na grootste theatergezelschap – dat 400 voorstellingen per jaar speelt, honderdduizend bezoekers trekt, met 70 mensen in vaste dienst en een jaarlijkse subsidie van 5,8 miljoen euro. Cijfers waarvan de Theatercompagnie nooit heeft durven dromen.

Het artistieke gezicht van Nationale Toneel is de afgelopen jaren niet altijd even duidelijk geweest. Johan Doesburg, even eigenzinnig als aimabel, is altijd meer maker geweest dan manager en heeft, anders dan bijvoorbeeld Ivo van Hove in Amsterdam en Aus Greidanus bij De Appel, niet echt een persoonlijk stempel op de groep gedrukt. Den Haag was altijd een beetje een duiventil waarin gerenommeerde regisseurs als Erik Vos en Franz Marijnen in en uit vlogen, en jonge talenten als Suzanne Kennedy en Laura van Dolron kansen kregen. Aan Boermans nu de taak het artistieke profiel heldere contouren te geven.

Het is een slimme zet van het Nationale Toneel om de enigszins ontheemde Boermans binnen te halen. Het is ook goed voor Boermans, die nu niet in de marge belandt of naar het buitenland uitwijkt.

Een wederopstanding van De Theatercompagnie lag niet voor de hand – ook de roemrijkste theatergroepen zijn aan slijtage onderhevig. Maar Boermans heeft doorgevochten, heeft zijn status mee, en kan op de nodige goodwill rekenen. Terecht: in een land waarin begeesterde toneelleiders schaars zijn, moet zo iemand aan het werk blijven. In Den Haag kan hij doen wat hij altijd heeft willen doen, maar dan een maatje groter: regisseren in grote en kleine zaal, nieuw talent begeleiden en de groep internationaal positioneren.

Bovendien, en daarover zal Boermans verheugd zijn, zullen zijn Haagse producties in de toekomst ook in Amsterdam te zien zijn. Toneelgroep Amsterdam heeft er een concurrent van niveau bij, en dat is alleen naar goed voor het toneel in Nederland.

Hein Janssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden