Overleven, maar als wat?

De massamedia verkeren in een diepe crisis. Vooral de kranten hebben het zwaar te verduren. Zij verliezen massaal abonnees en advertentie-inkomsten....

Hoe zien die eruit? En welk probleem wordt daarmee opgelost?

De scheidende voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, Pieter Broertjes, gebruikte zijn afscheidsrede om zijn visie te geven.

Voor hem staat het vast dat met de 'nieuwe media' en vooral met de komst van internet, de afkalving van de traditionele massamedia is begonnen. Van alle media is de krant qua waardering onderaan komen te bungelen. Door de nieuwe media, zegt Broertjes, 'is de wijze waarop nieuws met name door jongeren wordt geconsumeerd, volledig veranderd. Traditionele scheidslijnen tussen informatie, duiding en amusement worden minder belangrijk gevonden. Mensen willen zelf bepalen wat ze waardevol vinden en wat niet'.

Het verhaal van Broertjes, voor een hoofdredacteur van een krant begrijpelijk, schetst de mogelijkheden van kranten in een medialandschap met toenemende concurrentie te overleven. In ieder geval zullen journalisten hun werkwijze moeten herijken. Daarbij moeten de grondslagen van de moderne journalistiek ter discussie komen te staan. Hij citeert met instemming mediaonderzoekster Irene Costera Meijer die journalisten oproept eigen normen en waarden ter discussie te stellen. 'Bedenk tevoren welk verhaal je wilt vertellen en hoe je nieuwsfeiten boeiend kunt maken voor de kijker, luisteraar of lezer. Een krant moet lekker zijn, anders lezen jongeren hem niet'.

In zijn visie is het dilemma waar nieuwsmedia voor staan: of kiezen voor de eigen elitaire aanpak, of je volledig laten leiden door je lezers, luisteraars en kijkers. Waarna hij het dilemma weer nuanceert door te stellen dat 'Schrijven om gelezen te worden toch weer iets anders is dan: u vraagt wij draaien'.

Pieter Broertjes probeert daarmee het onverzoenlijke te verzoenen. In de praktijk zal blijken dat die nuance geen werkbaar alternatief zal bieden. De oorzaak van alle ellende is namelijk niet dat jongere generaties het nieuws en serieuze informatie op een andere, 'lekkere' manier willen consumeren, maar dat zij nieuws en serieuze informatie helemaal niet meer willen consumeren.

Het is een illusie te denken dat zij het werk van degelijke journalistiek wel zullen accepteren als dat geschreven is vanuit de 'belevingswereld' van jongeren. In de belevingswereld van jonge mensen is informatie die betrekking heeft op het functioneren van politiek en samenleving steeds minder relevant, omdat de betrokkenheid bij politiek en samenleving per generatie geringer wordt.

Door de media aan te passen aan het mediagebruik van de jongere generaties zullen die media steeds minder aantrekkelijk worden voor de 'ouderwetse' nieuwsconsumenten. In de hoop jongere generaties voor de krant te winnen, dreigt een point of no return te worden gepasseerd, waardoor trouwe generaties krantenlezers worden weggejaagd.

De aard van het probleem zet niet alleen de toekomst van de media op het spel, maar de toekomst van de democratie als zodanig. Politieke partijen hebben namelijk met eenzelfde soort ontwikkeling te maken als de media. Ook die proberen zich zo veel mogelijk te richten op de belevingswereld van de mensen, ook daar pogingen het werk van politici 'lekker' te presenteren. Oneliners overwoekeren argumentatie, de 'gevoelens' van het electoraat worden belangrijker dan het verstand van de politici. De vorm is belangrijker geworden dan de inhoud. Het kortetermijndenken prevaleert.

Kortom: het populisme wordt omhelsd en het verschilt nauwelijks van de overlevingsstrategie van de media.

In onze egalitaire cultuur ligt het gevoelig te praten over de rol van de elite. Sociologisch gezien heeft de elite altijd gefungeerd als referentiekader van de middenklasse, die weer het referentiekader vormde voor de lager opgeleiden. Die 'sociale ladder' lijkt niet meer te functioneren.

Een omgekeerd proces van beïnvloeding doet zich voor. Steeds meer intellectuelen passen zich aan bij de 'volkse' cultuur. Uit angst voor politiek correct te worden versleten hebben veel intellectuelen zich onttrokken aan het publieke debat, vooral over een aantal heikele onderwerpen. De rol van de elite lijkt uitgespeeld.

Ik geloof dat het strijken van de vlag door de elite, om het sociologisch te formuleren, het verdwijnen van de maatschappelijke bovenlaag als referentiekader, de doodklap kan zijn voor de democratie zoals wij die kennen.

Die bovenlaag is natuurlijk niet verdwenen. Integendeel: die wordt in de kenniseconomie steeds groter. Mij lijkt de strategie die NRC Handelsblad heeft gekozen om zich consequent op die groeiende groep te richten, de beste. Als de nieuwe maatschappelijke bovenlaag ook weer als referentiekader zou gaan functioneren voor de maatschappelijke lagen daaronder, wordt de krant weer een gewild instrument om 'erbij' te willen horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden