Over Jan Blokker: of hoe kleine veranderingen kunnen leiden tot grote en onoplosbare problemen

De huiscolumnist van de Volkskrant, Jan Blokker, stopt ermee. Hij gaat weg uit onvrede over de manier waarop de redactie met hem is omgesprongen, schreef Blokker afgelopen zaterdag in zijn column....

Zo is het begonnen. Blijkbaar niemand heeft al die tijd bedacht dat ik me als een snotjongen behandeld kon voelen. Blijkbaar is ook geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat ik na vijf of zes herhaalde maar vergeefse ‘‘protesten’’ bij de aardige hoofdredacteur, wel tot de conclusie moest komen dat ze me niet meer lustten.

Het is jammer. Ik neem met pijn in het hart afscheid van een even spannende als capricieuze krant.’

Als dit de ware toedracht is, en deze werd niet weersproken in een kort nieuwsbericht dat naast de column stond, is de (hoofd)redactie wel erg slecht bezig geweest met een kroonjuweel van de krant.

Hoofdredacteur Pieter Broertjes kwam zaterdag in de krant niet verder dan dat hij zijn best heeft gedaan Blokker te behouden en dat het vertrek voelde als een amputatie. Maar, zo vragen tientallen lezers zich sinds zaterdag af, had Broertjes het niet zelf moeten en kunnen voorkomen?

En klopt de lezing wel zoals Jan Blokker die geeft?

Op basis van gesprekken die ik maandag voerde met de drie hoofdrolspelers (Jan Blokker, de chef van het katern Wim Wirtz en hoofdredacteur Pieter Broertjes) heb ik me een beeld kunnen vormen van de gang van zaken en de wijze waarop een simpele journalistieke afweging is ontspoord en verworden tot een tragische, maar mijns inziens onnodige, breuk tussen krant en columnist.

Terug naar de gang van zaken. De redactie van Cicero wilde de frequentie van Blokkers boekbesprekingen in diens rubriek ‘Als de dag van gisteren’ terugbrengen van eens in de week naar eens in de twee weken. Zij wilde meer ruimte vrijmaken voor non-fictie en meer recensenten aan bod laten komen. Dat is aan hem uitgelegd, zegt de redactie – opgelegd zonder uitleg, zegt Blokker. Feit is dat hij het daarmee niet eens was. ‘Als ze mijn stukken niet willen, moeten ze dat zeggen’, zei hij gisteren.

Maar dat is niet waar het om draait. De boekenredactie wilde naast zijn stukken ook ruimte voor andere. Zo is ook met Kees Fens gesproken over de frequentie van zijn stukken. Dat voorstel is bij Blokker verkeerd gevallen. Hij miste de argumentatie daarvoor, of heeft die niet willen begrijpen. Het plan is wat Jan Blokker betrof niet doorgevoerd. Blokker stopte zijn rubriek direct, wat in ieder geval bij mij tot geen enkele klacht of vraag van lezers leidde. In de maanden daarna heeft Blokker geprobeerd de hoofdredactie op andere gedachten te brengen, onder meer door te laten weten dat hij desnoods zou overstappen met zijn boekrecensies naar een andere krant.

Al die tijd heeft de hoofdredacteur geprobeerd de zaak op te lossen, wat uiteindelijk leidde tot een voorstel dat in mijn ogen alleszins aanvaardbaar was (de rubriek wordt hervat, wekelijks), maar waarvan Blokker zegt dat hij dat belachelijk en onwerkbaar vond. Hij zag geen mogelijkheid meer nog langer met de boekenredactie te werken. Daarop heeft de recensent Blokker zijn medewerking aan Cicero opgezegd en de columnist Blokker zijn medewerking aan de krant.

Op basis van de gesprekken met de drie betrokkenen concludeer ik dat Blokker zichzelf en de krant tekort heeft gedaan. Hij heeft een klein conflict over zijn recensies opgevat als een motie van wantrouwen aan zijn adres, wat nooit zo was bedoeld.

Wat je de hoofdredactie kunt verwijten, is dat zij het conflict te lang heeft laten voortbestaan, wat Blokker (ten onrechte) sterkte in het idee dat hij niet meer gewenst was. Ik vermoed dat de hoofdredacteur de woede en het ego van Blokker heeft onderschat. Voor de hoofdredactie en Cicero ging het alleen om de frequentie van een boekenrubriek, Blokker zag het als een aanslag op zijn persoon. Toen de hoofdredacteur dat inzag en bestreed, was het voor Blokker te laat. Hij kon voor zijn gevoel niet meer terug, met alle trieste gevolgen van dien.

Waar er twee vechten hebben er twee schuld. De vraag is wat zwaarder weegt in de afrekening: een inschattingsfout over een ego of de grootte van dat ego.

Thom Meens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden