boeken

Over de nieuwe boeken van 2022 waarop wij ons verheugen (en waarom ‘het nieuwe’ even onweerstaanbaar als gevaarlijk is)

Het spannendste deel in de woordcombinatie Oud & Nieuw is niet oud, maar nieuw; weinig woorden hebben zo'n grote aantrekkingskracht. Waarom eigenlijk?

Wilma de Rek
null Beeld Leonie Bos
Beeld Leonie Bos

‘Wij houden niet van nieuwe dingen’, sprak Lousje Voskuil toen de Volkskrant haar in 2009 thuis opzocht voor een interview en verbijsterd naar de bakelieten telefoon met draaischijf staarde. ‘We hebben allebei een ontzettende hekel aan veranderingen.’

Die ‘we’ waren zij en haar anderhalf jaar eerder overleden echtgenoot J.J. (Han) Voskuil, in Nederland beroemd geworden dankzij Voskuils semi-autobiografische romancyclus Het Bureau, waarin Lousje een glansrol vervult als de strenge Nicolien. Het gesprek ging vooral over hem, maar ook over Lousje Voskuils volslagen gebrek aan ambitie (‘zelf heb ik nooit iets gedaan’), en over haar afkeer van nieuwe dingen dus. In huis stonden nog altijd de rieten stoeltjes die Han en zij in 1950 hadden aangeschaft toen ze trouwden. Vermoedelijk zijn ze nu bedekt met paperassen: Lousje Voskuil, inmiddels 95, is druk met het persklaar maken van Voskuils dagboeken, waarvan het eerste deel in september 2022 uitkomt.

Daarover verderop meer, want ons boekenkatern is vandaag in zijn geheel gewijd aan de nieuwe boeken die in 2022 verschijnen en waarop wij ons verheugen. Het is immers het weekend van Oud & Nieuw en hoewel we die gelegenheid ook prima hadden kunnen aangrijpen om eens lekker terug te kijken, is het spannendste deel in de woordcombinatie Oud & Nieuw niet oud, maar nieuw. Anders dan het echtpaar Voskuil houden veel mensen juist enorm van nieuwe dingen. Oud is – nou ja, oud. Stoffig en mottig en vooral: bekend. Nieuw is schoon, fris en vooral: onbekend. Nieuw is per definitie anders, en misschien wel beter. Weinig woorden zijn zo betoverend als ‘nieuw’. Daarom plakken bedrijven het woord zo graag op hun producten, daarom houdt Mark Rutte vol dat er in zijn nieuwe kabinet heus sprake zal zijn van nieuw elan. Zonder nieuwe impulsen en indrukken verliest het leven zijn glans, zoals iedereen ook tijdens deze derde lockdown weer ervaart. Van het nieuwe gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit.

Maar waarom eigenlijk?

Om te beginnen: omdat mensen ook maar dieren zijn. In The Naked Ape (1967) beschrijft de Britse zoöloog Desmond Morris een aantal biologische basiswetten waaraan zoogdieren zijn onderworpen. Een daarvan is de sterke neiging op onderzoek uit te gaan en nieuwe dingen te ontdekken. Alle zoogdieren hebben die neiging, maar bij niet-gespecialiseerde dieren – zoals apen – is ze het grootst. Een niet-gespecialiseerd dier, schrijft Morris, weet immers nooit waar zijn volgende maaltje vandaan zal komen. Het doet er verstandig aan elke hoek en elk spleetje van zijn omgeving in de gaten te houden en voortdurend alert te blijven, voor het geval zich een meevallertje voordoet. ‘Ze moeten onderzoeken en de boel de hele tijd blijven controleren. Ze moeten over een constant niveau van nieuwsgierigheid beschikken.’

De mens is dus van nature een nieuwsgierig aapje. Maar van alle apen is hij wel de állernieuwsgierigste. Waar de nieuwsgierigheid bij andere primaten afneemt als ze ouder worden, blijft ze bij mensen tot ver in de volwassenheid op hoog niveau. Wij houden nooit op met onderzoeken – in feite blijven mensen in dat opzicht altijd kinderen. Die aangeboren voorliefde voor nieuwe dingen oftewel neofilie (neos is nieuw, filia is liefde) drijft ons keer op keer richting het nieuwe en onbekende. Dat is een goede strategie gebleken voor een kale diersoort die verder niet zo veel troeven in zijn miezerige lijfje heeft. Je kunt gerust stellen dat de mens zijn carrière als de succesvolste diersoort op aarde (succesvol voor zichzelf dan) te danken heeft aan zijn grenzeloze nieuwsgierigheid. Zonder nieuwsgierigheid geen kennis; zonder kennis geen macht.

Nieuwsgierigheid staat nooit op zichzelf

Toch is nieuwsgierigheid in de geschiedenis van de westerse beschaving niet altijd op prijs gesteld. Want nieuwsgierigheid staat nooit op zichzelf, in haar kielzog hobbelt altijd haar tweelingzusje ‘vernieuwingsdrift’ mee. Zodra een mens zijn nieuwsgierigheid heeft bevredigd en erachter is hoe de dingen werken, zal hij al snel bedenken dat ze niet per se zo hóéven te werken. Dat je de dingen ook best anders zou kunnen organiseren.

In de lange periode waarin het christendom hier de dienst uitmaakte, werden nieuwsgierigheid en vernieuwingsdrift bepaald niet aangemoedigd. Weliswaar was het christendom zelf ontstaan als vernieuwings- en verzetsbeweging, maar toen de kerkelijke machthebbers de boel eenmaal onder controle hadden, deden ze er alles aan dat zo te houden en was het woord ‘nieuw’ niet meer aan de orde. Kennis en wetenschap werden het domein van de monniken; het gepeupel werd zoet gehouden met de mededeling dat een mooier leven later wel kwam, als je dood was.

Aan het einde van de Middeleeuwen slepen wetenschappers de lenzen waarmee ze de blik naar buiten en naar binnen richtten en daar allerlei nieuwe werelden ontdekten. Voor liefhebbers van het nieuwe braken gouden tijden aan. Halverwege de 18de eeuw bereikte de menselijke zoektocht naar het nieuwe een hoogtepunt, toen een groep intellectuelen – ‘les philosophes’ genoemd, liefhebbers van kennis – al schrijvend door de kerkelijke onderdrukking van de menselijke nieuwsgierigheid brak en alles wat ze te weten kwam bundelde in de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (‘Encyclopedie of beargumenteerd woordenboek van de wetenschappen, kunsten en beroepen’).

null Beeld Leonie Bos
Beeld Leonie Bos

Megalomaan project

Het project was klein begonnen. Schrijver en vertaler Denis Diderot (1713-1784), een voormalig geestelijke die zich had ontpopt als overtuigd atheïst, was gevraagd een tweedelige Engelse encyclopedie in het Frans te vertalen. Maar de ambitieuze Diderot wilde meer. Hij kwam met het idee een geheel nieuwe encyclopedie te maken, waarin de allerslimste deskundigen álles zouden opschrijven wat over hun vakgebied maar bekend was.

Diderot was een van de voormannen van de Verlichting en hartstochtelijk liefhebber van de menselijke nieuwsgierigheid. Niet God of de Bijbel, maar kennis zou de mensheid verder brengen, meenden hij en zijn zielsverwanten, die hun radicale denkbeelden daarover alleen in besloten kring en in het diepste geheim konden uitwisselen – de kerk was nog altijd oppermachtig, en streven naar kennis een hachelijke onderneming. Desondanks vond Diderot een aantal boekhandelaren bereid in het megalomane project te investeren. Als mederedacteur en -samensteller werd de beroemde wiskundige Jean-Baptiste le Rond d’Alembert aangesteld. De productie van de 28-delige Encyclopédie, die ruim twintig miljoen woorden zou tellen, nam een kwarteeuw in beslag. Het eerste deel verscheen in 1751 en was meteen een succes.

De Encyclopédie is nooit in het Nederlands vertaald. Tot nu. Dat wil zeggen: het inleidend betoog dat Jean-Baptiste le Rond d’Alembert bij de Encyclopédie schreef, verschijnt in april in Nederlandse vertaling. Vertaler Jabik Veenbaas en uitgeverij Wereldbibliotheek sluiten er hun vierdelige ‘verlichtingsreeks’ mee af. Het is een uiterst frisse, leesbare tekst geworden – gebleven, eigenlijk. Jabik Veenbaas: ‘Ik zou graag beweren dat dat aan mijn vertaling ligt, maar dat is niet zo, het is D’Alembert zelf die zo goed en modern schrijft. Zijn inleiding is misschien wel het belangrijkste onderdeel van die hele encyclopedie. Hij beschrijft daarin niet alleen het programma van de Verlichting, maar reflecteert daar ook op. Als je het leest, besef je eens te meer hoe wij de erfgenamen van deze encyclopedisten zijn; dankzij hen benaderen we de wereld met scepsis, twijfel en op basis van empirisch onderzoek.’ Veenbaas werd, zegt hij, tijdens het vertalen van het voorwoord zo enthousiast dat hij overweegt ook een aantal lemma’s uit de Encyclopédie te gaan vertalen en te bundelen in een nieuw boek.

Gevaarlijke kanten

Maar aan zoeken naar het nieuwe kleven gevaarlijke kanten, dat hadden de kerkelijke machthebbers natuurlijk goed gezien. Hoe meer kennis iemand verwerft, hoe groter de kans dat hij ook zijn eigen positie in de voedselketen eens kritisch gaat bekijken en concludeert dat er sprake is van groot onrecht, waarna hij schuimbekkend riek en hooivork uit de schuur haalt om de zaken recht te zetten.

Er loopt een directe lijn van de mannen en vrouwen van de Verlichting naar de joelende meute die met instemming toekeek hoe tienduizenden adellijke hoofden onder de guillotine werden gescheiden van hun romp. De Franse Revolutie, gebouwd op goede – want emancipatoire – bedoelingen, was óók een smerige moordpartij. Zo rigoureus wilde de nieuwe Franse republiek met het oude breken dat ze zelfs een geheel nieuwe kalender invoerde, alsof het verleden nooit had bestaan.

Das Neue is das Böse! constateerde Friedrich Nietzsche in 1882 dan ook in La gaya scienza (De vrolijke wetenschap), waarin hij wees op de verwoestende kracht van vernieuwings- en vooruitgangsdenken: ‘Het nieuwe is onder alle omstandigheden het kwaad, want het wil veroveren, de oude grenspalen omverwerpen en de oude gevoelens van piëteit schenden.’ De zin volgt op een passage waarin hij betoogt dat ‘de sterkste en boosaardigste geesten’ de mensheid tot dusver het meest vooruit hebben geholpen: ‘Zij brachten de inslapende hartstochten steeds weer tot ontbranding – want elke geordende maatschappij laat de hartstochten indommelen –, zij waren het die telkens opnieuw de zin wekten om te vergelijken, tegen te spreken, de lust om iets nieuws, iets gewaagds te beginnen, iets wat nog nooit was uitgeprobeerd; zij dwongen mensen de ene mening tegenover de andere te stellen, het ene voorbeeld tegenover het andere. Ze deden dat meestal met wapens, door het omverwerpen van grenspalen, door het schenden van gevoelens van piëteit, maar ook door nieuwe religies en moralen!’

Toen moest de 20ste eeuw, met zijn rampzalig uitgepakte nieuwe moralen als fascisme en communisme, nog beginnen.

Na Diderot en D’Alembert is de roep om vernieuwing alleen maar groter geworden. Het streven naar kennis wordt in ons deel van de wereld van overheidswege volop aangemoedigd en ‘vernieuwing’ geldt – in de kunst, in de politiek, in het bedrijfsleven – eerder als voorwaarde dan als bedreiging. Wie naar een leidinggevende positie solliciteert met de woorden ‘nou, het gaat eigenlijk wel lekker dacht ik, laten we het vooral zo houden’, is kansloos. De boel moet per definitie flink worden opgeschud. En weer. En weer. Want nieuwe dingen blijven nooit lang nieuw.

De kringloop van oud en nieuw

Niets nieuws onder de zon dus? Nee, behalve dat de kringloop van oud en nieuw zich in ons hyperige tijdsgewricht wel steeds sneller lijkt te voltrekken. En het nieuwe maakt altijd slachtoffers, op zijn minst één: het oude. Over de Amerikaanse president Joe Biden wordt, nog geen jaar na zijn aantreden, gesproken op de vermoeide toon die vroeger werd gereserveerd voor mensen aan het einde van hun termijn. Hoe goed iemand ook functioneert (Merkel!), als de glans van het nieuwe er eenmaal af is moet je oprotten, om geen andere reden dan dat de mensen toe zijn aan iets nieuwer nieuws.

In een wereld waarin iedereen zichzelf in een almaar razender tempo steeds opnieuw moet uitvinden, is ‘het nieuwe’ bovendien niet langer een lonkend vergezicht, maar wordt het zelf het knellende juk waaraan de naar vernieuwing zoekende mens zich nou net wilde onttrekken. Aan de keerzijde van onze nieuwsgierigheid treffen we trouwens nog wel meer narigheid aan: lelijke grote datacenters in weilanden bijvoorbeeld, leeggekapte bossen, vervuilde zeeën en de ondergang van allerlei soorten, waaronder mogelijk ooit die van onszelf.

‘Alleen het oude is het goede’, concludeerde Nietzsche. Dat is misschien een tikje overdreven. Maar Lousje Voskuil, met haar afkeer van nieuwe dingen, heeft beslist een punt.

Gelukkig nieuwjaar!

Jean le Rond-d’Alembert: Inleidend betoog bij de Encyclopédie. Uit het Frans vertaald en ingeleid door Jabik Veenbaas. Wereldbibliotheek; € 24,99. Verschijnt in april.

null Beeld Wereldbibliotheek
Beeld Wereldbibliotheek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden