Over damesvoetjes en de toestand in de wereld

Fictie Hans Boland maakte een sublieme, vindingrijke vertaling van Poesjkins ‘Jevgeni Onegin’...

Aan de stelling dat Alexandr Poesjkin (1799-1837) Ruslands, en misschien wel ’s werelds grootste dichter is kun je je in Rusland geen buil vallen. Nog altijd is de positie van de ‘zon van de Russische poëzie’ er onaantastbaar, en terecht. Zijn magnum opus, de roman in verzen Jevgeni Onegin, is onlangs verschenen in een nieuwe Nederlandse vertaling van Hans Boland. Het is het vijfde deel uit zijn titanenproject: de volledige Poesjkin in vertaling.

Het is moeilijk om precies te zeggen wat Poesjkins geheim is. Wie niet beter weet zou zeggen dat zijn werk zo gewoon en vanzelfsprekend is, een effect dat gesorteerd wordt door de lichtheid en elegantie van zijn verzen, gekoppeld aan een vormvastheid die volstrekt natuurlijk overkomt.

Zelf werd Poesjkin, zo vrij als hij zich in de Russische letteren bewoog, zijn leven lang in zijn vrijheid beknot. In 1820, hij was toen al een bekend dichter, werd hij door tsaar Alexander I vanwege zijn ‘Ode aan de vrijheid’ verbannen naar Moldavië. Vandaar werd hij na een paar jaar overgeplaatst naar Odessa, waar hij in conflict kwam met de gouverneur-generaal toen hij diens vrouw probeerde te versieren. In 1824 werd hij overgeplaatst naar zijn familielandgoed in het gouvernement Pskov. Na het mislukken van de militaire opstand van 1825 (de ‘dekabristenopstand’) kwam hij onder permanent toezicht van de geheime politie. In 1826 mocht hij weer terug naar Petersburg. Daar vond hij de dood in een duel met de man die zíjn vrouw probeerde te versieren: Georges d’Anthès, de maintené van de Nederlandse gezant Van Heeckeren.

De intrige in Jevgeni Onegin, door Poesjkin grotendeels tijdens zijn verbanning geschreven, is simpel: Onegin, een jonge, vermogende Petersburgse dandy, zit op zijn landgoed in de provincie te balen en verovert daar ongewild het hart van Tatjana, een naïef en niet bijzonder aantrekkelijk meisje. In zijn narrigheid flirt hij met Olga, het knappe zusje van Tatjana, en grieft daarmee zijn goede vriend Lenski, die verloofd is met Olga. Lenski daagt Onegin uit voor een duel en vindt in dit duel de dood. Jaren later komt Onegin Tatjana tegen die inmiddels een grande dame is en getrouwd met een hoge militair. Onegin valt als een blok voor haar haar, maar zij wijst zijn liefde af: zij houdt nog altijd van hem, maar kan haar man niet ontrouw zijn. Einde verhaal.

Jevgeni Onegin is geschreven in acht hoofdstukken, onderverdeeld in strofen van veertien jambische regels die, zonder tot een monotone dreun te vervallen, de roman een monter tempo geven. Liefdevol en met de nodige ironie beschrijft Poesjkin zijn personages. Veel psychologische diepgang hebben ze niet, maar toch weten ze te ontroeren: de jonge Onegin, salontijger en hartenbreker, die zich van bal naar soiree sleept en onder spleen gebukt gaat; de arme Lenski – romantisch dichter (‘Het leven, zong hij, viel hem zwaar,/Want hij was bijna achttien jaar’) die een groot poëet had kunnen worden of, zo meldt Poesjkin fijntjes, een dikke jichtlijder. Zijn grote liefde Olga is hem na zijn voortijdige dood in een wip vergeten en trouwt met een ulaan. Haar zusje Tatjana, voorheen zo inromantisch, kiest voor het verstandshuwelijk. De literaire clichés van zijn tijd worden zo door Poesjkin subtiel onderuitgehaald.

Een andere charme van de roman vormt Poesjkins ‘eindeloze gebabbel’, zoals hij het zelf noemde: uitweidingen over damesvoetjes, de kunst van het versieren, de toestand van de Russische wegen, de beau monde en het leven van de aristocratie. De criticus Belinski noemde de roman om deze reden ‘een encyclopedie van het Russische leven’.

Helaas verstaat men onder Jevgeni Onegin buiten Rusland vooral Tsjaikovski’s gelijknamige opera uit 1879. Misschien heeft de veronachtzaming te maken met koudwatervrees voor de versvorm. Nabokov meende zelfs dat een rijmende, metrische vertaling onmogelijk was en publiceerde ‘zijn’ Onegin in een prozavertaling.

Nabokovs stelling wordt door Boland gelogenstraft: zijn vertaling is subliem, vindingrijk en trouw aan het origineel. Wonderlijk is alleen dat hij zich in zijn noten nogal badinerend over een van zijn voorgangers meent te moeten uitlaten (er zijn inmiddels zes Nederlandse vertalingen van Jevgeni Onegin). Beter had hij een voorbeeld genomen aan de gentleman Poesjkin die, zoals de vertaler zelf in zijn notenapparaat zegt, ‘zoveel mogelijk lof [probeerde] rond te strooien en alleen tegenover zichzelf de nodige bescheidenheid in acht [nam]’.

Aai Prins

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden