Oude koffers openmaken

Arjan Peters

'Te lang wil ik er niet over doorgaan, maar ik ben ervan overtuigd dat het bombardement op het militaire vliegveld vlakbij ons huis in Rijswijk, 10 mei 1940, de herinnering aan de jaren daarvoor vergrendeld heeft.' Maar ook over de oorlogsjaren is Nooteboom hier - net als in de lezing Terugkeer naar Berlijn, die in 1998 als boekje werd uitgebracht - ongewoon gehaast, alsof hij bevreesd is stil te staan bij de tijd dat hij door chaos omgeven was. Zijn ouders scheidden, zijn vader kwam om bij een bombardement in maart 1945, Cees werd van het ene huis naar het andere gebracht. Van 'het paleis van het geheugen' (Augustinus) blijft het hoofdgebouw gesloten. Bij de paters van het gymnasium in Venray (als vaderloze tussen mannen die vader heten en het toch niet zijn), waar Nooteboom na de oorlog verbleef, leefde hij voor het eerst in een gesloten gemeenschap. Vanuit die stilte moeten de plannen zijn gaan sluimeren om al denkend en reizend zelf een leven te verzinnen, met een fascinatie voor verdwijning, vergankelijkheid, geschiedenis. Al schrijvend moet Nooteboom ontdekken 'wat er te ontdekken valt', en hij vergelijkt dat met vissen: na eindeloos wachten vangt hij soms een woord op uit het immense schemergebied.

In de inleiding van Nootebooms hotel verdedigt hij met verve de stelling dat reizen nu juist geen vlucht is, want de reiziger die zich omringt met het onbekende blijft altijd dicht bij zichzelf. Misschien is de thuisblijver die zich verschanst in het vertrouwde, wel voor iets op de vlucht. 'Wat mij betreft gaat het er niet om wie hier de held is, maar wie datgene doet wat zijn ziel hem voorschrijft, wat dat ook kost.'

Ziel, cel, God, monniken (in elk van zijn boeken komt een monnik voor, moest iemand Nooteboom zeggen, want zelf was hij zich dat niet bewust): deze termen vallen opvallend vaak in de collectie. Zijn liefde voor de klassieken is op het gymnasium in Venray geboren: sporen daarvan zijn terug te vinden in Rituelen, Het volgende verhaal en zijn grootse roman Allerzielen. De eerste regels van Ovidius' Metamorphosen kan hij dromen: 'In nova fert animus mutatas dicere formas. . . en nooit met die gruwelijke k van de niet-roomsen, die Kikero moeten zeggen en de grote redenaar daarmee in een kikker veranderen.' Nooteboom wil het liever rooms dan Romeins houden - daarmee zijn achtergrond erend, en niet de historisch juiste vorm, zeg ík, die op het gymnasium Latijn kreeg van een classicus die niet wilde horen van Siesero of, erger nog, Tjsietsjero.

'In de toekomst zal ik al mijn oude koffers openmaken om te zien wie ik was. Zoiets', schrijft hij, met dat aarzelende woordje achter het voorname voornemen. Dan volgt het opdiepen van een blauw schrift, dat hij 42 jaar geleden volschreef en versierde met het pompeuze opschrift 'Uglantarius hoc fecit' ofwel 'Nooteboom heeft dit gemaakt', en dan ziet hij terug hoe verliefd hij is geweest op de jongensachtige filmheldin Pier Angeli. Natuurlijk mag elke schrijver beslissen welke kamers uit zijn verleden hij vergrendeld wil houden, maar indachtig het slot van Allerzielen, waarin Nooteboom zijn hoofdpersoon Arthur Daane terug laat rijden naar de 'wijde luchten van het noorden', omdat hij daar iets moet ondergaan wat hij te lang heeft ontlopen, bekruipt je toch steeds sterker het verlangen naar een roman over de verdwenen vader van deze geboren nomade. Dat de man er al zo lang niet meer is, betekent niet dat Cees Nooteboom hem niet kan bedenken. Via de weg van de fictie zou hij dat gesloten hoofdgebouw alsnog kunnen verkennen.

In vele portretten van vakbroeders benadrukt Nooteboom hoe zij de platte werkelijkheid gelaagd maken door hun verbeelding en dromen ermee te vermengen. Dán wordt voelbaar dat er iets is gezien. Proust leefde de laatste jaren van zijn leven amper: hij schreef en herschreef om het beleefde om te vormen, er de eenheid van te smeden die er zonder die ongelooflijke inspanning niet was. De Duitse schrijver Uwe Johnson leefde gescheiden en anoniem in Sheerness, waar hij in eenzaamheid stierf in 1984. In de vier delen Jahres tage (1970-1983) openbaarde hij zich als een groot schrijver.

Tekenend is ook Nootebooms irritatie over de Bruce Chatwin-biografie van Nicholas Shakespeare, die dikwijls onthult waar de befaamde reisschrijver de waarheid geweld aandeed en de lezer met fraaie leugens betoverde. De kunstenaar wordt zijn kunst ontnomen, zoiets stelt Nooteboom somber vast, terwijl díe hem nu net bijzonder maakte.

Zo ontwringt hij in een - ook in deze bundel afgedrukt - vraaggesprek de inmiddels overleden Albert Helman een anekdote over Slauerhoff, die hem goed moet hebben gedaan. Slauerhoff zat ooit bij Helman in Spanje te schrijven aan zijn roman Het leven op aarde, en vroeg zijn gastheer: 'Is het mogelijk om van gloeilampen een radioapparaat te maken?' Nee Slau, en Helman legde hem uit waarom dat absoluut niet kon. Waarop Slauerhoff: 'Ja, dan moet het toch maar.' En 'uit dat gesprek is het verhaal ontstaan dat die marconist daar in China die gloeilampen vindt achter dat boeddhabeeld en daar dan een zend apparaat van maakt. Dat is je reinste kolder, maar dat kon hem dus op een bepaald moment niets schelen.' Bravo, hoor je Nooteboom denken. Een schrijver overschrijdt de grenzen van het mogelijke als hij doet wat zijn ziel hem voorschrijft.

Goudeerlijk en onvergetelijk is zijn indringende schets van Willem Frederik Hermans, een dierbare vriendschap met haken en ogen, en ook is het mooi dat de verstilde 'Venetiaanse vignetten' (vier jaar geleden afgedrukt in de bijlage Traject van de Volkskrant, daarna uitgebracht als relatiegeschenk van Atlas) nu eindelijk voor iedereen zijn na te genieten. Nu die nieuwe roman nog, en dan hebben we niets meer te klagen.

Cees Nooteboom: Nootebooms hotel.
Atlas; 476 pagina's; ¿ 24,90.
ISBN 90 450 0585 9.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden