Oud Maastricht is weer springlevend

Krijg je betere architectuur als je de flappendrol gebruikt? Die vraag veronderstelt kennis van een flappendrol: een lange stok met een brede rol ruw afgescheurde lappen zeem....

De Luikse architect Charles Vandenhove (1927) liet de hoge, rode woontoren in het nieuwe wooncomplex Staar, vlak achter het Vrijthof, aan de voet van de veertiende-eeuwse Sint-Jan, met zo'n flappendrol bewerken. Je ziet het nauwelijks, maar het is één van de vele, zeer vele details die ertoe bijdragen dat dit kleine woongebied tot een klein architectonisch, stedenbouwkundig juweel is geworden. Al hebben al die zorgvuldige details weinig van doen met architectuur.

Natuurlijk, het is prachtig te zien hoe de dorpel van de ingang naar de parkeergarage in de Papenstraat is vormgegeven, hoe de hoge, natuurstenen plinten handmatig met een bosseerhamer zijn verruwd, hoe de hekwerkjes van de balkons een intrigerend patroon hebben gekregen, ja hoe zelfs de roestvrij stalen kastjes voor bellen, camera en naambordjes fabuleus mooi zijn opgenomen in het geheel. Dat Vandenhove op het laatst nog besloot de regenpijp aan de voorkant van de hoge woontoren te verwijderen en al het water aan de achterkant, dus uit het zicht van de wandelaar, liet afvoeren - dat stemt tot tevredenheid, maar ook dan praat je nog niet over architectuur.

Het complex 'Staar', op de locatie waar vroeger de zangvereniging Maastrichter Staar oefende, rond het nieuwe Kanunniken Cour, vertelt een heel ander verhaal. Een verhaal vol subtiele tegenstellingen, van onverwoordbare emoties, van onderhuidse belevingen. Het verhaal van architectuur.

Zorgvuldig, behoedzaam heeft Vandenhove zijn woontoren, zijn twee appartementenblokjes en zijn vier stadswoningen ingebed in de historisch gegroeide bebouwing. Met maten, materialen en vooral ritmes heeft hij aansluiting gezocht bij de eeuwenoude continuïteit van de binnenstad. Soms zijn die handreikingen duidelijk zichtbaar, zoals de rode toren die knipoogt naar de rode mergelsteen van de Sint Jan. Maar liefst 23 proefvlakken van ruim twee vierkante meter liet hij schilderen op de muur, voor de definitieve kleur van de keim, een speciale kleurstof, werd bepaald; en nog moest er na de derde keimlaag een flappendrol gebruikt worden om het resultaat af te maken. Ook de vele dakkapellen zijn er duidelijk gekomen om de nieuwe panden in te bedden in het stadsbeeld.

Er zijn ook minder opvallende middelen gebruikt, zoals het gevoel van intimiteit en besloten heid, het nastreven van een eigen akoestiek en vooral het gebruik van kleine dissonanten. Zelfs de verlichting van het geheel bij avond werd nauwkeurig bedacht opdat het zou bijdragen aan het ruimtelijke stadsbeeld.

Met een benijdenswaardige vanzelfsprekendheid lardeert Vandenhove die sfeer met het eigentijdse. Veel roestvrij staal: in hekwerken, deuren, in stijlen en sponningen, ja zelfs als forse omlijstingen van de houten vensters (waarbij het western red cedarhout langzaam zal vergrijzen tot een zelfde tint als het staal). Kloeke dakgoten van beton boven strakke muren van mergelsteen. Robuuste hoekige en gebogen vormen. En een plotseling opdoemende weidsheid bij de Papenstraat.

Dit kleine, fonkelnieuwe stukje oud-Maastricht roept daarom boeiende gevoelens op. Van vertrouwde nieuwe dingen die het oude springlevend maken. Het gebeurt subtiel, zoals in het wegdek dat door J.P. Pincemin een abstract karakter heeft gekregen en dat tegelijk verwijst naar een oude stroom van de Maas die hier, eeuwen en eeuwen terug, moet hebben gelopen. Het gebeurt vooral door ruimtelijke belevingen. Niet voor niets werd de cour voorzien van twee opmerkelijke straatmeubels. Een watertafel in de vorm van een open platte schijf waarin het water zachtjes kabbelt in een oneindige stroom. En vier granieten obelisken, dicht op elkaar, met schuine beëindigingen bedekt met bladgoud. Het is leuk te weten dat aan de binnenzijde, heel bescheiden, de namen van architecten en opdrachtgevers te lezen zijn. Maar die vier zuilen staan ook voor wat anders: ze omsluiten een klein, spannend, en vooral besloten binnengebied. Ze verbeelden wat Vandenhove wilde: gebouwen die tussen hun buitengevels een echt stedelijke ruimte scheppen, die bestand blijft in de tijd.

Dat is pas architectuur. En dan gebruik je desnoods de flappendrol om die architectuur tot leven te wekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden