Recensie Oswald Spengler

Oswald Spengler was een zwaar gefrustreerde, diep neurotische dagdromer en armzalig denker – deze biografie doet geen poging dat te verbergen (drie sterren)

In het voorjaar van 1917 stortte Oswald Spenglers wereld in. De wereldoorlog sleepte zich eindeloos voort; hij had zwaar geleden onder de ‘koolraapwinter’ en zijn zuster Adele had op 3 februari zelfmoord gepleegd. Tot overmaat van ramp verklaarden de Amerikanen begin april Duitsland de oorlog. Spengler leefde van het erfenisje van zijn moeder, bestaande uit Amerikaanse waardepapieren. Plots kreeg hij geen cent meer. Hij móést geld hebben. En dus besloot hij een uitgever te zoeken voor zijn nog steeds onvoltooide boek Der Untergang des Abendlandes. Een slechter moment was nauwelijks denkbaar. Vertraging volgde op vertraging en tegen de tijd dat het boek in de winkel lag, had Duitsland de oorlog verloren. Spengler was wanhopig. Hij speelde, zoals wel vaker, met het idee zelfmoord te plegen. Maar zijn boek werd daardoor een groot succes.

In Untergang bouwde Spengler de versleten Duits-romantische tegenstelling tussen Kultur (lees: Duits, elite, diepzinnig, irrationeel) versus Civilization (lees: niet-Duits, democratisch, oppervlakkig, rationeel) uit tot een wereldomvattende beschrijving van de menselijke beschaving. Culturen waren niet rationeel te doorgronden: ze waren als levensvormen. Ze kwamen op, bloeiden, en gingen ten onder. Dat was een diepzinnige natuurwet. Als een cultuur ten onder ging (als zijn Kultur verviel tot Civilization) was er geen redden meer aan. En Duitsland had rond 1900 dat verval doorgemaakt. De moderne denkers, schilders, politici – het was allemaal niks. De Duitsers konden hooguit hopen dat hun land nog een krachtige Civilization werd onder leiding van een dictator. Op zich was dat een redelijk impopulair idee. In rechts-conservatieve kring droomde men immers jarenlang van de Endsieg en de triomf van de Duitse Kultur. Maar na alle vertraging, na de keiharde Duitse nederlaag, kwam Spenglers sombere visie plots heel ‘realistisch’ over.

Spengler was geen denker. Rechtse denkers als Thomas Mann, Carl Schmidt en Ernst Jünger zijn veel interessanter. Frits Boterman doet in deze biografie geen pogingen om dat te verbergen. Zéér wijdlopig, en met een ijver een betere zaak waardig, beschrijft hij het armzalige gedenk van deze zwaar gefrustreerde, diep neurotische dagdromer, die voortdurend zwijmelde over de elite maar ondertussen doodsbang was voor de boze buitenwereld. Boterman probeert aan te tonen dat Spengler in de jaren na de oorlog enige invloed heeft gehad in extreemrechtse kring, maar dat wil niet echt lukken. En na de premature poging tot staatsgreep van Hitler in november 1923 was het überhaupt afgelopen met de radicaal-rechtse samenzweringen. Spengler heeft het die Dumkopff nooit vergeven. In de tien jaar daarna zwalkte zijn ideeëngoed van links naar rechts. Zijn laatste werk, Jahre des Entscheidung (1934), verkocht beter dan Untergang – weer dankzij een gelukkig toeval. Zijn bittere aanval op de arbeidersklasse, het marxisme én de NSDAP verscheen vlak nadat Hitler de macht had gegrepen en werd door velen gelezen als een aanval op het kersverse bewind. Propagandaminister Joseph Goebbels liet de pers weten dat Spengler doodgezwegen moest worden. Spengler stierf twee jaar later.

Frits Boterman: Oswald Spengler
Boom; 640 pagina’s; € 39,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.