Orgieën tussen de worsten

Financiële crisis of niet – Frits Bolkesteins afkeer van interveniërende overheden is nog steeds robuust. Net als die van wereldverbeteraars, Europese dromers, cultuurrelativisten en ander gespuis....

Olaf Tempelman

Het beste is Frits Bolkestein als puntig aforist. Over wereldverbeteraars: ‘Neem iemand als Jan Pronk die álles anders wil en dat vóór twee uur vanmiddag graag.’ Over dat bijna aangeboren gebrek aan liberale inborst bij Franse politici, vrij naar Descartes: ‘De Franse grondwet bestaat uit één regel: ’J’ interviens donc je suis.’ Over de eeuwige neiging van politici tot verkwisten in het belang van de eigen populariteit. ‘Het is net zo moeilijk voor een democratisch gekozen politicus een gezonde begrotingspolitiek te volgen als het voor een hond is een worstenwinkel te leiden.’ Kunnen bankiers die heerlijk geurende worsten wel weerstaan? Je mag het je afvragen na jarenlange orgieën tussen de vleeswaren waarvan overheden nu het puin mogen ruimen.

Het is meteen een van de euvels van Overmoed en onverstand, Bolkesteins nieuwe bundel: overheden worden als vanouds gehekeld, de lofzang op de markt is nog heerlijk robuust. Het zou goedkoop zijn hier met allerlei citaten te komen die thans eventjes niet zo toepasselijk zijn. Wie de niet aan modes, grillen en conjuncturen onderhevige denker Bolkestein goed volgt, weet ook dat de huidige crisis niet meer is dan een inzinkinkje waarvan de markt zich glansrijk zal herstellen. Maar toch: het getuigt niet van een voortreffelijke timing flink te ageren tegen bemoeizuchtige politici en Keynesiaanse praktijken. Overmoed, onverstand en worstenvreterij blijken zich meester te kunnen maken van de beste ondernemers en de voortreffelijkste bankiers.

Overmoed en onverstand bestaat net als eerder werk van Bolkestein uit essays, krantenstukken, toespraken en interviews. Als slagroom op het toetje fungeert zijn briefwisseling met Job Cohen uit Opinio. Bolkestein genoot al een reputatie qua vormvastheid en heeft inmiddels ook een respectabele leeftijd bereikt. Veel is hier vertrouwd of al te vertrouwd. West-Europa lijdt aan een onterecht gebrek aan geloof in de eigen cultuur, lezen we weer. ‘Wat westerlingen doen is onderdrukken, wat niet-westerlingen doen is hun cultuur.’ Aan de Tweede Wereldoorlog heeft West-Europa schuldgevoelens overgehouden waardoor immigranten lang op een voetstuk zijn geplaatst. Charlataneske denkers als Edward Said hebben die westerse schuldgevoelens intellectueel onderbouwd.

Op het gebied van de Europese eenwording heeft Bolkesteins denken een lichte kentering ondergaan: de sceptische tegenstander is tegenwoordig een sceptische, gereserveerde voorstander. Vooral daarom zijn de Europa-stukken de beste van deze bundel. Bolkestein betreurt het Nederlandse ‘nee’ tegen het constitutioneel verdrag – niet omdat Giscard d’Estaing zulk geweldig werk had geleverd, maar omdat het domweg beter was dan het Verdrag van Nice. Een echte crisis heeft dit ‘nee’ echter nauwelijks bewerkstelligd. De EU functioneert met al zijn tekortkomingen gewoon door. De EU als wereldmacht was al lang een illusie, lichtere vormen van politieke eenwording, gebaseerd op een soort gemeenschappelijke Europese identiteit, zijn dat in toenemende mate. Het is verdomde moeilijk aan te geven welke exclusief Europese waarden de huidige 27 lidstaten nog delen. Een kleinere EU zou wellicht meer identiteit vertonen, echter, het is een gepasseerd station. Conclusie: De grote EU waarop wij afsteven zal niet veel meer kunnen zijn dan een interne markt.

Dat is een heldere constatering van een feit, en een verademing bij wollig ‘Europeanisme’ à la Daniel Cohn-Bendit. Probeert Bolkestein echter uit te leggen waarom Turkije nooit EU-lid moet worden, of wat er mis is gegaan in de islamitische wereld, dan is zijn helderheid weinig anders dan intellectueel simplisme dat met een complexe werkelijkheid vol grijstinten weinig van doen heeft. De ene na de andere vergaande bewering wordt gedaan en vervolgens niet uitgewerkt. Wat maakt die ‘Latijnse’ variant van het christendom nou precies beter dan de ‘Griekse’ of oosterse? Wat maakt dat middeleeuwse islamitische verbod voor religieuze geleerden om theologische kwesties in het openbaar te bespreken nou zoveel fataler dan de verboden uit het toenmalige christelijke universum?

Wellicht dat de boel ingewikkelder in elkaar zit en er meer meespeelt. Hoe dan ook: we hebben hier te maken met intellectuele theorieën over de geschiedenis, met ideeën waar je al dan niet iets in kunt zien. De paradox van Bolkestein is dat juist hij theorieën en ideeën hekelt. Intellectuelen ontwerpen in een laboratorium een gedachtengoed waarmee ze vervolgens de maatschappij te lijf gaan, wat resulteert in nare experimenten. Tegenover deze intellectuelen staan mensen als hijzelf die goed in de wereld hebben rondgekeken, ervaring hebben met de echte mens en verstandig beleid voorstaan: ‘Intellectuelen hebben de neiging op basis van algemene beginselen en niet gehinderd door ervaring uitspraken te doen over tal van onderwerpen, wat vaak ontaardt in ijdel getheoretiseer dat het zicht op de werkelijkheid blokkeert. Ideeën beperken het waarnemingsvermogen.’

Dit staat in een boek vol ideeën, beginselen en citaten en weinig persoonlijke ervaringen of waarnemingen. Af en toe komt er eentje langs. Over de vroege jaren ’60, voordat het misging met Nederland: ‘Ik heb die jaren beleefd als een prettige periode. Ik was heel tevreden. Ik had veel vriendinnen, speelde biljart in de kroeg en tenniste veel.’ Zou hij betreuren dat tien jaar later ook proleten tennisten?

Persoonlijke ervaringen lijken Bolkesteins denken in laatste instantie minder te hebben gevormd dan intellectuelen met, hoe zeg je dat, ideeën over hoe de wereld in elkaar zit. Ook als hij met rechtsfilosofen Paul Cliteur en Andreas Kinneging bijeenkomt, zijn daar boeken bij. De heren traceren het begin van de contemporaine ellende al bij Rousseau, de aartsvader van dat romantische idee dat elk individu een uniek, in aanleg goed mens is dat zijn eigen weg moet vinden, dat idee waaruit de vermaledijde ontplooiingsgedachte van de jaren ‘60 voortkomt. Een intellectuele bezigheid, dunkt me. Bolkestein hekelt, terecht wat mij betreft, de ‘radicale chic’ uit de jaren ’60 en ’70. Maar de ‘conservatieve chic’ heeft dat al te heldere wereldbeeld daar wel mee gemeenschappelijk. Olaf Tempelman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden