Interview

'Orde is fascisme, het is een totalitaire samenleving'

Na een aantal loodzware films komt de Franse regisseur Bruno Dumont met een komedie. Nota bene over zijn geboortegrond le Nord, waarover hij alle clichés nog eens even lekker aanzet.

Alane Delhaye als P'tit Quinquin (voor op de fiets) en Lucy Caron als Eve Terrier (achterop) in P'tit Quinquin.Beeld .

'Le Nord heeft een slechte naam in Frankrijk. Als je in Parijs vertelt dat je uit het Noorden komt, nou, nou...', zegt regisseur Bruno Dumont (56), in een café vlak bij het Panthéon in Parijs. Voor Parijzenaars staat het Noorden voor de ordinaire voetballer Franck Ribéry, het nauwelijks verstaanbare 'Ch'ti'-accent, gesloten kolenmijnen, lelijke dorpjes en de opkomst van het Front National.

Maar Dumont is dol op zijn geboortestreek. Voor zijn camera blijkt het kale landschap tussen Calais en Boulogne-sur-Mer opeens van een sobere, maar poëtische schoonheid.

'De mensen zijn ook heel krachtig', zegt Dumont. 'Ze hebben een sterk accent. Het Noorden heeft veel karakter. Dat heb ik nodig voor mijn films.'

Dumont werd bekend met loodzware, dieptreurige films als La vie de Jésus, L'Humanité en Hors Satan, soms kwellend langzame drama's over beschadigde mensen met knoestige koppen in een armoedige omgeving. Nu heeft hij een komische tv-serie gemaakt, P'tit Quinquin, die kort nadat hij in een enkele bioscoop heeft gedraaid, op dvd is uitgebracht. Een totaal surrealistische komedie over een dorpje in departement Pas de Calais dat getroffen wordt door het kwaad: een reeks moorden, waarbij de slachtoffers in de buik van een koe worden gevonden. De onbekwame, door zenuwtics geplaagde politiecommandant Van Der Weyden - in Frankrijk wel omschreven als de meest idiote gendarme sinds Louis de Funès in Saint-Tropez - probeert het mysterie vergeefs op te lossen, dwarsgezeten door het kleine ettertje P'tit Quinquin en zijn vriendjes.

Nord-Pas de Calais

Bruno Dumont (1958) is geboren in Bailleul, een stadje in Nord-Pas de Calais. Dat departement in het noordwesten van Frankrijk heeft een niet al te beste naam: veel regen, arm, ontvolkt en met een door WOII verminkte kustlijn - in een land met twee lange en zonnige kuststroken geen aanbeveling. De komedie Bienvenue chez les Ch'tis (2008) speelde daarop kluchtig in. Daarin wordt een Zuid-Franse postbode gedwongen naar de streek te verhuizen. Het gebied wordt uitgebeeld als een woestenij waar het altijd regent, een onverstaanbaar dialect wordt gesproken en men slechts aan de snackkar zijn maaltijden geniet. Bienvenue chez les Ch'tis werd de succesvolste komedie ooit in Frankrijk en maakte de streek korte tijd zelfs even populair.

Versterkt u niet de vooroordelen tegen het Noorden? In regionale krant La Voix du Nord zei iemand: als je P'tit Quinquin kijkt, krijg je de indruk dat hier alleen maar inteelt woont.

'Ik ben het daar absoluut niet mee eens. Mensen zijn zo gewend aan films waarin alleen mooie acteurs spelen. Ik maak films met gewone mensen. Je kunt wel zeggen dat het jongetje P'tit Quinquin niet mooi is, maar c'est la vie. We hebben allemaal wel iets raars. Bovendien: er zitten best mooie meisjes in de film.

'De acteurs zijn allemaal amateurs uit de streek. Ze hadden er helemaal geen moeite mee. Ze hebben zich prima vermaakt met de film.'

De begrafenis van een van de slachtoffers wordt bijgewoond door majorettes in heel lelijke pakjes. Zo lijkt het Noorden een oord van lulligheid en slechte smaak.

'Het is een surrealistische film. Totaal geschift. Daar moet je niet naar kijken alsof het een documentaire is.'

Waarom werkt u bijna altijd met amateurs?

'Een professionele acteur levert een prototype van een personage. Amateurs brengen een extreem individuele menselijkheid mee. Commandant Van Der Weyden is volkomen uniek. Je ziet een menselijk wezen, geen acteur die zijn vak uitoefent.

'Bernard Pruvost, die Van Der Weyden speelt, is een werkloze tuinman, die ik toevallig tegenkwam in een centrum voor werklozen. Maar hij kan wel spelen, zij het met beperktere middelen dan een professionele acteur.'

Waarom een komedie na al die dieptreurige films?

'Ik had genoeg van die sombere films. Van die extreme traagheid ook. Een komedie is vanzelf sneller. Bij een tragedie als L'Humanité kun je je ergeren in de bioscoop en naderhand zeggen: het was geniaal. Dat gebeurt: mensen blijven over zo'n film nadenken. Het is een beetje als Marcel Proust lezen: op het moment zelf is het heel moeilijk, de beloning komt later pas. Dat kan niet bij een komedie. Je moet direct lachen, niet drie dagen later.'

Toch was de stap van tragedie naar komedie niet zo groot. Ook eerdere films, zoals L'Humanité, waren surrealistisch. De hoofdrolspeler, inspecteur Pharaon de Winter, is zo passief en depressief dat hij bij geen enkel politiekorps geduld zou worden. De absurditeit zat al in Dumonts universum, hij hoefde slechts de grappen toe te voegen. In Hors Satan ruimt de hoofdpersoon de stiefvader van zijn geliefde uit de weg, omdat hij haar wil beschermen tegen seksueel misbruik. Ook P'tit Quinquin gaat over de dubbelzinnigheid van goed en kwaad.

'P'tit Quinquin is schattig, maar ook racistisch. Hij is lief als hij mon amour, mon amour tegen zijn vriendinnetje Eve zegt, maar hij is ook een smeerlap. Dat vind ik interessant: de coëxistentie van goed en kwaad, de identificatie met een mens dat zowel goed als slecht is.

'We moeten accepteren dat goed en kwaad naast elkaar bestaan. Dat er nu eenmaal wanorde is. Want orde is fascisme, het is een totalitaire samenleving. We moeten niet naar perfectie streven, we moeten de menselijke natuur accepteren, om vervolgens te proberen het zo goed mogelijk te doen.

'Fransen hebben daar moeite mee. Ze zijn cartesianen: je hebt goed of je hebt kwaad. In mijn films is het gemengd. In La Vie de Jésus maakte ik een held van een racist.'

Amerikaanse tv-series hebben vaak een sterk plot. Dat lijkt u niet erg te interesseren.

'In zulke series zit een heel goede spanning, dat klopt. Maar als het raadsel is opgelost, denk je: was dat het nou? Niet het plot is belangrijk, maar de personages. Je moet ze zien leven.'

Het is niet erg dat de moorden niet worden opgelost.

'Dat is juist goed! De kracht van het kwaad is kolossaal. Het kwaad is oneindig. In werkelijkheid zijn er ook veel moordzaken die altijd een mysterie blijven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden