Reportage

Orchestra Baobab: Uitgelaten en verwarmende treurigheid

De mooiste Afrikaanse band aller tijden, Orchestra Baobab, is terug met een ontroerend eerbetoon aan Ndiouga Dieng, de vorig jaar overleden zanger. In hun muziek raken opwinding en weemoed raadselachtig vermengd. Hoe doen ze dat?

Beeld Renate Beense / de Volkskrant

De naam van het Senegalese Orchestra Baobab is heel prozaïsch te verklaren. In welgeteld drie zinnen. Ergens in 1970 opende in Dakar een nachtclub en boven de deur van die danstent werd het bordje Baobab Club gehangen. Een nachtclub vernoemd naar een van de nationale symbolen van Senegal: de baobabboom. In die club speelde een huisorkest: het Orchestra Baobab. Voilà.

Lees verder onder de foto.

Beeld Renate Beense / de Volkskrant

Maar wie een paar dagen met het nu-al-wat-oudere-heren-orkest (een aantal is al rond de 70) meehobbelt, bijvoorbeeld rond een concert in de Schotse stad Glasgow, gaat vanzelf op zoek naar andere interpretaties. De fantasie slaat op hol en dat komt natuurlijk door die verdomde saxofoons en die hypnotiserende gitaren die links en rechts de oren binnenkronkelen en alle nuchterheid uit het verstand masseren.

Zet het beeld van de baobab- of apenbroodboom voor de ogen, als een mentale Google Afbeelding. Een bizarre boom, met een onwaarschijnlijk dikke stam en daarboven een verwaarloosbaar knotje kruin. In de stam kan de baobab duizenden liters water opslaan, daarom is dat ding zo enorm. De stam geeft het eeuwige leven, hoezeer de wereld rond de boom in slechte tijden ook verdroogt. Kijk nu naar de wijze orkestleden, rommelend in de kleedkamer of op het podium, vlak na een subliem optreden in de Glasgowse Royal Concert Hall. Laat de blik glijden langs Balla Sidibe, de zwijgzame binnenvetter, strenge orkestleider, zanger en percussionist. Of Thierno Koite, de zachtaardige verleider, romanticus en altsaxofonist. Zie de onverwoestbare stamboom van het orkest. Wat er ook aan takken bijgroeit of weer afvalt: dit orkest staat, is verankerd in de aarde.

Tribute to Ndiouga Dieng, World Circuit

Het Orchestra Baobab speelt op 6/5 in de Melkweg, Amsterdam en op 7/5 in LantarenVenster in Rotterdam.

Contact met het hogere

Het Orchestra Baobab, deze tienmansband, is onvergankelijk. En wie niet in dat sprookje gelooft, moet de vorige week verschenen splinternieuwe plaat van het orkest maar eens opzetten. Dat album is nota bene een eerbetoon aan de vorig jaar overleden zanger Ndiouga Dieng (en heet daarom simpel maar doeltreffend Tribute to Ndiouga Dieng), maar klinkt eerder als een juichende ontkenning van alles wat eindig is. Dat begint al bij het openingsnummer Foulo, en dus bij die kenmerkend tegen elkaar in breiende rumbagitaren, het net niet té optimistische ritme op trommels en conga's en uiteraard die hoogglanzende saxofoons, die onder de dansvoeten kietelen, maar toch ook contact lijken te zoeken met het hogere, die macht ver boven ons die geeft en neemt.

Het zijn de uitersten van het bestaan die het geluid van het Orchestra Baobab vormen, al bijna vijftig jaar. Dood en leven, het lage en het hoge, het aardse versus het verhevene. Als het orkest opkomt in Glasgow, bij een emotionele ovatie van een paar duizend Glaswegians die het orkest kennelijk ook al een halve eeuw aanbidden, wordt allereerst stilgestaan bij de dood van de zanger Ndiouga Dieng. 'Er is een familielid weggevallen', zegt de orkestleider. Die vervolgens het nieuwe bandlid Alpha Dieng naar voren schuift. 'Maar zijn zoon is nu bij ons.' Alpha neemt de zangpartijen van zijn vader voor zijn rekening en zingt de Baobab-klassiekers net zo meeslepend en diep-melancholisch als zijn vader en voorganger.

Lees verder onder de foto.

Beeld Renate Beense / de Volkskrant
Beeld Renate Beense / de Volkskrant

Kunst van vader op zoon

Balla Sidibe, de artistiek leider, legt het de volgende dag nog maar eens uit, voordat de band weer in de bus stapt. 'Het orkest is een machine. Wij zien onszelf graag als een fiets die in beweging komt, door een samenspel van losse onderdelen; de trappers, het tandwiel, de ketting en de wielen. Elk onderdeel laat de fiets lopen.'

Hij wil het duidelijk niet zeggen, want het klinkt zo rot en zo bedoelt hij het niet, maar onderdelen zijn te vervangen. Als de machine maar blijft draaien. Sidibe verwoordt het liever zo: 'De kunst is overgegaan van de vader op de zoon.' En blijft dus bij het orkest, bij dat stug doorbloeiende organisme uit westelijk Afrika.

Dat het orkest zich zo standvastig zou tonen, had destijds in de Baobab Club niemand verwacht. Integendeel. De club en het huisorkest waren het uitgroeisel van een Afrikaanse dansrage, die haar sporen door het Senegalese nachtleven trok. In de jaren zeventig danste jong en wild Dakar tot het ochtendgloren op Latijns-Amerikaanse ritmes, op Cubaanse rumba en salsa die op Afrikaanse bodem uiteraard werd versneden met de dansritmes van het thuisland. De 'Afro-Cubaanse' muziek veroverde het continent en werd in die Dakarese clubs als Club Miami en Baobab Club bovendien een kweekvijver voor Afrikaanse popsterren. Het Orchestra Baobab werd samengesteld uit musici van andere bands en orkesten, zoals de beroemde Star Band, waarin Youssou N'Dour als 12-jarig zangwondertje debuteerde. Die Youssou N'Dour zou later op zijn beurt de schouders zetten onder het Orchestra Baobab, toen dat in de jaren negentig kortstondig in de vergetelheid dreigde te raken.

Het Orchestra Baobab werkte meer grootheden omhoog. Op de plaat Gouye-Gui de Dakar uit 1980 zong bijvoorbeeld de buitengewone Thione Seck, die later een vocale stersolist zou worden en ook weer een eigen Dakarese nachtclub opende. Ach, de liedjes op díé plaat, die later zouden verschijnen op de compilatie-cd Bamba uit 1990: wat een hemelse muziek. En wat een wonder dat de nieuwe liedjes op Tribute to Ndiouga Dieng nog exact zo spiritueel verheffend klinken, maar tegelijk zo intens verdrietig. De magie van het Orchestra Baobab - en dat zegt iedereen die met het orkest in aanraking is gekomen - zit hem in die rare mix van opwinding en neerslachtigheid, van plezier en weemoed.

Als je de mannen vraagt naar het orkestgeheim en hoe ze dat ambivalente gevoel nu precies losweken bij ons arme luisteraars, dan volgt vooral een betekenisvolle stilte. En blikken die willen zeggen dat geheimen niet voor niets geheimen zijn. Dring je aan, dan krijg je een paar filosofische beschouwingen te verwerken die tevens dienst doen als Afrikaans rookgordijn. 'De muziek van Baobab is de muziek van het hart', zegt bijvoorbeeld de saxofonist. 'En in het hart zit de pijn naast de vreugde.' Mooi gezegd. Maar daarmee is het mysterie niet verklaard.

Lees verder onder de foto.

Beeld Renate Beense / de Volkskrant
Beeld Renate Beense / de Volkskrant

En heel eerlijk gezegd: de orkestleden begrijpen ook niet helemaal waarom de muziek van Orchestra Baobab in het westen in een zo klemmende omhelzing is genomen, van Europa tot de Verenigde Staten. In Senegal en de omringende landen was de Afro-Cubaanse dansrage in de jaren negentig wel zo'n beetje uitgeraasd. De platen en cassettes van Orchestra Baobab lagen voor zachte prijsjes op de markt van Dakar. Maar daar werden ze eind jaren negentig uit de kartonnen dozen getrokken door westerse platenverzamelaars, die ooit een flard van Orchestra Baobab hadden opgevangen en daar een paar slapeloze nachten aan hadden overgehouden.

Het orkest werd herontdekt en kreeg dus een nieuw leven, in een ander werelddeel. Oude cassettes en albums werden opnieuw uitgebracht op cd en later op retrofiel vinyl, en vooral de plaat Pirates Choice uit 1996 werd een wereldwijde albumhit en een parel in de kroon van de wereldmuziek. Het Orchestra Baobab werd een knuffelorkest, net als die andere band een continentje verderop: de Buena Vista Social Club uit Cuba. Beide orkesten vertelden eenzelfde verhaal van vergane glorie en overlevingsdrang. En van universele muzikale schoonheid en volharding.

Geen vertaling nodig

Luister naar het onsterfelijke Baobablied Utrus horas van die topplaat Pirates Choice en raak bevangen door nostalgie en een vreemd soort verwarmende treurigheid. Al zijn de teksten van Orchestra Baobab meestal geschreven in het Wolof, de meest gesproken taal in Senegal, de betekenis van de liedjes dringt zich ondanks de taalbarrière vanzelf op. Het Orchestra Baobab zingt over God en goedheid en de giftige puinhopen die wij mensen er op aarde van maken. Hun muziek vertelt over een wereld die zo mooi had kunnen zijn, maar het niet wordt. Daar heb je geen vertaling bij nodig.

En bij een optreden van het orkest, bijvoorbeeld in dat statige concertgebouw van Glasgow, merk je ook dat er een directe lijn loopt van de orkestleden naar het publiek. De zaal reageert haast fysiek op de striemende ritmes van de conga's en de trommels, én op een paar flitsende gitaarpartijen van nieuwe en dus piepjonge orkestleden als instrumentmirakel Rene Sowatche.

Lees verder onder de foto.

Beeld Renate Beense / de Volkskrant
Beeld Renate Beense / de Volkskrant

In Dakar speelt het orkest nog altijd, zeggen de mannen. Niet meer in zweterige nachtclubs, maar in restaurants met een zeker cachet. Mogen ze misschien: ze raken de 70. Maar dat betekent niet dat ze geen westerse concertzalen meer kunnen platspelen en van een deftige schouwburg te Glasgow of waar dan ook geen dampend danshol kunnen maken.

'We speelden een paar jaar geleden in Finland', zegt saxofonist Thierno Koite. 'De programmeur van dat podium kwam naar ons toe en zei: luister, hier in Finland danst echt niemand, daar moeten jullie je niets van aantrekken. Binnen twee nummers hadden we iedereen uit de stoel gespeeld.'

Thione Seck keert terug

De nieuwe plaat Tribute to Ndiouga Dieng van het Senegalese Orchestra Baobab staat vol Afro-Cubaanse dansliedjes. Er is ook iets nieuws te ontdekken op deze eerste plaat van het orkest in tien jaar. Zo duikt in nummers als Foula en het melancholieke Woulinewa de Afrikaanse kalebasharp de kora op, in duel met tingelende rumbagitaren en traag wiegend bigbandkoper. Ook mooi: de terugkeer van de grote zanger Thione Seck, in het prachtnummer Sey.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden