Oratie Van den Bergh uit 1936 is in huidige discussie opnieuw leidraad

Menigeen valt het deze dagen moeilijk het morele roer recht te houden. We zijn tien vermoorde journalisten, drie dode politieagenten en vier afgeslachte Joden verder, onder aanroeping van Allah. Waarna sommige collega's naarstig op zoek gingen naar islamitische journalisten die net als de tekenaars van Charlie Hebdo het loodje hebben gelegd. Ook dood, ergo: de aanslag in Parijs had niks met de islam van doen. Intussen demonstreerde in Parijs een Saoedische minister uit volle borst mee voor tolerantie en vrijheid. Hoe moeten we op deze manier in hemelsnaam onze waarden verdedigen?

Wat dat aangaat, komt de herdruk van de oratie van de jurist George van den Bergh uit 1936 als geroepen. De intreerede is heruitgebracht onder de titel Wat te doen met antidemocratische partijen?, uitvoerig ingeleid door de Leidse jurist Bastiaan Rijpkema. Paul Cliteur verzorgde een nawoord dat precies de vraag stelt waar we nu voor staan: hoe kunnen we binnen de democratische rechtsorde de radicale of politieke islam bestrijden?

Schrikkelijke tijden

Van den Bergh schreef zijn rede uiteraard in de schaduw van het Duitse fascisme. Hitler was een paar jaar eerder met een meerderheid aan de macht gekomen. Vervolgens waren de Neurenbergse rassenwetten ingevoerd. Het waren in de woorden van Van den Bergh 'schrikkelijke tijden'. Hij stelde voor antidemocratische partijen te verbieden, wat toentertijd veel stof deed opwaaien.

Het bestaan van politieke partijen die de democratie zélf willen opdoeken, is altijd verdedigd met de zogeheten democratische paradox. Democratie eerbiedigt immers de overtuiging van iedereen, dus ook van degenen die haar willen vernietigen. Van den Bergh weerlegt dat standpunt met als belangrijkste argument dat de kern van democratie niet het meerderheidsbeginsel is. De kern is dat democratie op haar schreden kan terugkeren.

Als de bevolking inziet dat ze op de verkeerde weg is, kan zij beslissen dat het anders moet. Maar als er een meerderheid aan de macht komt die de democratie zelf afschaft, kan dat niet meer. Vandaar een verbod op antidemocratische partijen. Dit is een afdoend argument tegen de beruchte uitspraak van minister Donner in 2006, dat ook hier de sharia zou kunnen worden ingevoerd als tweederde meerderheid van de Kamer het zou willen.

Radicale islam

Nu kun je zeggen dat het gevaar van de jaren dertig momenteel niet aan de hand is. De overgrote meerderheid in Nederland, inclusief moslims, noemt zich democraat. De radicale islam zal hier nooit de overhand krijgen. Het nieuwe boek van Houellebecq zal een roman blijven.

Maar de pasbenoemde professor had nog een pijl op zijn boog. Voorafgaand aan alle georganiseerde ruzie die democratie is, schreef hij, moeten de deelnemers het over twee dingen eens zijn. Men moet bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan, en men moet bereid zijn de uitkomst te aanvaarden. Anders gezegd, geestelijke vrijheid is er ook voor een ander, en ik ben bereid me aan de wet te houden. Wie die twee uitgangspunten niet accepteert, is geen democraat en moet worden bestreden. En wel met harde hand.

Van den Bergh zag hier in de jaren dertig geen groot probleem, aangezien Nederland in honderden jaren door dit 'zedelijk beginsel' was gestempeld. In een samenleving waar de 'diversiteit' wordt gevierd, ligt dat anders. Aanhangers van de radicale islam beleven de waarden van deze samenleving à la carte. Wel respect eisen voor hun godsdienst, maar daar geen tolerantie voor de uitingsvrijheid van een ander tegenover stellen. Radicale moslims kunnen hier betrekkelijk ongestoord hun gang gaan, omdat bij onze waarden hoort dat er veel 'moet kunnen'.

Wat is immers het alternatief? Wij kunnen de islam niet dwingend hervormen, ook al staat de meningenvrijheid er niet in aanzien. Aboutaleb kan stoer roepen 'rot op' tegen wie het hier niet bevalt. Maar godsdienstvrijheid blijft een grondwaarde, ook al weten we dat er in de politieke islam een relatie is tussen de gedachte en de naargeestige daad. Misschien leven we in minder 'schrikkelijke tijden' dan van den Bergh. Maar onze paradox is wel moeilijker.

Gedachtenvrijheid

Als de democratie een partij verbiedt, kan ze blijven bestaan. Maar als ze de gedachtenvrijheid verbiedt, bijvoorbeeld zoals Poetin, dan is het over en uit. Het enige dat helpt is een weerbare opstelling. Daaraan schort het in Nederland nog altijd behoorlijk, schrijft Paul Cliteur in zijn nawoord. 'Wie zo ruimhartig is dat hij ook extremisme niet wil 'uitsluiten' graaft zijn eigen graf.' Daarbij helpt het al helemaal niet, aldus Cliteur, de vlag uit te steken voor onze zwakke identiteit, of centrale waarden juist niet te willen verdedigen.

Allemaal herlezen, die oratie van Van den Bergh. Die is vooral verplichte literatuur voor intellectuele oliekoeken die het hooghouden van de erfenis van Willem van Oranje plegen af te doen als enggeestig nationalisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden