Oranje viert feest na het behalen van de finale.

kleurstof oranje

Oranje: het is toch een beetje of deze kleur de lijpheid in ons losmaakt

Oranje viert feest na het behalen van de finale. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Kleuren hebben al eeuwen een betekenis die soms bewust, maar meestal onbewust, een rol speelt bij het beoordelen van beelden uit kunst en actualiteit. Zoals Oranje, de kleur van, laten we eerlijk zijn, pure mystiek. 

Had ons koningshuis Van Blaeu-Nassau geheten, of De Roos-Nassau, dan hadden we afgelopen weken bij het WK voetbal massaal van links naar rechts gehost met blauwe of rode pakjes – tóch niet hetzelfde als oranje. En dat terwijl hun naam eeuwenlang niks met de kleur oranje te maken had, want die bestond nog niet. Willem van Oranje, die de toen al vijf eeuwen oude naam kreeg van zijn neef, associeerde het eerst niet met de kleur, de naam kwam van het prinsdom Orange in Frankrijk. De zoete sinaasappel was nog niet eens gearriveerd in Europa. Die kwam midden in de 17de eeuw met de Portugezen mee uit China. Vanuit het Sanskriet kreeg de vrucht de naam; naranja. Laranja in Portugees, arancia in Italië, orange in Frankrijk, en daarmee was er een nieuwe naam voor de bestaande kleur. Wij hielden het bij sinaasappel (China’s appel) maar zijn opvolgers grepen de semantische overeenkomst aan om de vrucht tot symbool van het huis Oranje te maken; zie het schilderij Vivat Oraenge uit 1667-1672, gemaakt om de benoeming van Willem III tot stadhouder te vieren: 

Jan Davidsz de Heem, Vivat Oraenge, 1667-1672, Paleis Het Loo. Beeld Paleis Het Loo

Om de sinaasappel hangt een krans van laurier, het overwinningssymbool. En het werd ónze kleur; in geen land ter wereld vallen kleur en energie zo goed en massaal samen als wanneer de Hollanders iets te vieren hebben.

Oranje laat alles vlammen. De kleur heeft ook in de kunst de onverklaarbare eigenschap te suggereren dat er meer is. Het straalt over de andere kleuren heen, dringt zich naar voren en lijkt vanuit een diepere bron te komen. Als kleuren bewogen, was oranje de wiebelkont. Het vibreert en danst, dus als zo’n menigte met oranje opblaashoeden op het Museumplein staat, dan is het toch een beetje of het de kleur is die de lijpheid in ons losmaakt. Waar oranje is, is een beetje magie.

Dat zie je in bijna elke cultuur. Alsof het deuren openzet. Voor de Maya’s was het een spirituele kleur; op de vaas hier is een bizar ritueel van bedwelming verbeeld, geheel in oranje: 

Kan met rituele scènes, Maya cultuur, Guatemala, 8ste-9de eeuw, Metropolitan Museum New York. Beeld Gift of Mr. and Mrs. Charles Diker, 1993 / Metropolitan Museum New York

Een man krijgt met een soort blaas een vloeistof in zijn achterste geperst, een verdovend klysma, waarschijnlijk bestaande uit alcohol en tabak. Op de bovenste rij is een vrouw het aan het bereiden, op de onderste brengt ze het in. Ze gebaren alsof hij iets van haar leert. Een uitbundig ritueel om dichter bij een hogere wereld van voorouders te komen, waar wij moeilijk bij kunnen met ons verstand. Misschien is oranje de drager omdat het aan vuur doet denken – ook de indrukwekkende doeken waarmee kunstenaar Christo in 2005 Central Park in New York tooide, leken op een gang vol wapperende vlammen, voor wie er onderdoor liep als het zonlicht erdoor scheen:

Christo, The Gates, 2005, Central Park in New York. Beeld Shawn Ehlers / Wire

 26 jaar had Christo er aan gewerkt. Het effect was, volgens velen die zich in de installatie begaven, pure mystiek. Alsof een heilig vuur je even bij de eeuwige zielen van alle mensen bracht. Het zal geen toeval zijn dat Munch de golvende lucht boven in zijn wereldberoemde werk De Schreeuw ook de mystieke kleur heeft gegeven, als een zinderende strijd tussen leven en dood. Oranje boven.

Edvard Munch, De Schreeuw, 1893, National Gallery Oslo. Beeld Collectie Nationaal museum voor Schone Kunsten Oslo

Waar komt oranje vandaan?

In tegenstelling tot rood, blauw en geel is oranje een afgeleide kleur; het ontstaat door een mengsel van geel en rood. Toch zijn er pure oranje pigmenten. Al in de oudheid kenden kunstenaars orpiment (letterlijk: goudspigment), ook wel arseen-sulfide of zwavelarsenicum genoemd, een vulkanisch mineraal dat bij verhitting een fel oranje kleur kreeg. Egyptenaren gebruikten oranje veel voor de huid van figuren (met name de goden) en in de achtergrond. Ze wonnen de kleur uit realgaar, ook een giftige arseen-sulfide, die ook in de renaissance veel werd gebruikt. Oranje kan verder uit gele oker worden gemaakt en de meest felle, dekkende versie is cadmiumoranje. Die werd uitgevonden in 1817 en gebruikt door Van Gogh en Munch. Maar je kunt je kwasten beter niet uitwassen in de gootsteen; cadmium is een zwaar metaal en zeer vervuilend. In 2015 probeerde de Europese Unie het pigment te verbieden. Dat lukte niet – kunstenaars en experts toonden aan dat de vervuiling van cadmium pigmenten verwaarloosbaar was, de echte vervuiling komt uit de productie van nikkel-cadmium in batterijen. De EU trok daarop de ban in.

Volg Wieteke op Instagram: @artpophistory

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden