Opvallend veel bezoekers strelen de muren

De Chinees-Amerikaanse architect I.M. Pei bouwde in Luxemburg het eerste museum voor hedendaagse kunst: Mudam. De bouw verliep traag en bezoekers zoeken vergeefs naar ‘schilderijen in een lijst’....

Op de scheidslijn van de oude Luxemburgse binnenstad en het Kirchberg-plateau, een moderne kantorenwijk met voornamelijk lelijke bankgebouwen en Europese instellingen, is sinds 2 juli een soort miniatuur-Getty Center gevestigd. Het gloednieuwe museum voor moderne kunst, van de straatkant verscholen achter de vorig jaar geopende Philharmonie, kijkt vanuit de hoogte neer op Luxemburg, net zoals het Getty op Los Angeles; beide musea zijn opgetrokken uit kalksteen en liggen mooi ingebed in hun groene omgeving.

Maar qua oppervlakte kan het Musée d’Art Moderne Grand-Duc Jean, alias Mudam, zich uiteraard niet meten met het Getty. Het nog in aanleg verkerende park van de Franse landschapsarchitect Michel Desvigne is beduidend kleiner. De architect is niet Richard Meier, maar de minstens zo vermaarde Chinese Amerikaan I.M. Pei (1917).

Voor de Luxemburgers telt nóg een contrast: niet een oliemagnaat, maar de belastingbetalers draaiden op voor de bouwkosten, 88 miljoen euro. En die zijn lang niet allemaal even overtuigd van nut en noodzaak van het Mudam.

‘We hebben de eerste week heel wat klagende bezoekers gehad’, zegt gids Stina Fisch. ‘Men vindt dat het veel gebouw is voor weinig kunst. En vooral oudere mensen vragen waar de schilderijen in lijsten zijn.’

Het eenvoudige antwoord: nergens. Wat er wel is, laat zich niet onder één noemer vatten: video-installaties en neonkunst, het glasgordijn Bottle Messenger van Nari Ward en Wall Drawing, een ruimte die de Fransman Marc Couturier met een zilverstift in een week tijd metershoog volkrabbelde. Een van de pronkstukken is van de Belg Wim Delvoye. Hij maakte een zwartstalen, gotische kapel die in plaats van devote heiligenlevens in het glas-in-lood röntgenfoto’s plaatste van onder meer ruggengraten, schedels en erotiek.

Het openingsthema Eldorado lijkt er wat met de haren bijgesleept, al moet die noemer volgens gids Stina Fisch ook overdrachtelijk worden opgevat. Na jaren wachten – de concrete plannen voor Mudam dateren van 1989, I.M. Pei kreeg de ontwerpopdracht in 1990, de bouw begon in 1999 – heeft Luxemburg pas nu eindelijk een museum voor hedendaagse kunst.

De controverses waren al van voor de opening. Zelfs de locatie is omstreden: Mudam ligt op een oude fortificatie uit 1732, maar Pei wist de oude omwalling met respect in zijn ontwerp op te nemen. De glazen dakstructuren, waaronder een pyramideachtige hal van 33 meter hoog, maken het gebouw opvallend licht. Een verbinding naar het nog te openen naburige fortificatiemuseum bleek echter letterlijk een brug te ver.

Het is geen toeval dat opvallend veel bezoekers even de buitenmuren bekloppen en strelen. Niet enkel wegens hun schoonheid – Pei koos dezelfde zachte Magny Doré-kalksteen uit de Bourgogne die hij ook benutte bij zijn uitbreidingen van het Louvre in Parijs en van het Deutsches Historisches Museum in Berlijn – maar vooral vanwege de politieke controverse en de mediarel bij de aanschaf. De bouw van het Mudam liep twee jaar vertraging op omdat de aanbesteding voor de stenen niet deugde.

‘We hopen dat al die geschillen nu heel snel worden vergeten’, zegt Louis Bestgen, een jonge Belg die bij Mudam verantwoordelijk is voor de contacten met de architect en de overheid. ‘Pei heeft een indrukwekkend gebouw ontworpen. Ondanks zijn ervaring vond hij het een zoektocht. Hij maakt voor het eerst een museum voor contemporaine kunst.’ Dat stelt volgens Bestgen heel andere eisen dan een museum met een vaste collectie die ‘voor de eeuwigheid’ op een sokkel en aan de muur komt. ‘Wij hebben een collectie van 230 stukken en gaan zeker drie keer per jaar van expositie wisselen.’

In de museumwinkel wordt het openingsthema Eldorado tastbaar: het kunstwerk Pond Life is een blauwe bak vol met muntstukken, ontworpen door Bill Woodrow van de New British Sculpture Group. Zijn munten tonen op de ene zijde een oog in de geografische vorm van het groothertogdom en aan de andere kant twee parende kikkers op een berg kikkerdril.

Het is een ludieke poging om de weerstanden tegen het museum te overwinnen, want alle bezoekers mogen een munt uit Pond Life mee naar huis nemen. ‘Ouni iech gett et de musee net’, luidt het opschrift, Luxemburgs voor ‘zonder jullie is er geen museum’.

\N Beeld
\N
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden