Ophuis maakt denkfout met 'Srebrenica I'

'Is schaamte in beeld te brengen?', vroeg Tijs Goldschmidt zich af in de catalogus bij de fototentoonstelling Wegkijken, die hij in de Haarlemse Hallen had samengesteld....

Vergelijkbaar met het fotografisch onderzoek van Goldschmidt, vroeg de Ronald Ophuis zich af of schaamte (en daarmee onrecht en wraak) ook te verbeelden is in de schilderkunst. Althans dat lijkt zijn uitgangspunt bij het immense doek dat momenteel in Galerie De Praktijk in Amsterdam hangt: Srebrenica I.

Nu is de keuze voor de val van de Moslim-enclave, op 13 juli 1995, op zich al een veelbelovend onderwerp voor wie zich met schaamte bezig wil houden. Meer dan zevenduizend mannen werden door Serviërs de dood in gejaagd, onder de ogen van hun vrouwen, Dutchbaters en iedereen die naar de tv keek.

Het is een bizarre aanleiding voor een schilderij. Maar Ophuis houdt van dit soort thema's. Als 'chroniqueur van gruwelijkheden' beeldde hij de afgelopen jaren met regelmaat gebeurtenissen uit waarvan we het bestaan wel kennen, maar die gelukkig slechts weinigen hebben ondergaan of gezien: kindermishandeling, miskramen, seksuele 'spelletjes' en verkrachtingen. Geen opbeurende thematiek, wel adequaat geschilderd. Zo adequaat dat ze uit tentoonstellingen werden verwijderd of aanleiding gaven tot afgrijzen en kritiek. Kritiek die er ook was omdat Ophuis' schilderijen zinloos zouden zijn in het tijdperk van de nieuwe media. Zijn de beelden van videomakers, tv-journalisten en fotografen niet confronterender en overtuigender?

Nu kon Ophuis zich in zijn schilderijen altijd nog beroepen op de macht van de verbeelding. Zijn mise-en-scènes met kinderverkrachters, moordenaars en seksueel balorige scouts waren weliswaar gebaseerd op de ware gebeurtenissen, maar imiteerden die werkelijkheid niet. Ze ontleenden hun kracht aan een mengeling van herinnering, onderzoek en voorstellingsvermogen. Én omdat Ophuis geen zedenprediker wilde zijn: zijn schilderijen ontstonden uit een misschien morbide vorm van verwondering, maar niet uit morele verontwaardiging. Althans, tot nu toe.

Want zo waardevrij is zijn Srebrenica I niet. Het schilderij wil inzicht geven in waarom dit überhaupt heeft kunnen gebeuren. Die schuldvraag is nieuw in het oeuvre van Ophuis. In zijn vroegere werk ging het over de inwisselbaarheid van daders en slachtoffers (joden die elkaar verkrachten in een concentratiekamp). Nu is de rolverdeling duidelijk: de negen mannen in de schuur zullen over enkele minuten door Serviërs worden geëxecuteerd. Iedereen die het kon weten, niemand die iets deed. En daarmee appelleert de voorstelling aan een collectief schuldgevoel.

Waarschijnlijk is dat de reden waarom de stijl in het Srebrenica-schilderij zoveel minder verbeeldend is dan voorheen. Ophuis stond al niet bekend als de meester van de zwierige toets, maar zijn empathie met de moslims heeft zijn stijl nog prozaïscher gemaakt; eenvormige koppen, lichamen als harken en een vegetatie die komen, ondanks de hoeveelheid realisme, maar niet tot leven.

Maar Ophuis heeft ook een grote denkfout gemaakt. Door zich het lot van de slachtoffers aan te trekken, wilde hij de weergave van de toedracht in Srebrenica geen geweld aan doen. Het schilderij moest zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven. Geen geënsceneerd drama, maar een reconstructie van kille feiten, gebaseerd op boeken, verslagen en verklaringen van ooggetuiggen, en op het bezoek dat Ophuis vorig jaar aan het rampgebied aflegde.

Wie daarin wil slagen moet over de nodige hoeveelheid verbeeldingskracht beschikken. Denk maar aan hoe Théodore Géricault (Ophuis' grote voorbeeld) en Gerhard Richter de geschiedenis naar hun hand konden zetten. Géricault schilderde zijn Vlot van Medusa drie jaar na een waargebeurde scheepsramp in 1816; Richter maakte een schilderijenserie over de Rote Armee, elf jaar nadat Baader, Enslinn en Raspe op 18 oktober 1977 dood werden aangetrokken in de Duitse Stammheim-gevangenis. Zij probeerden een drama te verbeelden, met alle mogelijkheden en beperkingen die de schilderkunst eigen is, zonder zich al teveel te bekommeren over schuldvragen en slachtoffers.

Ophuis daarentegen staat te dicht bij zijn onderwerp. Hij vereenzelvigdt zich ermee. Hij wil wat rechtzetten. Maar ergens halverwege verbeeldingskracht en realisme, tussen ethiek en historische juistheid is Ophuis het spoor bijster geraakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden