Opgestart en verdergegaan

Technologietijdschrift Wired maakte in 2012 een serie waarin de honderd ‘hottest start-ups’ van Europa werden belicht. Onder deze honderd bevonden zich tien Nederlandse beginnende techbedrijven, waarvan het merendeel uit Amsterdam komt. ‘Waar ruimte goedkoop is’, toen nog wel. Hoe gaat het nu, zes jaar later, met deze beloften? En welke lessen hebben de oprichters geleerd van hun avontuur?

Beeld Noel Loozen

22 Tracks: verdwenen

Wat: muziekafspeellijsten

Spotify bestaat rond 2010 nog niet in Nederland en 22Tracks springt in het gat dat gratis muziekdiensten als Napster hebben achtergelaten. De belofte van de Amsterdamse start-up: 22 speellijsten in verschillende genres, ieder met 22 gratis te beluisteren nummers. De nummers worden door dj’s en andere smaakmakers bij elkaar gebracht om het publiek zo te laten kennismaken met nieuwe muziek. Het idee komt van radiomaker Vincent Reinders, op dat moment dj bij FunX. ‘Zelf was ik toen alleen bezig met hiphop. Om me heen zag ik anderen even gepassioneerd over hún muziek praten. Hoe gaaf zou het zijn als we al die genres konden combineren?’ Reinders en mede-oprichter Gilles de Smit hebben het tij mee: het idee wordt door de platenindustrie omarmd. ‘Ze stonden te trappelen om op onze lijsten te mogen. Ze wilden na Napster niet nog eens de boot missen.’ Niet alleen vanuit Amsterdam wordt muziek verzameld, al snel volgden Brussel, Londen en Parijs. Maar dan begint het klimaat te veranderen en het aanvankelijke enthousiasme van de labels slaat om. Ineens moet 22Tracks die labels gaan betalen om muziek te mogen aanbieden. Reinders noemt het, terugblikkend, een van de oorzaken van het falen van 22Tracks. De andere grote oorzaak: Spotify. In 2017 is het feest voorbij. Had Reinders het achteraf anders aangepakt? ‘Misschien hadden we iets minder vanuit onze passie moeten handelen en wat commerciëler moeten denken en gelijk al investeerders moeten zoeken. Aan de andere kant: dan was het misschien al na twee jaar voorbij geweest.’ Reinders is nog altijd trots: ‘We hebben superveel voor elkaar gebokst. We hadden fans over de hele wereld. En het is ook een verschil met Spotify hè: wij waren van vlees en bloed. Geen algoritmen. Daar geloof ik nog steeds in.’

Beeld Noel Loozen

Layar: kwijnend

Wat: augmented reality

Een typisch gevalletje ‘te vroeg’. Als Layar met zijn app op de markt komt, is de  term ‘augmented reality’ (AR) nog geen gemeengoed. Maar indrukwekkend is het wel: wie zijn mobieltje op een huis richt, ziet daarboven een wolkje met de makelaarsinformatie van Funda verschijnen. Funda was de eerste partij waarmee Layar samenwerkte. Aan zelfvertrouwen geen gebrek: ‘We wilden de nieuwe Google worden. Een nieuw massamedium, het startpunt voor ieder mobiel gebruik, voorgeïnstalleerd op iedere Nokia’, vertelt mede-oprichter Maarten Lens-Fitzgerald. ‘Tegelijk waren we helemaal niet bezig met start-upje spelen. We wisten helemaal niets van het hele spel met startkapitaal en angel investors. Nee, gewoon: we maken een heel gave app. En het ging vanzelf: investeerders namen allemaal contact met ons op.’ Layar is hot en trekt ook internationaal aandacht. ‘We maakten die eerste jaren echt fantastische dingen. We liepen voorop.’ Maar Layar maakt zijn belofte niet waar. Hij weet nu waarom: ‘Het loste geen probleem op. Layar was gewoon gaaf. Dat is uiteindelijk niet genoeg.’ Layar wordt in 2014 aan Blippar verkocht, dat inmiddels een wat kwijnend bestaan leidt. De oprichters wilden Layar vorig jaar nog terugkopen. ‘Dat was een oprisping. Ik ben er nu klaar mee en richt me weer op nieuwe dingen.’

Silk: verkocht

Wat: software voor het verwerken en visualiseren van data

Salar al Khafaji verkoopt Silk in de zomer van 2016 aan het veel grotere Amerikaanse Palantir. Beide bedrijven zijn gespecialiseerd in het verwerken van data. Silk blinkt uit in gebruiksvriendelijkheid. Met een paar drukken op de knop kunnen gebruikers prachtige visualisaties maken. Dat valt in de smaak en de vijftien werknemers komen in dienst van de marktleider. Toen hij zijn bedrijf begon, was dit niet zijn droom: gekocht worden door de concurrent. Nee, Al Khafaji wilde wat iedere startup wil, een beursgang. Maar een verkoop is een meer dan mooie troostprijs, zegt hij.

Localsensor: niemandsland

Wat: advertentietechnologie 

Het idee van Localsensor is om in apps relevante advertenties te kunnen aanbieden op basis van locatie. Leuk, maar het slaat niet genoeg aan. Voor de lokale bakker is het veel te veel gedoe, terwijl de grote partijen hun budgetten steeds meer bij Google en Facebook neerleggen. De belofte van 2012 is dus niet waargemaakt? ‘Nóg niet’, zegt mede-oprichter Rob van Buuren. ‘We waren te vroeg en hebben onderschat hoe vast de markt zit aan bestaande modellen.’ Van Buuren hoopt dat Nederlandse uitgevers eindelijk eens gaan samenwerken en een eendrachtig antwoord kunnen geven op de Google’s, onder andere door van zijn advertentie-technologie gebruik te maken.

WeTransfer: succesvol

Wat: eenvoudig uitwisselen van bestanden

Nalden Beeld Robin de Puy

Interviews geeft Nalden, mede-oprichter van WeTransfer, eigenlijk niet meer. Gezicht naar buiten is sinds twee jaar Gordon Willoughby, ex-Amazon. De verandering illustreert de fase waarin het bedrijf nu zit: Amerika moet worden veroverd vanuit het kantoor in LA. Nalden, nog immer werkzaam bij de dienst, blikt via e-mail terug. WeTransfer doet in essentie al die jaren hetzelfde: op een hele simpele manier bestanden laten uitwisselen waarbij het geld wordt verdiend via fraai vormgegeven beeldvullende ‘wallpapers’ waarvoor adverteerders betalen en met betaalde diensten. ‘Ik geloof niet in geluk’, schrijft Nalden. ‘Wel in timing. En in mensen, die maken het verschil. Omring jezelf met goede mensen die kritische vragen durven te stellen zodat de beste ideeën overleven.’ Wat volgens Nalden ook meehelpt: WeTransfer is winstgevend en dus minder afhankelijk van investeerders. ‘Dat zorgt ervoor dat je een eigen koers kunt blijven varen.’ Die eigen koers komt onder meer tot uiting in wat Nalden de typisch Hollandse kijk op vormgeving noemt. Functioneel design in plaats van schreeuwende banners. Nalden heeft in 2008 een succesvol blog waarop dan al advertentie-wallpapers staan. Zijn zakenpartner Bas Beerens heeft rudimentair gereedschap voor het uitwisselen van bestanden. Ze besluiten deze twee elementen samen te voegen. ‘Het ontstond allemaal vrij naïef, maar toen moesten we nog wel een heel bedrijf bouwen om het product heen, wat met vallen en opstaan is gelukt.’

Usabilla: succesvol

Wat: online software die bedrijven gebruiken om te ontdekken hoe hun website of app wordt gewaardeerd door bezoekers, en waar ze eventueel afhaken.

Het beginnen van een start-up is te vergelijken met het laten opstijgen van een vliegtuig: je wilt je zaken van de grond krijgen en om voldoende vaart te krijgen, zijn investeerders nodig. Daarom spreken start-up-ondernemers in de beginperiode over de runway, de startbaan. Heb je genoeg, dan stijg je op. Kom je tekort, dan crash je.

Usabilla dreigt al in het begin van zijn prille bestaan van de baan te schieten. ‘Het was 2011, we hadden 750 duizend euro ontvangen van een investeerder die brood zag in ons idee’, vertelt ceo Marc van Agteren, een van de vroege founders van het Amsterdamse bedrijf. Met dat geld kunnen programmeurs worden aangenomen en een pand gehuurd. Er zijn dan al grote klanten: Sony, Disney, Sanoma.

De start-up begint te groeien. Maar de omzet blijft achter. ‘Die was net groot genoeg om één man van te kunnen betalen’, vertelt van Agteren. Er zijn er elf in dienst. Terwijl de start-up probeert vaart te maken, zien de oprichters de startbaan snel korter worden. ‘In mei 2012 waren we denk ik twee maanden verwijderd van een faillissement’, zegt Van Agteren. Het roer moet om. Mensen worden vertrekken, vier blijven over, met pijn in het hart. Het product wordt vernieuwd. En belangrijker: het verdienmodel.

‘Eerst konden klanten een maandabonnement nemen, en dat is precies wat ze deden.’ Als een klant een nieuwe site maakt, gebruikt ze Usabilla een maandje om te kijken wat de gebruikers vinden, en zeggen daarna weer op. De inkomstenstroom is daardoor beperkt en er gaat veel energie zitten in het vinden van nieuwe klanten. Door het product zo te veranderen dat de klant een verbintenis aangaat voor een jaar, weten de oprichters de inkomstenstroom te verlengen. Bovendien ontvangen ze hun geld nu vooruit.

Klanten zijn enthousiast over de nieuwe koers en melden zich massaal aan. ‘Binnen acht maanden draaiden we break-even.’

Tot 2015 werken er vijf man, nu telt het bedrijf 110 medewerkers, met een pand aan het Amsterdamse Rokin en vestigingen in onder meer Parijs, Berlijn, New York en Sydney. Het bedrijf bloeit en het aardige is dat enkele klanten van het allereerste begin nog altijd gebruik maken van de diensten van Usabilla. Daar zijn we trots op, zegt Van Agteren.

Foodzy: kwijnend

Wat: een eetdagboek waarmee gebruikers makkelijk kunnen bijhouden hoe veel calorieën ze binnen krijgen.

Vijf jaar geleden verschijnen juichende recensies over het idee van een eetdagboek, dat wekelijks overzichten geeft en tips biedt. Maar inmiddels is de wereld tientallen van dit soort apps verder en sinds een paar jaar is het stil rond Foodzy. De app kan nog worden gedownload, maar de blog is afgesloten en medewerkers reageren niet op verzoeken tot contact.

Adyen: succesvol

Wat: De kassa van het internet

Gewone stervelingen kennen dit bedrijf nauwelijks, maar concerns als Facebook, Spotify, eBay en Netflix laten hun betalingen graag via Adyen verlopen. Vorig jaar handelde het bedrijf voor 108 miljard euro aan betalingen af en boekte het zelf een omzet van ruim een miljard. Adyen verslaat bestaande banken naar eigen zeggen omdat het sneller en makkelijker werkt.

Layergloss: mislukt

Wat: hulpmiddel voor het bouwen van apps

Zelf een app bouwen is niet iedereen gegeven. Een handig hulpmiddel kwam vijf jaar geleden dus zeer van pas. LayerGloss is zo’n hulpje dat onervaren programmeurs met behulp van tientallen sjablonen apps laat bakken. Het bedrijfje presenteert zich als het Wordpress (een gereedschap voor het maken van weblogs, ook niet meer zo en vogue) voor apps. Investeerders zien brood in het concept en LayerGloss groeit in een jaar tijd naar veertien medewerkers. Maar het gaat mis. De oprichters raken slaags en het platform bestaat niet meer.

Hoe maak je je startup tot een succes?

Daar is je start-up, klaar om de wereld te veroveren. Maar hoe? Je hebt een tof idee, maar hoe ga je ervoor zorgen dat je nieuwe bedrijf succesvol wordt? Hier komt Patrick de Zeeuw in beeld, mede-oprichter van Startupbootcamp, een investeerder die jaarlijks 200 tot 250 jonge bedrijfjes helpt te groeien. Met kleine investeringen en vooral met kennis. Met vestigingen over de hele wereld heeft Startupbootcamp inmiddels 650 startups begeleid.

Er zijn twee belangrijke redenen waarom een start-up het niet haalt. De eerste ligt voor de hand: er is, zoals De Zeeuw zegt, geen market fit. Dit betekent dat er te weinig mensen op je product of dienst zitten te wachten. Omdat je te vroeg bent. Of te laat. ‘Of er is gewoon geen businessmodel.’

Soms verandert een bedrijf wel twee of drie keer van propositie voor het succesvol wordt, zegt De Zeeuw. Denk aan Airbnb: ooit begonnen met de verhuur van luchtbedden in hun eigen appartement. Veel belangrijker is de tweede reden waarom bedrijven het niet redden: het zit niet goed tussen de oprichters, founders zoals ze in start-upjargon heten. Die krijgen nogal eens mot met elkaar, of met de investeerders. Dit probleem ligt dieper: spanningen blijven aanvankelijk onzichtbaar omdat iedereen bezig is het bedrijf van de grond te tillen.

Omdat bijna altijd onderhuidse spanningen bestaan, is pre-mediation eenstandaardonderdeel van een startupbootcamp. Ambities veranderen, er ontstaat gedoe over geld. Een van de founders krijgt een nieuwe vriendin die vindt dat die gast maar eens een gewone baan moet vinden en geld moet gaan verdienen. Voor je het weet loopt het mis. ‘Problemen moeten op tafel voor ze zichtbaar worden’, stelt De Zeeuw. Ze kunnen dan worden besproken voor ze uitgroeien tot iets wat het voortbestaan van het bedrijf bedreigt. ‘Zie het als preventief onderhoud. Net zoals je elk half jaar naar de tandarts gaat en je auto naar de apk brengt.’

Geen enkel beginnend bedrijf doet dit, zegt De Zeeuw. ‘Terwijl het een van de belangrijkste succesfactoren is.’ Start-ups doen tijdens de periode dat ze worden begeleid twee sessies met mediators, waarin alles op tafel moet.

Nog een les: niet te veel founders. ‘Eén oprichter is lastig, die moet alles zelf doen.’ Twee is beter, zeker als de een de uitvinder is en de ander de verkoper. Zoals Steve Jobs en Steve Wozniak van Apple. Drie is al lastiger. ‘Vijf oprichters is een drama. Beginnen we niet meer aan.’

De methode lijkt succesvol. Vier jaar na oprichting is 75 tot 80 procent van de start-ups die door Startupbootcamp zijn begeleid nog actief. [kan weg] De ‘onderkant’ heeft een marktwaarde van tien tot twintig miljoen euro. Een van de succesnummers is relayr, met een marktwaarde van tweehonderd miljoen euro. Voormalige startup StartMonday is genoteerd aan de beurzen van Frankfurt en Toronto.

Een van de belangrijkste voorwaarden voor blijvend succes is dat de start-up-geest bewaard blijft. Staan de founders nog aan het roer? Heeft het bedrijf nog de juiste spirit? Een groot risico is het binnenhalen van managers van een grote corporate, zegt De Zeeuw. ‘Zo iemand kan de cultuur naar de filistijnen helpen.’ Denk opnieuw aan Steve Jobs, die John Scully van Pepsi binnen haalde en vervolgens zelf het bedrijf werd uitgewerkt. ‘Onze taak is de cultuur in orde krijgen, en de founders op een lijn’

Patrick de Zeeuw van Startupbootcamp Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.