Opgepast: ‘Poldermodeldans is het einde van het liedje’

Lijkt de dans in 2020 nog wat of verkrampt de sector? Daarover gaat het debat Dansplan 20/20. Technologie of niet: Voor we het weten is de dans ‘opgelost in het mens-zijn’....

Van onze medewerkster Mirjam van der Linden

Als je gezichtsscherpte normaal is, noemen ze dat in het Engels twenty-twenty. Het is een onbedoelde, mooi meegenomen betekenis van Dansplan 20/20, een nieuw initiatief van zeven organisaties uit de Nederlandse danswereld. Op basis van een serie discussies die voor de hele dansgoegemeente toegankelijk is en die afgelopen vrijdag in Amsterdam van start ging, willen anoukvandijk dc, de Collectieve Danspromotie, Emio Greco/PC, Het Nationale Ballet, Holland Festival, Nederlandse Dansdagen en Springdance komen tot een breed gedragen visie van de danssector zélf op de toekomst van de dans in Nederland. Hoe ziet de dans er in 2020 uit? Bestaat dans as such dan nog wel? En wat is nodig voor een gezonde ‘dansecologie’?

Dansplan 20/20 is een opmerkelijk initiatief. Allereerst: welke andere kunstdiscipline in Nederland gaat genoeglijk om de tafel zitten voor een gezamenlijk artistiek standpunt? Die samenscholingsdrang begon enkele jaren geleden met de Collectieve Danspromotie, een organisatie die namens een groot aantal gezelschappen en productiekernen ‘de dans’ bekender en geliefder probeert te maken. En parallel aan Dansplan 20/20 loopt nóg een door de sector zelf geïnitieerd onderzoek: de brancheorganisatie voor de dans, het DOD, doet ook aan ‘helikopterresearch’ over knelpunten in de sector.

Verder is Dansplan 20/20 natuurlijk niet minder dan een openlijke motie van wantrouwen tegen de Raad voor Cultuur; van de dans tegen zijn eigen afgevaardigden. Met name het laatste advies van de Raad aan de staatssecretaris oogstte weinig lof. De dans voelt zich onbegrepen. De meest directe aanleiding voor het oprichten van Dansplan 20/20 was de klacht dat het bestel te weinig ruimte biedt voor onderzoek en experiment. Kennelijk ondanks (of misschien juist vanwege?) alle op ontwikkeling gerichte werkplaatsen en productiehuizen.

Na een plenaire aftrap, verricht door de choreograaf Harijono Roebana en een theatermaakster die zich tot de dans rekent ‘omdat ze vanuit een dansmentaliteit werkt’ (Ivana Müller), kregen zo’n honderd belanghebbenden, hoofdzakelijk uit de moderne dans, gelegenheid visionair te zijn in subgroepjes.

Zucht één: ‘Ik weet vaak al niet wat ik in mijn volgende stuk ga doen.’ Zucht twee: ‘In 2020 is het woord aan de generatie die nu nog op school zit.’

Er worden ballonnetjes opgelaten – ‘dansen via de i-pod’, een ‘afdeling derwisj-dansen bij Het Nationale Ballet’ – en er klinken persoonlijke wensen (een repertoiregezelschap voor moderne dans). Waar sommigen een nog grotere rol van technologie en wetenschap verwachten, weten anderen dat ‘de essentie van het mens zijn’ belangrijker gaat worden. Een choreograaf, net terug van een reis, heeft zelfs ontdekt dat waar ook ter wereld ‘iedereen mens is’. Dans is definitief (?) in multi- of zelfs pandisciplinaire regionen beland, of sterker nog: zal in 2020 zelfs helemaal zijn ‘opgelost in het mens-zijn’.

Müller benadrukt de specifieke rol die dans kan spelen in ‘het proces van nadenken’ dat elke theatervoorstelling in essentie voor haar is. Ze betoogt dat nadenken ook ‘via het gevoel’ kan en dat dans daarvoor bij uitstek geschikt is omdat hij associatief, intuïtief en lichamelijk werkt. ‘Dans kan in 2020 niet meer alleen schoonheid en entertainment zijn; hij moet ook politiek worden.’

Wanneer de choreograaf Ton Simons hardop hoopt dat de dans zo divers blijft als hij nu is, ‘want poldermodeldans is het einde van het liedje’, raakt hij een fundamenteel punt, dat helaas niet ter discussie stond. De Nederlandse dans is een verzameling concurrenten die, als het goed is, allemaal vol overtuiging voor hun eigen hachje strijden. Het enige feitelijke verband tussen al deze makers van zo diverse pluimage – hét handelsmerk nota bene van de Nederlandse dans – zijn de subsidies, zoals Roebana bij aanvang aanstipte.

Voor het artistieke discours is het mooi dat de dansmakers nieuwsgierig zijn naar elkaar en van gedachten willen wisselen. Dat kan een functie van Dansplan 20/20 zijn. Maar om aan beleidsbeïnvloeding te kunnen doen, moet de discussie scherper worden gevoerd, om te beginnen over de randvoorwaarden. Hoeveel geld is er voor de dans en hoe wordt dat verdeeld? Is er te weinig ontwikkeling? Is het dansvakonderwijs nog van deze tijd? Dat zijn noties die de afzonderlijke maker overstijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden