Opgeknapte Butterfly is lichtvoetig en zonnig

Madama Butterfly..

AMSTERDAM Jaap van Zweden, dirigent en verzamelaar van chefsbenoemingen, wordt waarschijnlijk de enige chef ter wereld die gelieerd is aan vier orkesten. Het Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamerfilharmonie delen hem vanaf september 2008 met de Filharmonie van Vlaanderen en orkest van Dallas in Texas.

Het motto waarmee deze stad burgers en investeerders werft – Live Large, Think Big – heeft Van Zweden afgehouden van een groot project. De Ring-cyclus van Wagner die hij in 2009 zou openen bij de Nationale Reisopera, wordt overgenomen door Ed Spanjaard. Maar een debuut bij de Nederlandse Opera kon er best nog vanaf.

Madama Butterfly: in het Muziektheater stond Van Zweden vrijdag oog in oog met het gezelschap waarvan hij 1,5 jaar geleden afscheid nam als chef, het Residentie Orkest. Hij gaf, na verkenningen van Verdi’s Traviata en Beethovens Fidelio bij de Reisopera (en een invalbeurt bij de Nederlandse Opera met Fidelio) opnieuw een fraai visitekaartje af, als theaterman met gevoel voor karakters en situaties.

Het betrof een reprise. Een van een riskant soort. De Opera haalde Puccini’s Butterfly in 2002 in huis in een even sobere als beeldschone levende poppenenscenering van Robert Wilson uit Parijs, en bracht er destijds het NedPhO en Edo de Waart voor in stelling.

Dat liep uit op een deceptie. Kallen Esperian, vertolkster van de geisha die in Puccini’s ‘Japanse tragedie’ met engelengeduld op de terugkeer wacht van een Amerikaanse marineman met wie ze getrouwd denkt te zijn, legde in haar cantilenen de warmte van een diepgevroren sushi-menu. De marineman stak haar naar de kroon met gezongen versies van de beurspagina. De Waart voorzag het orkestrale fundament al evenmin van temperatuur.

Van Zweden streeft het tegenovergestelde na. Daar knapt deze Butterfly, inmiddels voorzien van een betere cast, aanzienlijk van op. Het orkestrale triptriptrip waarmee Puccini op Japanse sferen mikt, paart bij Van Zweden lichtvoetigheid aan zonnigheid. Gonzende strijkers verlenen bonhomie aan het chauvinistische voor-geld-is-alles-te-koop van luitenant Pinkerton (de tenor Richard Leech). Fijnzinnig blazerswerk onderstreept de kwetsbaarheid die de Roemeense Adina Nitescu in haar vertolking legt van het kindvrouwtje Cio-Cio San. En als haar familie haar verstoot, klinken trammelant en tierelier in gedoseerd crescendo.

Dat daarmee het Nirwana nog niet wordt bereikt, heeft z’n oorzaken. Puccini is er één van. Het dilemma waar hij elke castingdirectie met Butterfly voor plaatst, wordt niet opgelost. Adina Nitescu, een en al onschuld, mist de blaasbalgen en stemkleuren die haar aria van het Grote Wachten boven het anecdotische kunnen doen uitstijgen. Daarbij is Van Zweden nog op zoek naar een balans tussen twee uitersten van het operadirigentenmétier: zangers steunen en de ruimte gunnen, dan wel de touwtjes in handen houden en de muzikaal-dramatische voortgang stuwen.

Van Zweden kon niet voorkomen dat de finale harakiri, door Nitescu gepleegd met blote handen (de requisietenafdeling heeft hier een ongebruikelijk rustige avond), het sluitstuk werd van een langdradige slotscène.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden