Beschouwing Reprise van een wrange revue

Operette bij een open graf: de macabere revues in kamp Westerbork

De nieuwe overkapping van het huis van kampcommandant Gemmeker: hier wordt de opera Ludmilla opgevoerd. Beeld Collectie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Na 75 jaar beleeft de laatste revue die in kamp Westerbork werd uitgevoerd een reprise. Haar titel, Total Verrückt, deed recht aan de macabere werkelijkheid van het oorlogsvertier.

Op 31 augustus 1943 verblijft de Joodse journalist Philip Mechanicus (1889-1944) al driekwart jaar in Durchgangslager Westerbork. Maar hij houdt niet op zich te verbazen over de macabere werkelijkheid van het kamp, voor de meeste bewoners de laatste halteplaats vóór Auschwitz. ‘Dit keer werd er, terwijl het transport zich in beweging zette, gedanst’, schrijft hij in zijn dagboek. ‘Het staat er: gedanst. Er is al sedert enige tijd een revue in voorbereiding. Alsof Westerbork op zichzelf al niet genoeg revue was.’

Daarmee doelt hij op de geregelde transporten naar het omineuze oosten in combinatie met de banale alledaagsheid van de kleine stad die Westerbork toen was. Er wordt een speelplaats voor de kinderen ingericht: ‘Vier wippen, twee rekstokken, een zandbak’. Op de appèlplaats worden wedstrijden in uiteenlopende disciplines afgewerkt: ‘Hardlopen, estafettelopen, touwtrekken voor seniores en juniores’, noteert Mechanicus. ‘Ironisch sprak men van: trans-sportwedstrijd.’

Mechanicus beschrijft een ‘opgeschoten jongen met spiernaakt, gebruind lichaam achter een handkar. Op zijn rechterborst de helgele Jodenster, vastgeplakt met leukoplast. ’ En hij noteert de reprimande van een moeder voor haar dochter die met een ‘vies gezicht’ naar haar toetje kijkt. ‘Hoor eens, als je je pudding niet opeet, ga je zónder mammie op transport.’ Maar het toppunt van absurdisme werd wel gevormd door de zes revues die tussen juli 1943 en juni 1944 in kamp Westerbork werden uitgevoerd.

Een liefhebberij van de kampcommandant

‘Het speelgoed van Gemmeker’, werden de revues genoemd. Ofwel: een liefhebberij van kampcommandant Albert Konrad Gemmeker (1907-1982). Een dure liefhebberij. Aan de kostumering en de decors van de voorstellingen besteedde hij maar liefst 25 duizend gulden. Hij liet een orkestbak en een podium optrekken met hout dat afkomstig was van de gesloopte synagoge in het naburige Assen. En Gemmeker kon beschikken over de fleur van de vooroorlogse revuewereld: de componisten Willy Rosen en Erich Ziegler – exponenten van het lichte genre – en de regisseur Max Ehrlich. Vóór de machtsovername van Hitler hadden zij met cabarets furore gemaakt in Duitsland. Na hun vlucht naar Nederland stichtten zij in Scheveningen het Theater der Prominenten.

In Westerbork vormen ‘de hofnarren van Gemmeker’, zoals Etty Hillesum (1914-1943) hen noemt, de ziel van het revue-gezelschap Gruppe Bühne. Ze genieten er een voorkeursbehandeling – hoe betrekkelijk dat onder die omstandigheden ook is. Rosen, die als ‘strafgeval’ in Westerbork arriveerde, krijgt er zelfs een huisje toegewezen. Een huisje met rood geruite gordijntjes, zoals Etty Hillesum misprijzend opmerkt. En ze komen bij Gemmeker over de vloer. ‘De artisten zijn geen gewone mensen’, schrijft Philip Mechanicus in zijn dagboek. ‘Dus ook geen gewone Joden.’ Op de vraag aan Ehrlich of de commandant van Westerbork een antisemiet is, antwoordt deze: ‘Jawohl, aber nicht für mich und dich.’

Gemmeker zelf zou hebben gezegd dat hij meer op sommige Joden is gesteld dan op zijn kameraden van de SS. Hij gaat door voor ‘gentleman’. Jonge bewoonsters van Westerbork – ‘onnozele bakvissen’, volgens Hillesum – zouden zelfs met hem dwepen. Zijzelf houdt het erop ‘dat hij voor een gentleman wel een ietwat zonderling ambt bekleedt’. Daarbij had zij kunnen verwijzen naar het feit dat Gemmeker een revue laat organiseren om het vertrek van het veertigduizendste deportatieslachtoffer te markeren.

Bij de première van de tweede revue, Humor und Melodie, zit Gemmeker vooraan, ‘gesecondeerd door zijn moeder, die onder het lamplicht zat te breien, en door mejuffrouw Hassel, zijn secretaresse’ – die tevens Gemmekers maîtresse zou zijn. De revue bestaat volgens Mechanicus – zelf geen liefhebber van het genre – uit ‘een mengeling van schetsen uit de oude doos en milde bespotting van toestanden en verhoudingen in het kamp. Geen enkel scherp woord, geen enkel wrang woord, maar een beetje lichte ironie, zo terloops geplaatst en de hoofdzaken mijdend.’ Kortom: ‘Operettemuziek bij een geopend graf.’ De commandant heeft ‘schik als een kind’, schrijft Mechanicus. ‘Zalig zijn de armen van geest.’

Pagina uit de Westerbork-revue Humor und Melodie, met opdracht aan kampcommandant Gemmeker: 'Mit allen guten Wünschen.’ Beeld Collectie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Maar de reacties onder de Joodse bewoners van Westerbork, die de revue tegen betaling van een dubbeltje kunnen bijwonen, zijn gemengd. De jongeren in de zaal zijn ‘gul’ met applaus en begeleiden de liedjes met ‘gescandeerd handgeklap’. De ouderen – voor zover die zich aan de banaliteiten van een revue willen blootstellen – ‘bewaren het stilzwijgen’ of ‘verontschuldigen zich met de verklaring dat zij liever niet waren gegaan, maar dat zij later graag over alles van Westerbork willen meepraten’.

Erich Ziegler en Willy Rosen, de makers van de revue, geportretteerd in Humor und Melodie. Beeld Collectie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Begin juni 1944 – Philip Mechanicus en Etty Hillesum zijn dan al gedeporteerd – vindt in Westerbork de laatste revue plaats: Total Verrückt. Enkele jaren geleden stuitte neerlandica Mieke Tillema op de partituur en de tekst van het tweede deel van die revue, de ‘parodistische opera’ Ludmilla – 68 handgeschreven pagina’s, gebonden in gemarmerd karton.

In de revue worden als vanouds moppen getapt. Zoals over de vrouw die tegenover haar man opbiecht dat zij hem ontrouw is geweest, maar daar vergoelijkend aan toevoegt dat dit slechts tweemaal is gebeurd: eenmaal met het Don Kozakkenkoor en eenmaal met het Concertgebouworkest. Jetty Cantor, die Auschwitz zou overleven en jaren later op de Nederlandse televisie furore zou maken als Saar in Swiebertje, zingt ‘Ich hab es heut’ Nacht den Sternen erzählt, ich liebe Dich.’ Maar de revue gaat ook over gekte en dood. De ondertitel van Ludmilla luidt niet zonder reden: ‘Lijken aan de lopende band’.

Titelblad Westerbork-revue Total Verrückt, juni 1944. Beeld Collectie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Anders dan de voorgaande revues, beleefde Total Verrückt slechts één uitvoering. Waarom Gemmeker na juni 1944 het macabere vertier niet wilde voortzetten? ‘Déze revue is bij hem in het verkeerde keelgat geschoten’, vermoedt Tillema. ‘Vóór de pauze gingen alle sketches over waanzin, en aan het eind ligt iedereen dood op de grond. Mogelijk was de revue-liefhebber Gemmeker daar niet van gediend.’ Daar kwam bij, zegt Tillema, dat de krijgskansen op dat moment in het nadeel van nazi-Duitsland waren gekeerd. ‘Onder die omstandigheden werd amusement door de Duitsers niet meer gepast geacht. Op 3 augustus verbood Berlijn elke vorm van vermaak in de kampen. Maar in Westerbork was die regel al in juni van kracht. Met dien verstande dat er ná de laatste revue nog wel enige tijd bokswedstrijden, muziekuitvoeringen en schaakcompetities plaatsvonden.’

De partituur van Ludmilla is de ‘bijvangst’ van het onderzoek dat Tillema doet voor haar biografie van pianiste en schrijfster Ida Simons-Rosenheimer (1911-1960), die een jaar in Westerbork heeft moeten doorbrengen. Tillema vermoedt dat Erich Ziegler het boekwerk na de oorlog aan Simons heeft geschonken, getuige diens opdracht (in balpen) op het voorblad: ‘Aan mijn groote collega Ida Simons in vriendelijke gedachten toegewijd!’

De pianist en schrijver Ida Simons, in wier nalatenschap de Westerbork- revue 'Ludmilla’ werd gevonden. Foto begin jaren ‘50. Beeld Privéarchief Marita Simons-Deen

Ziegler was de enige van de drie gewezen ‘hofnarren van Gemmeker’ die de oorlog heeft overleefd. Hij overleed in 1948. Zijn herontdekte ‘parodistische opera’ Ludmilla zal vrijdag voor het eerst sinds 1944 worden opgevoerd in de Uilenburger Synagoge in Amsterdam: ‘Ach, sind wir meschugge – jetzt spielen wir Ihnen eine Oper vor! Ludmilla, oder Leichen am laufenden Band.’

Dit stuk is gebaseerd op de boeken In Dépôt, Dagboek uit Westerbork van Philip Mechanicus (verschenen in 1964), Het denkende hart van de barak, Brieven van Etty Hillesum (1984), en tekst van en een interview met Mieke Tillema, auteur van de nog te verschijnen biografie van Ida Simons.

Voor de reprise van Ludmilla (het tweede deel van Total Verrückt) tekenen regisseur Eva Buchmann, dramaturg Ben Hurkmans en pianist Marcel Worms. De opera wordt op 3 en 4 mei uitgevoerd in de Uilenburger Synagoge in Amsterdam. Van 6 t/m 10 mei zijn er tweemaal daags uitvoeringen in het herinneringscentrum van het voormalige kamp Westerbork. Voor informatie en kaarten: uilenburgersjoel.nl. Volgende week verschijnt bij uitgeverij Balans de biografie van Gemmeker, geschreven door Ad van Liempt. Pianiste Ida Simons, in wier nalatenschap Ludmilla werd gevonden, schreef in 1959 de roman Een dwaze maagd, die in 2014 werd heruitgeven door uitgeverij Cossee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden