Operadagen Rotterdam zoekt grenzen operagenre op

Muziektheaterfestival Operadagen Rotterdam blijft weg van elke conventie en brengt opera's zoals je ze zelden ziet. Artiesten experimenteren met lengte, onderwerp en locatie, dus zingen ook in de Koopgoot.

Operadagen RotterdamBeeld Florian Braakman

Met een ruk veegt de man op het toneel - hij is van middelbare leeftijd en gestoken in kantoorkloffie - een stapel papieren van tafel. Zijn lichaamshouding oogt vermoeid, zijn hoofd malend. Uitgeteld leunt hij tegen de muur. En hij zingt. Over het zigeunermeisje Zefka, voor wie hij de hanen rond zijn huis het liefst zou onthoofden, zodat ze de dageraad niet meer kunnen aankondigen met hun gekraai en hij Zefka in een eeuwigdurende nacht kan beminnen. De man wordt verscheurd door een dilemma: moet hij zijn geboortegrond opgeven voor haar, het meisje dat zijn hoofd op hol doet slaan; wint hij dan vrijheid of verliest hij zijn identiteit? Zal hun liefde een illusie blijken?

Zomaar een scène uit de bewerking van Dagboek van een verdwenene, een liederencyclus van de Tsjech Leoš Janá¿ek. De voorstelling, onder regie van Ivo van Hove en aangevuld met muziek van de Belgische componist Annelies Van Parys, was vrijdag het startschot van het tiendaagse muziektheaterfestival Operadagen Rotterdam. Beter dan met dit Dagboek van een verdwenene, waarin de verlokking van het onbekende centraal staat, had het festival het thema van dit jaar, vertrek ('departures'), niet kunnen inleiden.

In de afgelopen edities profileerde Operadagen Rotterdam zich als het festival dat de grenzen van het operagenre wil opzoeken. Dit jaar is dat niet anders. Festivaldirecteur Guy Coolen zei daarover afgelopen week tegen de Volkskrant: 'Rotterdam houdt wel van die rare kantjes. Juist omdat we geen operahuis hebben met eigen tradities, staan de bewoners open voor andere vormen van muziektheater.' In zijn korte openingstoespraak vrijdagavond in de foyer van de stadsschouwburg - voor de gelegenheid omgebouwd tot vertrekhal van een vliegveld, met gele departure- en arrivalborden - benadrukt Coolen nog eens het belang van vernieuwing in de opera. Ziedaar het thema 'departures': het durven wegtrekken van conventies.

Beeld Florian Braakman

Bij alle voorstellingen die voor het openingsweekend geprogrammeerd staan, zit niet één traditionele, minimaal twee uur durende opera - met een keur aan podiumfiguranten, 18de-eeuwse kostuums en dito muziekklanken. Ze zijn anders, door de afwijkende lengte (de langste voorstelling dit weekend duurt anderhalf uur), door de eigentijdse bewerkingen en onderwerpen (zoals de 'fitnessopera' Liebeslied of het theatrale concert Voyager One, over een ruimteraket) en door het publiek op alternatieve manieren het spektakel te laten ervaren (geblinddoekt bijvoorbeeld, in de voorstelling Confessions).

Of door de onverwachte locatie waar ze spelen. Zoals de Koopgoot, een smalle traverse midden in het winkelgebied van Rotterdam. Zaterdagmiddag voert het Franse collectief Opera in situ er een gemoderniseerde versie op van Mozarts opera Die Zauberflöte. De twee hoofdpersonages, de oude straatmuzikant Papageno (druk bezig met zijn smartphone) en prinses Pamina (met haar winkeltassen, parelketting en flamboyante zonnebril een shopaholic pur sang), bezingen elkaar te midden van het winkelpubliek. Wanneer het prinses Pamina lukt oogcontact te maken met een oudere man in het publiek en zij zich gepassioneerd aan hem vastklampt, steekt de man zijn duim omhoog en lacht besmuikt naar zijn medeomstanders. Zijn ongemak is evident, en daarom is ook de sympathie die hem ten deel valt extra groot.

Buiten is nog weinig te merken van het andere spektakelstuk dat Rotterdam op zondag te wachten staat: de thuiswedstrijd van voetbalclub Feyenoord om het kampioenschap binnen te halen. Een enkel verkeersbord rond het stadhuis is beplakt met de woorden 'omleiding' en 'evenement'. Maar de organisatie van Operadagen Rotterdam heeft geen grote aanpassingen in haar programma hoeven door te voeren. Alleen de promotievlaggen worden zondag binnengehaald, om te voorkomen dat de voetbalmenigte ermee aan de haal gaat.

Ook de Nachtwandeling op zaterdag voert langs plaatsen waar je normaal geen operamuziek hoort. In dik twee uur tijd passeren de ongeveer 150 bezoekers vijf verschillende locaties met muziek uit vijf verschillende landen. Startpunt is de achterzijde van het Nieuwe Luxor Theater. Een van de luiken gaat omhoog en daarachter verschijnt de Italiaanse operazanger Marco Mencoboni. Even krijgt de betonnen achterkant van het theatergebouw Venetiaanse allure. Daarna volgen Griekse muziek in het voormalige koffiepakhuis Santos, traditionele Marokkaanse muziek in een foodmarkt en geïmproviseerde Anatolische muziek in Katendrecht, de voormalige rosse buurt van Rotterdam. Sluitstuk is de opvoering van flamencoklassiekers door de Nederlandse zangeres Luna Zegers in een gerenoveerde loods. Zo eenvoudig kan grenzen overschrijden zijn.

Operadagen Rotterdam duurt tot en met 21 mei.

Beeld Florian Braakman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden