Opera over onmogelijke dialoog met overledenen

Muziekstuk van Klaas de Vries bij de herdenking van de vuurwerkramp in Enschede ‘gaat niet over dé ramp’...

amsterdam Het was niet tegen te houden. ‘De Vuurwerkopera’, werd het Enschedese herdenkingswerk genoemd toen de plannen publiek werden. Of, pijnlijker: ‘De Rampopera’. Bij de première van Wake donderdagavond in de Enschedese stadsschouwburg hoopt de Nationale Reisopera verlost te raken van het rampenstigma en van de al te platte verwijzingen naar de dramatische gebeurtenissen te Roombeek, 13 mei 2000.

‘De opera gaat niet over rampen, en al helemaal niet over dé ramp’, zegt intendant Guus Mostart van de Reisopera. Het Enschedese gezelschap was vijf jaar geleden door de gemeente benaderd met het opera-idee, en het muziekstuk zou worden ingezet bij de officiële herdenkingsevenementen, maar dit alles betekende niet dat in Wake een zekere opslagplaats als decor moest dienen.

Mostart: ‘Wake gaat over levens voor en na een dramatische gebeurtenis, en over de veerkracht van een gemeenschap.’ Componist Klaas de Vries: ‘De ramp is veralgemeniseerd, we zien hoe de mens afscheid neemt en verdriet verwerkt, horen een gesprek tussen doden en levenden.’

De angst in Roombeek dat de opera – die vanavond de herdenking van tien jaar vuurwerkramp omlijst – ‘frivool’ zou worden, smakeloos of ongepast, kan morgen hopelijk ook afvloeien. Enige weerzin was wel voelbaar in het voortraject. Het deel van Roombeek dat het ramptoerisme zat zegt te zijn, roerde zich in de plaatselijke pers. Op internet verschenen zelfbedachte ‘ariaatjes’, waarin vooral plaatselijke politici figureerden.

Volgens Mostart sentimenten die goed in de hand te houden waren. ‘Er is veel gepraat. Met de gemeente, maar ook met mensen die direct of indirect bij de ramp in Roombeek betrokken waren. We konden uitleggen dat we geen musical gingen maken.’

In Wake, spreek uit op z’n Engels, zijn de levens van negen families te volgen in een raamwerk als een flat waarin steeds een kamer is uitgelicht. De tocht voert langs soms etherische fluitklanken van de hedendaagse componist De Vries, en via woedende koperuitbarstingen naar ‘een onmogelijke dialoog met overledenen’.

Zwaar zou De Vries de materie niet willen noemen, eerder ernstig, soms sereen. Wake begint heel ongebruikelijk met een requiem. ‘Ik wilde niet eindigen met zoiets ritueels en monumentaals. En we weten tenslotte allemaal al wat er is gebeurd, dus ik wilde die emoties aan het begin van het stuk zetten.’ De Vries gebruikte fragmenten uit de Bijbelse klaagzang van Jeremia, ‘waarin de bitterheid van mensen blijkt, van burgers die wenen om de verwoeste stad.’ Toch die ene ramp? ‘De verwoeste stad geldt als metafoor voor het ontwrichte leven.’

Opdracht teruggeven
Het libretto is van de Engelse schrijver David Mitchell. De Vries: ‘Ik stond al op het punt de opdracht terug te geven. Ik wist niet hoe ik het moest aanpakken, er kwamen maar geen ideeën. Tot ik het boek Wolkenatlas van Mitchell ging lezen. Ik was getroffen door de manier waarop de schrijver verschillende levens liet samenkomen. En door de muzikaliteit van zijn taal, zijn gave om in de meest absurdistische situaties toch een geloofwaardige dialoog te schrijven.’

Mitchell bleek met een beurs tijdelijk in Nederland te werken, en De Vries sprak hem aan na een lezing. Na veel aarzeling van Mitchells kant (De Vries: ‘Hij wilde niet, hij kwam nooit in het theater, zei hij’) bleek die toch te zwichten. ‘Bij het vijfde gesprek zou hij komen met een synopsis. Sorry Klaas, zei hij, ik heb die niet kunnen maken maar ben vast begonnen met het hele libretto.’

Ook voor Mitchell gold, zegt De Vries, dat hij integer met het materiaal aan het werk is gegaan. Bij de teksten over verlies en afscheid, en bij de ‘onmogelijke dialoog’ tussen doden en overledenen die toch hard zou kunnen landen bij de première, in aanwezigheid van nabestaanden. ‘We wilden allemaal het idee houden dat we ons nooit ongemakkelijk zouden mogen voelen als we tijdens de première naast een nabestaande zouden zitten’, zegt De Vries.

Mostart: ‘Die dialoog biedt juist troost en hoop. Daar krijgt echt niemand rare ideeën bij.’

De Vries: ‘Ik schrijf niet de makkelijkste muziek, maar in Wake ben ik voor mijn doen vrij direct. Je komt juist in de gevarenzone als je complexiteit inlevert. Dan dreigt de banalisering. Ik vraag van het publiek altijd ook een paar stappen mijn kant op te zetten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden