Opera ‘After Life’ nog beter geworden

De revisie waaraan Michel van der Aa zijn opera After Life heeft onderworpen, heeft het stuk nog beter gemaakt. Het verhaal is er helderder door geworden.

Alle personages in After Life zijn dood, maar hun leven is nog niet afgelopen. In een tussengebied, een soort van asielzoekerscentrum, krijgen ze de kans terug te blikken op hun verleden, en één herinnering uit te kiezen, die ze dan mogen meenemen naar het hiernamaals. Die opdracht leidt tot verwikkelingen die even simpel als ontroerend zijn, al was het alleen maar omdat de vraag waarvoor de personages zich gesteld zien voor iedereen navoelbaar is.

De opera die componist en regisseur Michel van der Aa (39) baseerde op de gelijknamige film van Hirokazu Kore-Eda, is desondanks van een verrassende gelaagdheid. Dat komt doordat hij het legpuzzel-achtige verhaal, waarin uiteraard veel flashbacks voorkomen, vervat in een geraffineerd en gelaagd spel met tijd en realiteit. Film, muziek, elektronisch geluid en theater wisselen elkaar nu eens abrupt af, om dan weer zo over elkaar te schuiven dat het onderscheid vrijwel vervaagt.

After Life ging in 2006 in première in het Muziekgebouw, en wordt nu hernomen in het veel grotere Muziektheater. Het toneelbeeld, een afgekaderde ruimte met daarin een aantal glazen schermen en een lopende band met allerlei huisraad, is evenwel niet veranderd. Maar wel heeft Van der Aa zijn muziek aan een uitvoerige revisie onderworpen. Het toch al indrukwekkende stuk is erop vooruitgegaan: het verhaal is helderder, de muziek is kleurrijker en de personages krijgen meer profiel.

Omdat de protagonisten ook op filmbeelden te zien zijn, is de cast dezelfde. Margriet van Reisen is als het dwarsige meisje Ilana dit keer niet zo goed bij stem, en ook hoofdambtenaar Claron McFadden maakte destijds meer indruk, maar Yvette Bonner, Richard Suart en Helena Rasker brengen de doden overtuigend tot leven. Het vocale middelpunt van de voorstelling is de bariton Roderick Williams, die zich tot het meest complexe personage ontwikkelt, wanneer hij in de herinneringen van één van de pas gestorvenen een gemeenschappelijke geliefde ontdekt.

Dat moment, een van de schaarse climactische momenten in de opera, is door Van der Aa voorzien van extra toeters en flarden ballroommuziek. Bij deze componist zit de expressie gewoonlijk niet in lyrische melodieën als wel in suggestieve schaduwen, verdubbelingen, echo’s en zelfs in geluiden die sterk doen denken aan het snel voor- of achterwaarts doordraaien van een cd. Hij zet de tijd naar believen stil, of laat haar zelfs schijnbaar teruglopen. Veel van de voor deze productie toegevoegde muziek, waaronder een aantal fascinerende madrigaaldecors, heeft een vergelijkbare werking.

Bovenop de stellage waarin het geheel zich afspeelt, zetelen zo’n twintig musici van Asko/Schönberg, die onder aanvoering van Otto Tausk hun priemende en verzengende klanken feilloos synchroniseren met de elektronische component.

De muziek vindt een volmaakte pendant in de glazen panelen, die kunnen veranderen in ondoorzichtige projectieschermen. Daarop verschijnen ook de als in een documentaire gefilmde interviewfragmenten, die rustpunten zijn in de bij wijlen erg bezige muziek. Ook deze letterlijk uit het leven gegrepen verhalen worden ten slotte een organisch onderdeel van het theatrale mozaïek. Het pleit voor de visie van Van der Aa, die als componist nog niet de uiterste reikwijdte van zijn vocabulaire bereikt lijkt te hebben, maar als muziektheatermaker tot een resultaat komt dat zijn weerga niet kent. Of het moet zijn recentere Das Buch der Unruhe zijn, dat op 10 oktober in het Concertgebouw te zien en te horen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden