Open City is aan zijn eigen ambities ten ondergegaan

ARCHITECTUUR..

ROTTERDAM In het normaal zo keurige Nederlandse Architectuurinstituut (NAi) is het deze wintermaanden een chaotische bedoening. De gewone entree is buiten gebruik. Voor wie toch naar binnen wil, ligt er een brede noodbrug in het water. Die leidt rechtstreeks naar een grote zaal die nog het meest aan een mensa in een architectenschool doet denken. Rond eettafels en stoelen is een overdaad aan kunstzinnigheid. Een schaakbord met wolkenkrabbers, bijvoorbeeld, van Madelon Vriesendorp. Een reusachtige houten wereldbol die aan het plafond hangt en is bebouwd als was het een oude Europese stad. Een grote bak met lego, met op de rand wat zojuist gefabriceerde speelgoedtorens. Tussendoor: een groot aantal tetterende beeldschermen, folders, boeken en tentoonstellingsborden. De pret in het maken spat ervan af, maar het is onduidelijk wat dit eigenlijk allemaal wil zeggen. Temeer omdat de uitleg steevast in hoogdravend en vakmatig Engels is vervat.

De titel van de expositie is Open City: een ideaal soort stad waar de rijke voorzieningen voor iedereen toegankelijk (‘open’) zijn. Als thema is dit bloedactueel: de wildgroei van wereldsteden is enorm, maar veruit de meeste stedelingen zijn straatarm en hebben niets aan alle stadse mogelijkheden.

Voor de Internationale Architectuurbiënnale Rotterdam (IBRA) was dat aanleiding om haar vierde manifestatie, die van 2009, te wijden aan de vraag of hier voor architecten en stedenbouwers een opgave ligt. Ofwel: kunnen zij ervoor zorgen dat de wereldsteden voor iedereen een zegen worden, in plaats van een onbeheersbaar probleem.

Het moet gezegd: curator Kees Christiaanse werkte voortvarend. Hij benaderde vakgenoten over de hele wereld, zwengelde projecten aan en stimuleerde ontwerpopdrachten. Naast exposities (in Rotterdam én Amsterdam) vonden de laatste maanden allerlei debatten, lezingen, filmvertoningen en televisie-uitzendingen plaats.

De tentoonstelling in het NAi is veruit de grootste en omvat, naast die mensa-achtige ruimte, zes zalen met thema-exposities.

Al die inspanningen ten spijt: de Open Steden komen hiermee niet nader. Er gloort zelfs geen sprankje hoop dat dit wereldprobleem ook maar enigszins behapbaar wordt. Dat is logisch: architecten en stedenbouwers zijn nu eenmaal machteloos, tenzij ook politici en geldschieters zich achter hun ideeën en plannen scharen. En zelfs in dat geval kunnen andere, vernietigende krachten sterker zijn.

Door toch te doen of Open Steden een opgave zijn van architectuur, laat de expositie voornamelijk iets anders zien. En wel, hoezeer een respectabel vakgebied in zijn eigen ambities kan verdrinken.

De tentoongestelde projecten zijn soms best het bestuderen waard. Het is toch hartstikke leuk bedacht van de Berlijnse architect Thomas Klipper, om voor het Italiaanse eiland Lampedusa een schitterende vuurtoren alias vluchtelingenopvang te ontwerpen. Daar spoelen jaarlijks 30 duizend bootvluchtelingen aan. Zoals het ook mooi is dat architecten voor de achterbuurten in São Paulo in Brazilië en Addis Abeba in Ethiopië simpele bouwsystemen hebben bedacht waarmee gezinnen eigenhandig echte hutten kunnen bouwen.

Ronduit aandoenlijk is een inzending uit Rusland: een pleidooi om toch vooral goedkope massabouw te blijven maken. Met extra winkeltjes, wat meer parkeerplaatsen en een rijke variatie hekken waaruit bewoners zelf kunnen kiezen, denken zij dat veel problemen zijn opgelost.

Waar Rotterdam aan bod komt, springt dat er uit. Subcurator Crimson Architectural Historians koos negen projecten uit waarin de rol van de architecten steevast bescheiden is en vergelijkt deze met acupunctuur: ‘Als de spelden op de goede plek zijn ingebracht, is het effect op het hele lichaam weldadig.’

Het gaat bijvoorbeeld om het transformeren van een naargeestig betonnen fietstunneltje tot ranke brug in een weids park. Of om het ontwerp van de Franse architect Seraji, die de doodse muur onder de Hofpleinlijn verandert in een levendig poortgebouw.

Voor de grote problemen waarvoor ook Rotterdam staat, biedt iets dergelijks weinig soelaas maar het laat wel zien dat architecten iets kunnen betekenen. Dat hun voornaamste kracht ligt bij concrete opgaven en praktische problemen, waar heldere oplossingen mogelijk zijn. Om die boodschap te kunnen opmaken uit de chaos die in Rotterdam wordt gepresenteerd, is echter een bijna ondoenlijke opgave, zeker voor gewone stedelingen – om wie het tenslotte allemaal draait.

Hilde de Haan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden