Op zoek naar het perfecte beeld

Fotografen kun je verdelen in twee soorten: zij die zoeken naar dat éne bepalende beeld en zij die beeltenissen lijken te verzamelen. Waarom doen zij dat?

Uit Mariken Wessels' boek Taking Off. Henry my neighbor.Beeld Mariken Wessels

Onlangs bracht deze krant het verhaal van Ed van der Elsken en zijn voorkeur voor dat ene beeld. Zes weken lang werd uit de doeken gedaan hoe de straatfotograaf uit alle foto's die hij maakte (van bijvoorbeeld een zoenend stelletje op de boulevard in Marseille of drie dames die de Amsterdamse Beethovenstraat oversteken) uiteindelijk de voor hem beste foto koos: het beeld waarin alles klopt, de best mogelijke vertaling van de situatie op dat ene moment.

Met die enkele foto vertelde Van der Elsken (1925-1990) het hele verhaal. Net als Henri Cartier-Bresson dat in 1932 deed met een man die in Parijs over een plas water sprong. Dankzij de befaamde Franse Magnumfotograaf (1908-2004) hangt die man nog altijd in de lucht, boven zijn eigen spiegelbeeld. Wat er na de sprong met hem gebeurd is, daar kun je je een voorstelling van maken, maar eigenlijk doet het er niet toe. Dat ene zweefmoment is de geschiedenis ingegaan als het visuele en dramatische hoogtepunt van de gebeurtenis. De rest is onbelangrijk.

Er zijn ook fotografen voor wie één beeld juist te weinig is. Die een bulk aan beelden nodig hebben om hun verhaal te vertellen en soms zelfs een uitgesproken hekel hebben aan dat ene, perfecte, alleszeggende beeld. Waarom? Leveren meer foto's ook meer inhoud en meer zeggingskracht op? Of kunnen deze fotografen gewoon niet kiezen?

Door de lucht zweven

Een beroemd voorbeeld van zo'n veelpleger is Eadweard Muybridge. Het verhaal van deze Britse fotograaf is bekend: in 1872 kreeg hij van de Amerikaanse zakenman Leland Stanford de opdracht na te gaan of een paard in volle galop met alle vier zijn hoeven loskomt van de grond. Met behulp van twaalf camera's langs een racebaan, een supersnel paard met de naam Sallie Gardner en een bijna net zo snelle sluitertijd, toonde Muybridge in een reeks beelden aan dat Sallie tijdens haar race inderdaad steeds eventjes door de lucht zweefde. Eén frame in de reeks liet dat duidelijk zien. Eén cruciaal beeld - maar zonder de andere beelden was het verhaal niets waard.

Had Muybridge (1830-1904) de springende man in Parijs gefotografeerd, dan had hij hem niet voor eeuwig in de lucht laten zweven. Zijn beelden zouden een flipboekje zijn, waarin elke beweging van de springer per seconde zou zijn vastgelegd. Niet voor niets was Muybridges fotografische werk een basis voor de uitvinding van de film, pas in 1895.

Als dus (in elk geval voor de duur van dit stuk) het ene historische fotografenkamp wordt aangevoerd door Ed van der Elsken en Henri Cartier-Bresson, de mannen van het beslissende moment, dan wordt het andere vertegenwoordigd door Muybridge.

Paul Kooiker: Fountain (serie van 25 foto's), 2000.Beeld Paul Kooiker/Tegenboschvanvreden

Doorbladeren

Hij krijgt hulp uit hedendaagse hoek. Het Fotomuseum Den Haag presenteert deze zomer het werk van Arno Nollen: een nieuwe installatie, genaamd Just, en een overzicht van zijn fotoboeken die de bezoeker kan doorbladeren.

Doorbladeren is hier een belangrijk woord. Het is toepasbaar op veel van wat Nollen (1964) maakt: niet alleen op de boeken, maar ook op installaties als Just, die bestaan uit fotoseries, meestal portretten van anonieme vrouwen. Het zijn reeksen van beelden die soms maar een haartje of een knipoog van elkaar verschillen en waarin veel herhaling zit, als terugkerende zinnen in een gedicht. Het enkele beeld lijkt voor Nollen (die zich overigens nooit fotograaf noemt, eerder 'verhalenverteller') niet of nauwelijks te bestaan.

Sterker nog, laat hij per mail weten: 'Het enkele beeld heeft voor mij geen enkele waarde. De serie ís het enkele beeld. Elk beeld is onderdeel van een context. Je kunt mijn werk het best begrijpen wanneer je bij het kijken denkt aan bijvoorbeeld de narratief die de Italiaanse regisseur Michelangelo Antonioni in zijn films hanteert of aan de structuren van geschreven verhalen.'

Nóg een variant

Niet één moment willen vastleggen maar ook niet in serie willen werken? Dat kan. In de jaren zeventig ging de Japanner Hiroshi Sugimoto naar de bioscoop met zijn grootformaatcamera. Toen de film begon, zette hij de sluiter wijd open en aan het eind deed hij hem weer dicht. Het resultaat was een foto van een filmtheater met in het midden een verbijsterend wit scherm; een hele film in één opname. En tja, na die ontdekking maakte Sugimoto er natuurlijk alsnog een serie van: Theaters (1978).

Gezicht leren kennen

Lopen door de grote zaal van het Fotomuseum, waar clusters kleine foto's en soms een grotere van steeds dezelfde jonge vrouw aan de muren hangen, voelt inderdaad als bladeren of browsen. Er is geen dwingende vertellijn, de bezoeker mag zelf weten waar het begint, maar er is wel ritme en een besef van tijd. De hoeveelheid aan beelden, de herhaling en de opperste concentratie op dat ene onderwerp met haar gebeeldhouwde trekken (die lippen!) zorgen ervoor dat je met haar mee lijkt te lopen door de tijd, ook al weet je niet precies wat de chronologische volgorde is.

Het is meer dat je via al die beelden haar gezicht steeds beter en van alle kanten leert kennen, zoals dat van een vriend. En hoewel Nollen in zijn werk geen wetenschappelijk experiment uitvoert, zoals Muybridge dat in de 19de eeuw wel deed, doet zijn werkwijze denken aan die van een verzamelaar, iemand die genoegen beleeft aan ordenen en rubriceren.

Er zijn meer fotografen en kunstenaars die houden van beelden sprokkelen en ordenen, soms tegen de klippen op. Paul Kooiker (1964) en Mariken Wessels (1963) zijn twee van die hoarders. Beiden laten het woord 'verzamelen' vallen wanneer ze antwoord geven op de vraag waarom ze zo graag seriematig werken. Beiden presenteren werk dat opvalt door zijn veelheid en herhaling.

Het perfecte beeld

'Het is mij nog nooit gelukt om het in één beeld te doen', zegt Kooiker. Hij maakte naam met onder meer fotoreeksen van grote blote vrouwenlichamen, anoniem 'gepresenteerd' in een kunstenaarsatelier of achter in de tuin, met beeldsequenties van spuitende fonteinen en zwanen en een voyeuristische reeks van vluchtende, naakte vrouwen. De beelden volgen elkaar niet chronologisch op, zoals bij Muybridge, maar Kooiker presenteert ze wel altijd groepsgewijs.

'Ik geloof niet in het perfecte beeld', zegt Kooiker. 'Niets is zo vervelend om op een tentoonstelling alleen maar highlights te zien. Ik werk graag met slecht materiaal, foto's die net niet scherp zijn. Daar speel ik mee, het is een voortdurend onderzoek naar het medium. Het ene beeld is mooier dan het andere, maar dat maakt het juist interessant. Ik heb elk beeld nodig om mijn punt te maken, om tot de essentie te komen - en zelfs dan lukt het nooit helemaal.'

Vorig jaar bracht Mariken Wessels haar boek Taking Off. Henry my neighbor uit. Het vertelt het verhaal van een man die zijn vrouw obsessief fotografeerde. Wessels kreeg zijn archief in handen. Bladzij na bladzij stort Wessels de bezetenheid van die onbekende man uit over de lezer (kijker) in de vorm van een overweldigende hoeveelheid zwart-wit foto's waarop een (half-) ontblote vrouw poseert.

Arno Nollen: Zonder titel (uit installatie Just), 1997-2016.Beeld Arno Nollen

'Ik wilde echt álles gebruiken', zegt Wessels. 'Dat was een overwogen keuze: alleen zo kon ik dat dwangmatige duidelijk maken, én de voortgang van de tijd. Die man heeft dit jaren achter elkaar gedaan. Het is nodig dat je dat ziet.' Ze heeft niets tegen het enkele beeld, alleen: 'Ik hou gewoon meer van het seriematige, van het verzamelen en ordenen. Bovendien, ik denk dat dit is hoe het geheugen werkt: je herinnert je iemand in een veelvoud van beeld.'

Of hij niet gewoon slecht is in kiezen? Kooiker schiet in de lach. 'Probeer maar eens een serie van duizend foto's terug te brengen naar vijftig. Het is natuurlijk wel anders dan bij de fotograaf die op zoek is naar dat ene, enkele beeld. Die maakt de keuze voor het beeld eigenlijk op het moment zelf, wanneer hij voor zijn camera iets ziet gebeuren en in een flits het knopje indrukt. Ik maak de keuze altijd achteraf.'

Arno Nollen: Just, t/m 18/9 in Fotomuseum Den Haag. Publicatie Verhaallijn 6B, 40 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden