Op zoek naar Franciscus van Assisi met Henk

Reportage

De heilige Franciscus was de eerste performance artiest sinds Jezus, aldus kunstkenner Henk van Os. De Volkskrant reist met hem door Assisi als voorproefje voor de Franciscusexpositie in Utrecht.

Kerkinterieur met beeldverhaal over het leven van Franciscus, Giotto di Bondone en werkplaats, ca. 1290 in Assisi. Foto Stefan Diller- Scientific Photography, Wurzburg

Soms zit de duivel écht in de details. Op het fresco waarop Sint Franciscus Arezzo bevrijdt van demonen, bijvoorbeeld. Daarop jaagt 'il poverello', zoals de bijnaam van de bekende heilige luidde, een tiental vleermuisachtige wezens uit een samenstelsel van huizen dat inderdaad wel iets weg heeft van het Toscaanse plaatsje Arezzo. Wat daaraan bijzonder is (los van dat tientallen duivels zich zomaar laten wegjagen door een scharminkelig ventje): de huizen. En dan vooral: de uitbouwsels van de huizen. Die zijn niet gebaseerd op een schema of een conventie, maar op daadwerkelijke observaties. Ze maken het fresco true to life.

Nou ja, true to life naar 13de-eeuwse maatstaven dan.

Het Arezzo-fresco staat niet op zichzelf. Kijk naar de uitgespreide mantel op de grond. Neem de ruimtelijke tongewelven die worden geschaard door al even ruimtelijke steunkragen. Bekijk de paus die op een elleboog leunt alsof-ie naar een aardige voetbalwedstrijd zit te kijken - de hele Sint Franciscus-cyclus in de bovenkerk in Assisi is gevuld met stukjes realisme die ons, kijkers, het gevoel geven dat we erbij zijn.

Het klinkt misschien aanstellerig om dat revolutionair te noemen, maar soit: dat was revolutionair. Hier zie je de 'maniera greca', met zijn strenge schemata en hemelse iconografie veranderen in een schilderkunst met een alledaagser gezicht. De mede door Giotto geschilderde Franciscus-cyclus, kun je betogen, was een van de plekken waar de Renaissance begon.

Had dat ook kunnen gebeuren met een willekeurige andere heilige? Dat valt sterk te bezien.

Immers, Franciscus was de ultieme kunstenaarsheilige. Geen enkele andere sacrale figuur werd vaker afgebeeld dan hij, Sint Nicolaas uitgezonderd. Geen enkele ook is zo talrijk aan verschijningen.

Giovanni Bellini, De stigmatisatie van Franciscus, ca. 1476-1478. Foto The Frick Collection

In de catalogus van de tentoonstelling Franciscus in het Catharijneconvent kom je er veel tegen. Dat begint met de strenge, onbenaderbare Franciscus uit de Byzantijnse tijd, en gaat vandaar via de aardse Franciscus van Giotto, Gozzoli en Bellini naar de etherische in katzwijm geraakte Franciscus van Michelangelo di Caravaggio en ook naar de tamelijke generieke Franciscus uit de contra-reformatie; dan laat ik Franciscus de dierenvriend (zijn sterfdag werd uitgeroepen tot dierendag) voor het gemak even buiten beschouwing. Veel Franciscussen, als gezegd, maar de belangrijkste Franciscusverbeelding, degene die de kunstgeschiedenis deed kantelen, zal nooit worden uitgeleend of reizen. Die zit immers verankerd in de 'buon' fresco kalklagen van de Sint-Franciscus-kerk in Assisi.

Ah, Assisi. Hoe mooi oogt het Toscaanse pelgrimsstadje gezien vanuit het dal in de avondschemer. Heel mooi. De huizen lijken te zweven. Hun warmwitte kleur is verschoten naar mauve. En aan de oostkant van die huizen, op wat vroeger de helkant van de heuvel werd genoemd, als een leguaan op een boomstronk, ligt een groot wit gevaarte, de Sint-Franciscus-basiliek.

Stelt u zich die basiliek voor op een ochtend in februari. Het is zonnig en koud. Later zult u de Francis-bustour volgen, de heilige plekken zien, het kerkje dat hij herstelde, de bosrijke heuvels waar hij en zijn broeders zich terugtrokken om boete te doen, en jawel, tegenover een tankstation zult u ook uitkijken over het veldje waar hij mogelijk tegen de vogels ('die redeloze wezens') kletste; nu loopt u nog over het kerkplein. Daar bevinden zich welgeteld twee militairen met geweer, twee Japanse tienermeisjes met iPhones en daar, aan de rand van het plein, naast de zuilengalerij, een clubje Nederlandse journalisten, gebogen over hun schrijfblok. Ze volgen een man in bruine ribpantalon met een snor en prachtig kalend hoofd. Hij spreekt met statige dictie en brede armgebaren. Het is niet Dr Phil. Het is Henk van Os (1938), oud-directeur van het Rijksmuseum, kenner van Siënese schilderkunst en voormalig presentator van het programma Beeldenstorm.

Een charmante figuur, Henk van Os. Hij is vriendelijk, maar achter zijn beminnelijke voorkomen schuilt staal. Wat meer: hij is gezegend met een ongeëvenaard charisma. Niet alleen wil je graag naar hem kijken; minstens zo groot is de behoefte om door hem gezien te worden.

Ja, we hebben samen een kerkdienst bezocht.

Nee, hij heeft me niet bekeerd.

Van Os' betrokkenheid bij de tentoonstelling Franciscus is niet toevallig. Al zijn hele leven is hij door de heilige gefascineerd. Over het ontstaan van die fascinatie heeft hij een mooie anekdote paraat. Het gebeurde in 1958, in de Villa I Tati van Bernard Berenson, de beroemde kunstverzamelaar en connaisseur. Daar zag de jonge Van Os, een broekie uit de provincie die geen weet had van 'een wereld van zulk een allure en rijkdom' een drieluik van de Italiaanse schilder Sassetta, een Franciscus Alter Christus. Pijl, hart, raak. Van Os werd getroffen door de 'aanwezigheid van deze zachtmoedige gestalte', deze 'patriarch van de armen', 'patriarcha pauperum'. Een levenslange interesse voor, zoals Van Os hem liefkozend noemt, 'dat charismatische kereltje' begon.

Bonaventura Berlinghieri, Franciscus te midden van voorstellingen uit de eerste levensbeschrijving van Franciscus door Thomas van Celano, 1235. Foto Scala, Florence.

Een praktische heilige

Franciscus wás ook een uitzonderlijke figuur. Van alle heiligen is hij de meest beeldende en praktische, de meest aardse misschien ook. Henk van Os: 'Hij was niet polemisch en had niet, zoals beroemde middeleeuwse geleerden als Thomas van Aquino, de behoefte een scholastiek bouwwerk tot in de hemel op te trekken.' Wat hij wel had: een levenshouding. Die laat zich als volgt samenvatten: godsvrucht, nederigheid, armoede en oog voor het onaanzienlijke, vooral dat. Voor Franciscus waren mensen en dieren gelijk. Van Os: 'Hij was de ideale eco-heilige.'

Dat raakte een snaar. Al tijdens zijn leven gold Franciscus als een beroemdheid. Nadat hij als jonge vent 'als een trotse pauw' door Assisi had gelopen, en als een 'Mick Jagger avant la lettre' meisjes had versierd, raakte hij in een geloofscrisis en besloot zijn leven aan God te wijden. Dat was iets waarin hij al snel talloze navolgers vond: de minderbroeders. Deze volgelingen waren belangrijk voor Franciscus. Zij verspreidden zijn leer en fungeerden als getuigen. Wanneer zich rond de heilige in wording een wonder voltrok of wanneer hij weer eens een melaatse of andere arme stakker kuste, dan was er altijd iemand bij die dat kon vastleggen of doorvertellen. In moderne termen zou je zeggen: Franciscus had z'n pr goed op orde en in Rome wierp dat vruchten af.

Daar verkeerde men in die periode namelijk in crisis. De clerus werd schuldig geacht aan machtshonger en zelfverrijking, wat op zich geen nieuw gegeven was: de clerus werd namelijk altijd beticht van machtshonger en zelfverrijking, maar de dienstdoende paus Innocentius III wilde het blazoen zuiveren. Zijn troef: Franciscus. Henk Van Os: 'Door hem in te lijven, vijzelden die paapse bobo's hun reputatie op, een beetje zoals grote bedrijven dat tegenwoordig doen met popzangers.'

En dus werd Franciscus twee jaar na zijn dood op 44-jarige leeftijd al gecanoniseerd. Saillant detail: Franciscus' lichaam. Dat mocht niet in de handen vallen van relieken rovers. Dus werd het lijk voordat het goed en wel was afgekoeld ingemetseld in de crypte van de inmiddels in gotische stijl opgekalefaterde Sint-Franciscuskerk. In termen van exposure was dat geen handige zet. Het ontzegde de toegestroomde pelgrims de mogelijkheid de heilige daadwerkelijk te zien. Daarom zocht men naar substituten. De fresco-cyclus in de bovenkerk was er een.

Giotto di Bondone en werkplaats, Franciscus bidt in de San Damiano, ca. 1290. Foto Stefan Diller Scientific Photography, Wurzburg

Controverse

De ontstaansgeschiedenis van de reeks, die in de decennia rond 1300 tot stand kwam, is controversieel. Tot op de dag van vandaag twisten kunsthistorici over de vraag welke schildersateliers er aan deel hadden, en wie precies wat schilderde. Uitsluitsel is moeilijk te geven daar de opdrachtbrieven in de Napoleontische tijd (toen de bovenkerk dienst deed als paardenstal) verloren gingen, maar vaststaat dat er tenminste vier handen aan de cyclus meewerkten. De inmiddels vergeten schilder Torriti was er daar een van. Giotto (1267-1337) een andere.

Hem kent u. Hij geldt als de belangrijkste schilder van de 13de eeuw. Hij was degene die realisme injecteerde in de schematische byzantijnse kunst. En met 'realisme injecteren' bedoel ik scènes uit heiligenlevens transporteren naar herkenbare settings met figuren die uit het leven ge-grepen waren. Denk: gebeeldhouwde koppen en gebouwen waarin je je hand kon steken. Grote mensen, kleine kamers, dat soort dingen. Dat ging niet vanzelf. Er was een ongekende inventiviteit voor nodig. In Kunstschrift wees Mariëtte Haveman er een tijdje terug nog eens op. Van de interactie tussen de figuren tot de wijze waarop voedsel was uitgespreid over een tafel. Alles kwam uit Giotto's kop. En hoe het eruit kwam was beter dan bij tijdgenoten, levendiger, speelser. Voorbeelden daarvan zijn te bewonderen in bijvoorbeeld de Arenakapel in Padua en in de Galleria degli Uffizi in Florence. En waarschijnlijk dus ook in delen van de Franciscus-cyclus in Assisi.

Aan de cyclus, die uit 28 voorstellingen bestaat, zit kluif. Zij werd geïnspireerd op Bonaventura's Legenda Maior, een geschrift dat de analogieën tussen de levens van de heilige uit Assisi en die uit Nazareth, Christus dus, wilde aantonen, een sterk gekuiste versie van Franciscus' leven. En dat toont zij dus ook, een chronologische verzameling slices of life. Franciscus die zijn mantel afstaat aan een arme sloeber (Van Os: 'St. Martinus stond z'n halve mantel af, daar moest de streber van een Franciscus natuurlijk overheen'). Franciscus' onderhoud bij de Sultan ('tussen hen klikte het wel'), Franciscus in Arezzo ('daar was het nogal een troep'). De episoden worden gescheiden door sierbanden, als in een stripverhaal: Sint Franciscus - de comic.

Flauw. Het is echt een indrukwekkend fresco. De architectuur, de rotsen die eruit zien als gestold water, de heiligen, de schoenen van de heiligen en de versiersels erop - je wilt het allemaal zien. Wat vooral opvalt, is de kwaliteit van de reeks. Die wordt naarmate je je weg beweegt van het transept (het dwarsschip) steeds beter. Zie bijvoorbeeld de mantels van de figuren. Lijken die op de vroege voorstellingen nog geschilderd door 'de meester van het gerimpelde blik' (copyright: Van Os), gaandeweg begint de zwaartekracht zijn werk te doen en vallen de draperieën naar beneden. Giotto of niet - iemand in de 13de eeuw begon de geest te krijgen.

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Sint Francis van Assisi in extase, 1595. Foto Allen Philips/Wadsworth Athenaeum

Kijk maar naar het fresco waarop Franciscus een sterk verhaal afsteekt tegen Paus Honorius III. En dan vooral hoe de broeders en de paus zitten te luisteren. Vuist onder de kin. Elleboog op de knie. Houdingen die wijzen op lome ontvankelijkheid, op verveling misschien (Franciscus was soms lang van stof). U bent niet onder de indruk? Dat kan. Maar stel u even voor dat u geen televisie heeft, dat u sowieso nooit beelden ziet en dat u als pelgrim in het trecento die kerk binnenloopt en dan Franciscus daar ziet staan preken. Het moet gevoeld hebben alsof u er zelf bij was. Dat wonder daar op aarde - u werd in de waan gebracht er deel van uit te maken.

Zoals Henk Van Os zegt: 'Waargebeurd? Waargebeurd is HEMA. Het gaat erom dat een verhaal waarachtig is. Dat je erin kunt geloven.' En dat is precies wat Giotto's fresco faciliteerde.

Het was slechts het begin. Het kon mooier. Zie bijvoorbeeld de Franciscuscyclus die Benozzo Gozzoli, de uitstekende, maar goeddeels vergeten 14de-eeuwse schilder, maakte in het plaatsje Montefalco. Dat is een mooi geval van de geschiedenis die zich herhaalt. Opnieuw: wonderen te over. En ook hier die vermaledijde duivels die uit Arezzo worden gejaagd. Maar dan: Arezzo zelf. Helder grondplan, fier opstaande torens en een kloeke burcht: 'het samenstelsel van huizen' is veranderd in een heuse stad. Gozzoli maakte het heilige nog meer true to life. Met dank aan Giotto.

Franciscus, Museum Catharijneconvent, Utrecht, vanaf 5/3, Catalogus 24,95 euro.

Meer over