Buurman & Buurman: Pat in de gele trui, Mat in de rode.

Reportage Buurman & Buurman

Op zoek naar de Tsjechoslowaakse wortels van het stuntelige duo Buurman & Buurman

Buurman & Buurman: Pat in de gele trui, Mat in de rode.

De tijdloze animatieserie Buurman & Buurman, geboren in communistisch Tsjechoslowakije, doet het ook goed in de bioscoop. Jenne Jan Holtland ging op zoek naar de makers in Praag.

Een jaar of drie geleden parkeerde een Nederlands gezin in het centrum van Praag. Ze waren met de caravan. Hun doel: de makers van de cultserie Buurman en Buurman ontmoeten. Meer dan een adres – op het web gevonden – hadden ze niet. Ze drukten op alle bellen van het pand, eentje moest de goeie zijn. 

‘Ze hadden zelfs koekjes meegenomen.’ Regisseur Marek Beneš (58) hikt van het lachen. ‘Ik heb ze een rondleiding gegeven.’ Tegen die tijd was het hele trappenhuis in alle staten. Pas door de komst van de Nederlanders hadden de buren doorgekregen dat Buurman en Buurman – of eigenlijk Pat en Mat, zoals de serie in Tsjechië heet – in hun pand werd gedraaid.

Voor zo’n beetje iedereen die groot is geworden in de jaren tachtig of later, zijn de twee koddige buurmannen een begrip. Eind jaren zeventig verschenen de eerste afleveringen al bij de NCRV (titel: De twee stuntels), zonder succes, en daarna vanaf 1985, met meer succes, bij VPRO’s Villa Achterwerk. Aan het begin van elke aflevering – er zijn er meer dan 130 gemaakt – gaat er steevast iets mis, waarna de twee buurmannen een oplossing bedenken die zo ingewikkeld is dat er vijf nieuwe problemen ontstaan. Vaste uitsmijter is het ‘A je tó, buurman!’ van Kees Prins en Siem van Leeuwen die de populaire stemmen inspreken.

Dat de serie ontstond in het destijds communistische Tsjechoslowakije, is in veel Nederlandse huiskamers min of meer bekend (hint: de aftiteling), al had deze verslaggever er nooit bij stilgestaan dat ‘a je tó!’ (Tsjechisch voor ‘dat is het!’) helemaal geen Nederlands is. Op dit moment loopt de serie in zo’n vijfentwintig landen, waaronder Zuid-Korea, Brazilië en Iran. De nieuwe bioscoopfilm heet Buurman & Buurman experimenteren erop los! en ging donderdag in Nederland in première.

Buurman & Buurman maken een selfie.

Een zoektocht naar de oorsprong van de buurmannen voert naar een onooglijk bedrijventerrein aan de zuidkant van Praag (de serie wordt niet meer gedraaid in het pand waar de caravantoeristen aanbelden). Van alle beroemdheden in Tsjechië is de man achter Buurman &  Buurman wel het minst gesteld op aandacht. Naast de deur van het pand hangen bordjes van een energiebedrijf en een Duits schooltje. De conciërge ratelt iets in het Tsjechisch. Twee trappen hoger ontvangt Beneš in een sober kantoor, gekleed in houthakkershemd en sokken-in-sandalen. ‘Roem geeft vertraging’, vat hij zijn filosofie samen. In deze studio moet gewerkt worden.

Binnen leggen drie werknemers de laatste hand aan een aflevering over buizenpost. De buurmannen hebben hun dakraampjes geopend en een grijze buis geknutseld die de twee huizen verbindt. Op het miniatuurtafereel staat een digitale fotocamera gericht, waarmee meteen de grootste verandering in vier decennia is genoemd. De analoge camera heeft plaatsgemaakt voor een hd-camera, maar het ambacht is hetzelfde gebleven, volgens het procedé van stop motion, waarbij honderden foto’s achter elkaar het effect van beweging geven.

Animator Alfons Mensdorff-Pouilly aan het werk. Beeld Tomas Eiselt
Beeld Tomas Eiselt

Hoe laat je een buurman een stap zetten? Eerst de pop neerzetten, laat chef animatie Alfons Mensdorff-Pouilly (72) zien, dan z’n voeten aan de vloer vastschroeven. Klik. De hele boel weer losschroeven, een voetje iets naar voren, en opnieuw: klik. ‘Op een hele werkdag draaien we zo’n zeven seconden beeld.’ Er bestaan, zacht uitgedrukt, snellere technieken. Beneš knikt. ‘We willen anders zijn dan alles wat uit Amerika komt. Dat beperkt ons, maar dat is ook de charme. Tot mijn verrassing werkt het nog steeds bij nieuwe generaties.’

Het idee voor de twee klungelklussers werd geboren in het hoofd van Lubomir Beneš (1935-1995), de vader van de huidige regisseur. Van versterkte eierschalen maakte hij twee kale hoofdjes. Het was midden jaren zeventig, Beneš senior werkte in de studio van wijlen Jiri Trnka, bijgenaamd de ‘Walt Disney van Oost-Europa’. In 1976 draaiden ze de eerste pilot. In de Tsjechische versie heet de rode buurman Mat en de gele Pat. De verschillen zijn klein, maar volgens de makers is de eerste een doener en de tweede een denker. Beneš: ‘Ik ben meer een Mat.’

De Tsjechische tv zag aanvankelijk niets in de serie, de Slowaakse wel. Nog altijd zorgt dat voor misverstanden: is de serie Tsjechisch of Slowaaks? Beneš: ‘Laatst ging mijn telefoon, midden in de nacht. Een koppel aan de lijn, hij een Tsjech, zij een Slowaakse. Ze hadden een weddenschap over de herkomst van Buurman & Buurman. Kon ik het zeggen?’ Hij geniet zichtbaar van de opgebouwde spanning. ‘Ik heb ze allebei gesproken. Hem zei ik dat we Tsjechen zijn, haar dat we produceerden voor een Slowaaks publiek. Waren ze allebei blij.’

Buurman & Buurman begon als satire voor volwassenen, wat geen verbazing hoeft te wekken. Iedere Tsjech klust, vroeger nog meer dan nu. Een kapotte douche repareerde je ten tijde van het communisme zelf, geld voor nieuwe spullen had niemand. ‘Van een oude wasmachine kon je prima een grasmaaier maken’, zegt Beneš. De communistische bazen bij de Tsjechische tv vonden de serie potentieel gevaarlijk, want strijdig met de opvoedkundige idealen van het marxisme-leninisme. ‘Ze zeiden: zo leren kinderen alleen maar om dingen kapot te maken.’

Aan het gestuntel van de buurmannen kleeft niettemin iets onnoemelijk Tsjechisch (of, vooruit, Tsjechoslowaaks). Met de Tsjechen is door de eeuwen heen zo gesold dat ze alle geloof in hemelbestormende projecten – een nieuw dak, in Buurman & Buurman-taal – hebben verloren. Het gepruts van de twee werkt als een lachspiegel waarin iedere Tsjech zich herkent. Wat de dissidente theatermaker en latere president Václav Havel van de buurmannen vond, is niet bekend. Maar er bestaat een essay van zijn hand over de sceptische aard van de Tsjech, waarin hij betoogt dat het diens blijmoedige zelfspot is die de ‘verpletterende ernst’ van het leven draaglijk maakt. De toch niet als jolig bekendstaande Franz Kafka zou bij het voorlezen uit eigen werk geregeld in de lach zijn geschoten.

In een totalitaire maatschappij is humor ‘de enige manier om te overleven’, zegt animator (en graaf) Mensdorff-Pouilly, een telg uit een Tsjechisch-Franse aristocratenfamilie. De graaf is een man met pretoogjes die al een kleine veertig jaar bij de serie is betrokken. Onder normale omstandigheden waren hij en Lubomir Beneš schatrijk geworden met Buurman en Buurman, maar aan het Tsjechoslowakije van de jaren zeventig en tachtig was niets normaals. Vrijwel de complete opbrengst ging naar het staatsbedrijf. De prijzen die Beneš won, moest hij afstaan. Pas na 1989, toen het systeem instortte, kon de familie met horten en stoten een eigen productiemaatschappij beginnen. Vader Beneš bracht zijn zoon het vak bij.

Jaarlijks leveren de makers nu zo’n twintig à dertig afleveringen af. Tweederde daarvan wordt inmiddels op Chinese bodem gemaakt, zij het nog steeds naar Tsjechisch voorbeeld. De reden is van praktische aard: er zijn te weinig Tsjechische animatoren die met stop motion kunnen werken. Verder is het een familiebedrijf gebleven: de dochter van Beneš doet de merchandising, in een apart kamertje zit zijn zoon een houten bootje te schuren.

Als alle anekdoten zo’n beetje verteld zijn, moet er een vraag van enig gewicht op tafel, zo’n vraag die het rumoer op een feestje kan doen verstommen. Want ja, waarom wordt er in het origineel eigenlijk geen woord gesproken? Nederland heeft de stemmen van Kees Prins en Siem van Leeuwen, Tsjechië twee op muziek mimende poppen. 

Die toegevoegde stemmen, zegt het Buurman & Buurman-team, waren een idee van de Nederlandse producent. In Tsjechië heeft Pat noch Mat ooit ‘a je tó!' geroepen (al was het de originele naam van de serie). Sterker: Nederland is het enige land waar de mannen praten. Navraag leert dat de allereerste NCRV-afleveringen nog stemloos waren. Later is bij de VPRO onder producer Burny Bos gedacht: het werkt alleen met stemmetjes.

Graaf Mensdorff-Pouilly schudt het hoofd. Hij zweert bij stomme films. ‘Die zijn beter voor de fantasie van kinderen.’ Na een korte stilte: ‘Nee hoor, het is gewoon omdat ik een tikje doof ben.’ Had hij dat verhaal al verteld over die keer dat hij te hard reed? Twee politieagenten maanden hem te stoppen. De graaf wist dat het een boete werd. Hij begon te vertellen over zijn werk. ‘Ik zei: jullie zijn opgegroeid met mijn series!’ Weer die pretoogjes. Hij mocht doorrijden.

Buurman & Buurman experimenteren erop los! draait in 117 zalen.

Rode trui, gele trui

In de beginjaren van Buurman en Buurman kregen de makers te maken met de censuur van de communistische regering. Beneš: ‘De kleur van hun truitjes, rood en geel, was het probleem. Die deden te veel denken aan de Sovjet-Unie (rood) en China (geel), waartussen destijds spanningen bestonden. Toen is de rode verwassen tot donkergrijs en was de censor tevreden.’ Pas na de val van het communisme werd het truitje weer rood.

Van acterende koeien tot duurzame kleding en van betoverende fotografie tot levensgrote, kunstige drollen: wekelijks tipt onze V-vlogger Lisa een evenement dat het bezoeken waard is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden