Op zoek naar de geheime sleutel van Alfred A. Knopf

Alfred A. Knopf is de mooiste uitgeverij van de wereld, vindt Mizzi van der Pluijm, zelf uitgever. Ze werd bijkans gek van geluk toen ze het 100-jarig jubileum in New York tussen haar helden mocht meevieren.

Alfred en Blanche Knopf komen met hun zoon aan in New York, midden jaren 20 Beeld Corbis

Bijna was ik niet gegaan. Het regende dikke strepen waarbij het water een gordijn wordt en vanaf de stoep je schoenen in spat. Ik was moe, had gehoord dat er duizend mensen zouden komen. Duizend mensen die ik allemaal niet kende, opeengepakt in een sombere bibliotheek, de geur van natte jassen en rubberlaarzen, te warm en te muf. Maar de nieuwsgierigheid won, natuurlijk.

Toen ik de roze lampen zag langs de roze lopers naar de ingang van de New York Public Library, maakte mijn hart een eerste sprongetje. Het tweede kwam toen ik bij de entree de borzois zag, grote levende honden van de soort die gestileerd het logo vormt van de New Yorkse uitgeverij Alfred A. Knopf. Eenmaal binnen met een glas champagne in mijn handen, was ik al bijna in feeststemming. Na de eerste hartelijke begroeting door een bekende, de tweede en de derde, begon mijn hart wild te slaan. Geen stinkende jassen maar galaglitters in roze licht, het logo op het plafond geprojecteerd, de statige hal gevuld met schrijvers, boekhandelaren, literair agenten, de fine fleur van de Amerikaanse literaire wereld. Het boekenbal was een kinderfuifje vergeleken bij de verzameling van mijn helden die hier aanwezig was. Allemaal vonden ze het belangrijk om het 100-jarige bestaan van uitgeverij Knopf te vieren, afgelopen najaar.

Mizzi van der Pluijm is directeur/uitgever van Atlas Contact Beeld Els Zweerink

Mooiste uitgeverij van de wereld

Ik ben gefascineerd door uitgeverijen, uitgevers en uitgeefgeschiedenis en lees er alles over dat ik kan vinden. Knopf is de mooiste uitgeverij van de wereld. In 1915 werd hij opgericht door Alfred A. Knopf en zijn vrouw Blanche. Ze deden alles zelf: redactie, zet- en printwerk - Blanche ontwierp dat borzoi-logo - en de promotie. Ze legden grote nadruk op de vormgeving, haalden de beste ontwerpers in huis. Door het antisemitische klimaat in die jaren wilden Amerikaanse schrijvers niet door Alfred Knopf worden uitgegeven, dus zocht hij zijn auteurs in Europa en Zuid-Amerika. Een greep: Camus, Gibran (een all time-bestseller), Orwell, Tolstoj, Nabokov, Mann, Kafka. Knopf was de eerste die de uitgeverij als een label zag en geloofde dat je boeken alleen al op grond van dat merk kon verkopen.

Alfred en Blanche waren uitgeefdieren, beiden zeer getalenteerd, koppig en ambitieus. Zij stortten zich volledig op hun werk. Dat trok op den duur een wissel op hun relatie. Het kantoor deed een bezoeker in de jaren '50 denken aan een achttiende-eeuws Duits hof met een tirannieke keizer, een valse keizerin en een kroonprins (hun zoon) die tussen beiden werd vermorzeld. Ze hadden een prachtig bedrijf opgebouwd, maar misschien was die moeizame sfeer wel de reden dat de uitgeverij in 1957 werd verkocht aan Random House, met Alfred in de board en Blanche als president.

In 1968 werd Robert Gottlieb de uitgever, hoewel Alfred pas in 1972 met pensioen ging. Gottlieb begeleidde schrijvers als Lessing, Le Carré en Heller. Hij is een van die helden die ik op het feest ontmoet. Gottlieb probeerde mensen aan de uitgeverij te binden door een baan voor hen te zoeken, in plaats van mensen bij een baan te vinden. Een manuscript las hij direct, hij gaf de schrijver een eerste reactie en begon dan aan een nauwkeurige tweede lezing met pen in de hand. Twee uitgeefprincipes die me uit het hart gegrepen zijn: een uitgeverij bestaat uit persoonlijkheden en niet uit functies. En de schrijvers komen altijd op de eerste plaats.

Gottlieb is inmiddels oud en een beetje broos en gebruikt op het feest een pilaar als steun, terwijl hij naar de toespraak van zijn opvolger luistert. Want ook dat is een van de dingen die Knopf zo bijzonder maakt: in honderd jaar zijn er maar drie uitgevers geweest. Heel wat vaker is de uitgeverij gewisseld van eigenaar, maar de uitgevers staan als een huis. Het is niet toevallig dat Knopf de uitgever is van 21 Nobelprijswinnaars.

Het logo van uitgeverij Alfred A. Knopf, met borzoi, ontworpen door Blanche Knopf

Best geklede mannen van New York

Vijf van die gelauwerden kwamen uit onder de leiding van Sonny Mehta, geboren in India en sinds 1987 de uitgever van Knopf. Volgens Vanity Fair is hij een van de best geklede mannen van New York. Hij is de enige Amerikaan die ik ken die consequent rookt in zijn kantoor - het zegt voldoende over zijn macht. Ook zijn eerlijkheid in interviews duidt op een zelfverzekerdheid die alleen de groten gegeven is. Toen Knopf werd overgenomen door mediagigant Bertelsmann en Mehta een hartinfarct kreeg, vroeg hij zich hardop af waardoor dat kwam: 'Was het de overname of waren het de sigaretten? Nee, het was de cholesterol. Ik heb een geweldige tijd gehad, misschien wel te goed. Nu denk ik dat ik het eeuwige leven heb en kijk ik ernaar uit Knopf de grond in te draaien.'

Dat kan alleen gezegd worden door een man die zich bewust is van zijn onmisbaarheid en daarvan geniet. Hij is dan ook de uitgever van Clinton, Swift, McEwan en Barnes. Dat ik met deze man een paar uur in zijn doorrookte kamer mocht doorbrengen, dat hij met me sprak als met een collega wier ervaringen ook voor hem interessant konden zijn, dat ik zodoende twee van de drie uitgevers van dit legendarische bedrijf leerde kennen: ik moet er nog steeds voor in mijn arm knijpen.

Alle ontmoetingen en het feest zijn een droom. Daar sta ik, naast een podium waarop Patti Smith a capella haar hit Wings zingt, breekbaar en ijzersterk. Ik kijk naar de trotse gezichten om me heen: Toni Morrison, Garth Risk Hallberg, James Ellroy, het gevoel dat zij bij iets groots horen, bij de geschiedenis. Ook ik heb dat gevoel en kom steeds verder los van de grond. Wanneer ik mijn avond eindig in gesprek met een van mijn grootste helden, Johnson-biograaf Robert Caro, kan ik alleen nog maar naar huis sms'en: 'Praat met Caro, denk dat ik gek word van geluk.'

Mijn bewondering voor Knopf is in de afgelopen jaren steeds groter geworden, en al jaren probeer ik de geheime sleutel van dat bedrijf te vinden. Zo'n uitgeverij wil ik ook. Heb ik die sleutel nu, na mijn bezoek aan New York? Het belangrijkste dat ik heb begrepen van mijn jarenlange, nog niet voltooide studie, is dat de continuïteit en het consequent doorgevoerde beleid waarmee een uitgeverij boeken produceert, de kwaliteit van het huis bepaalt. Zo worden er bij Knopf nauwelijks mensen ontslagen en heeft het een flink aantal werknemers van in de 70; Mehta is 73. Het zijn de mensen die de uitgeverij maken en die zijn niet inwisselbaar. Ze zijn zo gekozen dat elk aspect van het boek evenveel aandacht krijgt: redactie, ontwerp, verkoop, publiciteit, allemaal even belangrijk. Iedereen die bij Knopf werkt, is een autoriteit op zijn gebied. Met maar één verantwoordelijkheid: het mooiste boek maken dat er te maken is. Mehta is veeleisend.

Alfred Knopf en zijn vader Beeld Bettmann/CORBIS

Ook heb ik geaccepteerd dat ik het nooit zal begrijpen. Mehta zegt daarover: 'Dit beroep is zo fascinerend omdat het zo onzeker is. Ik vind het nog steeds even verwarrend als toen ik begon. Merrily, we beat our heads against the wall.' Waarmee uitgeven eigenlijk ook een soort geloofsdaad wordt, misschien nog wel het helderst samengevat in het borzoi-credo dat Knopf al in 1957 opstelde: 'Ik geloof dat tijdschriften, films, televisie en radio nooit goede boeken zullen vervangen.' Van mij mag internet daarbij. Ik geloof dat goede boeken nooit kunnen worden vervangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden