Op vleugels van de ziel

Waar is de penis van de zwaan?

Hoor! Nabij begon de lijster,Op een boom wel tussen 't loverZoet en vol, dan teder fluitend,Tu-tu-tu, eerst hoog dan lager.

Vogels in de verbeelding, daar houdt de al geruime tijd in Frankrijk wonende Nederlandse antropoloog en filosoof Ton Lemaire van. De versregels van de 19de eeuwse dichter Albert Verwey zijn ongetwijfeld naar Lemaires smaak. Later in het gedicht raakt de luisteraar van het lijsterlied zo in vervoering, dat hij zijn omgeving vergeet. Wat aardig is, vertelt Lemaire in zijn nieuwe boek Op vleugels van de ziel: Verwey baseerde zich op een middeleeuwse legende over het aardse paradijs dat voor gelovigen binnen handbereik ligt.

In De leeuwerik - cultuurgeschiedenis van een lyrische vogel (2004), eveneens in de Volkskrant besproken, bundelde Lemaire volksverhalen, poëzie, muziek en eigen 'honingzoete' bespiegelingen over het onaanzienlijke zangvogeltje. Nu is er dan het destijds al aangekondigde bredere werk waarin veel meer vogels aan bod komen.

Lemaire noemt zijn bemoeienis met vogels in de cultuur 'etno-ornithologie', en hij heeft geen half werk geleverd. Hij schreef een lijvig boek, rijkelijk geïllustreerd en voorzien van een fors notenapparaat als literatuurlijst.

In een algemene inleiding dist Lemaire onvermoeibaar anekdote na gedicht na literatuurfragment over vogels op. Treffend soms: de schrijver Jorge Semprun, holocaust-overlevende, die opmerkt dat er rondom het concentratiekamp Buchenwald geen enkele vogel zong.

Als bestiarium van vogelachtige wezens uit de wereldmythologie voldoet het eerste gedeelte prima - van de Egyptische valkgod Horus via harpijen en sirenen tot aan totemistische arenden bij Aziatische en Noord-Amerikaanse natuurvolkeren. Uiteraard is daar ook de eerst bekende Nederlandse tekst 'Hebban olla vogala...' in opgenomen.

Lemaire suggereert weliswaar steeds dat de mens uitgerekend iets met vogels heeft, maar waarom dat zo is blijft onduidelijk. Veel verder dan de symboliek van een zich van de aarde losmakende ziel en dat de mens altijd heeft willen vliegen weet de auteur niet te komen - dat staat trouwens ook al vaak in vogelboeken en op websites over vogels. Of Lemaire geeft er wél een verklaring voor, maar dan gaat de boodschap verloren in een ingewikkeld en onnodig academisch gebracht betoog over de joods-christelijke traditie, new-age en sjamanisme.

Lemaire is antropoloog, dus waarom niet beginnen met de constatering dat de voor de (vroegere) mens in het oog springende wilde dieren vooral vogels waren en zijn? Vogels zijn net als de mens dag-actief en opvallend, wilde zoogdieren vooral nacht-actief en verborgen levend. Wél zichtbare zoogdieren zijn meestal saaie, gedomesticeerde koeien, schapen, enzovoort. Is het dan zo vreemd om in vertellingen, bedoeld om onderhoudend te zijn, met vogels aan de haal te gaan zonder er meteen iets mystieks achter te zoeken?

Maar dat is het hem nu juist - en hij geeft het zelf toe ('onze moderne tijd is nuchter... onze symboolgevoeligheid is verzwakt...'): Lemaire wíl vooral romantisch mijmeren over het symboolrijke verleden waarnaar hij blijkbaar sterk terugverlangt.

Iets soortgelijks gebeurt ook in de tweede helft van het boek, waarin de prominent in de cultuurgeschiedenis aanwezige arend, raaf, zwaan, koekoek, nachtegaal, kraanvogel, uil en opnieuw de leeuwerik elk een eigen hoofdstuk krijgen.

De zwaan blijkt, volgens Lemaire, als 'betoverend, muzikaal en sensueel' te worden ervaren. De 'zwanenzang', vertelt hij, is volgens biologen een verzinsel. Dan gaat hij uitgebreid in op de mythe van Leda en de zwaan. Daarin heeft oppergod Zeus in de gedaante van een zwaan gemeenschap met de dochter van de Spartaanse koning Tyndareos; de vrucht van de copulatie is Helena van Troje. Maar Lemaire laat onvermeld dat de zwaan, met de andere eend-achtigen een uitzondering onder de vogels, een soort penis heeft: de zwaan is een van de weinige vogels die met een vrouw kúnnen paren, een ge

geven dat een heel ander licht werpt op de keuze van de vogelsoort in de mythe.

Lemaire heeft dus toch iets over het hoofd gezien. En zo blijft Op vleugels van de ziel, hoewel interessant, niet meer dan een omgevallen boekenkast vol vogelverbeelding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden