Terugblik

Op slag dirigent

Een jaar geleden stond dirigent Gustavo Gimeno (37) opeens voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Samen met V kijkt de maestro terug op wat een droomdebuut zou worden.

Beeld Cigdem Yuksel

Eind 2013 zeurde twijfel door het hoofd van Gustavo Gimeno. Hij speelde met de gedachte zijn baan als assistent-dirigent bij het Koninklijk Concertgebouworkest op te zeggen. De soloslagwerker, die als dirigent vlieguren had gemaakt bij Het Orkest Amsterdam en het Symphonie Orkest Con Brio, wilde definitief switchen naar het dirigentschap.

Deed hij het? Durfde hij het? Kreeg hij wel genoeg werk? Nu doorpakken, dacht hij in de dagen voor Kerst; anders heb je de rest van je leven spijt.

Hij was nog geen maand een vrij man toen de telefoon ging. Of hij zijn oude club uit de brand kon helpen. De chef, Mariss Jansons, had zich ziekgemeld. Zijn assistent, Gustavo Gimeno, bleek de enige Europeaan die een premièrestuk van de Fin Magnus Lindberg zwaaitechnisch in de vingers had.

Gimeno, 37 jaar, schoot van de zenuwen in de lach. Meteen daarna moest hij huilen, van de spanning en zorgen. Kon hij in vier dagen tijd promotie maken en in de top belanden? Slapeloos stippelde hij een tactiek uit. Hij zou de eerste repetitie beginnen met het stuk van Lindberg. Die nieuwe noten gaven hem een voorsprong op het orkest. Zo kocht hij tijd om te wennen aan de plek die Mariss Jansons had omschreven als de lastigste plek op aarde.

De eerste klank: een schok. De Grote Zaal mag het publiek misschien vertroetelen met prachtig geluid, vanaf de bok - het podiumdeel waarop een dirigent plaatsneemt - laat het zich lastig organiseren. Breed podium, hoog plafond; niet zelden spelen Concertgebouwmusici op de tast. Hij deed wat hij 10 meter verderop als slagwerker had geleerd: springen en zwemmen.

Zijn uitvoering van Lindberg liep lekker, tijdens het eerste concert op donderdag 6 februari. Van Stravinsky kreeg hij een fijn gevoel. Bij Johann Strauss jr. dacht hij: weg met de zorg, van Die Fledermaus gaan we genieten.

In de dirigentenkamer werd hij bestormd. Zijn moeder en broer uit Valencia vlogen hem om de hals. Musici drukten hem met betraande ogen de hand. Gimeno krijgt het druk, voorspelde de orkestdirectie ter plekke. Een dag later meldden kranten de geboorte van een maestro die cool, calm en collected zijn weg had gevonden.

De carrièresprong van slagwerker naar dirigent komt in de klassieke muziek vaker voor. Van oudsher worden dirigenten vooral gekweekt uit bespelers van vertrouwde instrumenten als piano en viool. Met de enorme uitbreiding van de soorten slagwerk in de 20ste eeuw - van jazz tot oriëntaals en Afrikaans - groeide ook het belang van de slagwerkers zelf. De Fransman Jean-Claude Casadesus was in de jaren zestig een van de eerste percussionisten die doorgroeiden van slaan naar zwaaien. Tot zijn fameuze navolgers behoren de maestro's Riccardo Chailly en Simon Rattle.

Op z'n 18de was de Spanjaard naar Amsterdam gekomen. Zijn enige doel: slagwerk studeren en weg. Dat hem in juni 1995 een schnabbel in de schoot viel, was boven verwachting: de Zevende symfonie van Sjostakovitsj, door Jansons. Dat hij na een proefspel op die omineuze 9/11 een vast contract kreeg, was een nooit gedroomde jongensdroom. Vanaf dit moment, dacht Gustavo Gimeno, beschouw ik de rest van mijn leven als een bonus.

Zonder per se dirigent te willen worden, sloeg hij aan het dirigeren. Hij bezocht het conservatorium en schoof aan bij cursussen. In december 2012 kwam de dag dat hij Mariss Jansons mocht assisteren. Je doet het goed, zei de meester, ik zie een toekomst.

Beeld Cigdem Yuksel

Twee maanden later meldde hij zich bij Claudio Abbado in Bologna. De oud-chef van het wereldbekende symfonieorkest Berliner Philharmoniker ontving hem als een collega. Of Gimeno zijn assistent was, vroeg een passerend journalist. Welnee, zei de Italiaan, we maken samen muziek.

Misschien klinkt het door in de Beethovensymfonieën Vier en Zeven, die Gimeno dit weekend dirigeert bij Het Gelders Orkest. Hij las de partituurkrabbels waarmee Abbado balanskwesties te lijf ging. Hoe je voorkomt dat de altviolen smoren in hoorns. Hoe je stiekem een snufje tweede violen toevoegt aan de eerste - wat Gimeno zelf overigens nooit zou durven.

De magiër Abbado overleed twee weken voor Gimeno's Amsterdamse debuut. Vooral jammer dat hij daardoor zijn tweede triomf niet meer meemaakte. In mei belde het Münchner Philharmoniker: of hij de zieke Lorin Maazel kon vervangen.

Succeswissels

In februari 2014 wekt dirigent Gustavo Gimeno opwinding bij het Koninklijk Concertgebouworkest met zijn invalbeurt voor de zieke chef Mariss Jansons. Soms leiden spoedklussen tot mooie verbintenissen. Drie beroemde voorbeelden.

1 De 25-jarige Leonard Bernstein krijgt in 1943 niet eens tijd om te repeteren, als hij bij de New York Philharmonic inspringt voor de grieperige Bruno Walter. Hij wordt de held van de dag en treedt later, in 1958, aan als chef.

2 November 1956. Met slechts één seizoen professionele dirigeerervaring valt de 27-jarige Bernard Haitink bij het Concertgebouworkest in voor Carlo Maria Giulini. Vijf jaar later krijgt hij de teugels in handen.

3 De 33-jarige Let Andris Nelsons heeft in 2011 twee repetities, als hij bij het Boston Symphony Orchestra James Levine vervangt in Mahlers Negende symfonie. Inmiddels zit Nelsons in zijn eerste seizoen als music director.

Zat hij tien minuten voor zijn eerste repetitie in de dirigentenkamer te kijken naar de foto van een andere gigant, Sergiu Celibidache. Wat doe ik hier, dacht hij. Maar al voor de lunch was zijn wanhoop verdampt. Puike musici, alsof ze elkaar al jaren kenden.

Nu draait de carrousel op volle toeren. In mei dirigeert hij in Valencia zijn eerste opera. In juli reist hij naar Tokyo voor zijn Japanse debuut. De maand erop volgt het Cleveland Orchestra, gerekend tot de Amerikaanse Big Five. Na de zomer pakt hij in Luxemburg het chefschap op van het Orchestre Philharmonique.Volgend seizoen kijkt hij zijn makkers van het Concertgebouworkest opnieuw in de ogen.

Zijn strategie: niet te veel werken. Zo fris en eerlijk mogelijk musiceren. Tijd nemen een repertoire op te bouwen. Een partituur niet alleen bestuderen op techniek, maar ook op emotie.

Gelukkig kent zijn vrouw het vak. Niet langer dan drie weken op pad, dachten ze, daarna een week thuis. Door de onvoorziene klussen in 2015 en 2016 lukt dat niet. Maar áls Gustavo Gimeno thuiskomt, is hij er ook helemaal voor zijn dochtertje Alba van 3. En loopt hij niet, zoals vroeger, te stressen van vergadering naar proefspel, van leslokaal naar repetitie naar concert.

Het Gelders Orkest o.l.v. Gustavo Gimeno: 30/1 Doetinchem, 31/1 Arnhem, 1/2 Nijmegen.

Beeld Cigdem Yuksel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden