Op schoot bij Duke Ellington John Adams viert zijn verjaardag met jazzmuziek

Sinds Edo de Waart en Reinbert de Leeuw zich over zijn werk ontfermden heeft de Amerikaanse componist John Adams een bijzondere band met Nederland....

HET IS EEN merkwaardig gezicht, al die muziekstandaards en instrumenten in de gymzaal van een Amsterdams schoolgebouw. Er worden geen vogelnestjes en buitelingen op de ongelijke leggers geoefend, het gaat hier om muzikale lenigheid. Onder een van de baskets staat John Adams. De Amerikaanse componist van hedendaags-klassieke muziek dirigeert een gelegenheidsformatie die bestaat uit leden van het Schönberg Ensemble, het sextet The Houdini's en andere Nederlandse jazzmusici.

Adams verzucht, passend genoeg, dat hij zich een invaldocent voelt in een roerige klas. De twee werelden en hun verschillende gebruiken botsen soms een beetje. Met name de jazzjongens, die zoveel strakke leiding niet gewend zijn, beginnen tegen het eind van de drie uur durende repetitie keet te schoppen.

'De time van een jazzritmesectie is nu eenmaal een gevoelig onderwerp', zegt Angelo Verploegen, trompettist en organisator van The Houdini's. 'Als we in vieren swingen moet je daar afblijven.' Drummer Bram Wijland heeft zijn bladmuziek achter zich neergezet, en kijkt alleen om tijdens de moeilijke passages. Adams geeft uiteindelijk toe dat hij niet de hele tijd met zijn armen hoeft te zwaaien, maar 'ik dirigeer al dertig jaar klassieke orkesten, en als je bij hen je armen laat zakken houdt alles op, alsof je de contactsleutel uit een auto haalt. Voor mij is het ook een omschakeling'.

De sfeer blijft gemoedelijk, en als iedereen zich weer concentreert klinkt er iets prachtigs: arrangementen die Gil Evans in de jaren vijftig schreef voor Miles Davis, preciezer uitgevoerd dan op de originele opnamen, zodat ieder detail van het rijk geschakeerde geluidstapijt opgloeit.

John Adams, wellicht sterker dan enig ander 'serieus' componist beïnvloed door jazz en rock, viert zijn vijftigste verjaardag in Nederland met een speciaal programma. Daarin presenteert hij naast nieuw eigen werk ook stukken van de twee toondichters uit de jazz die het meest voor hem betekenen: Evans (Song Nr. 1, Solea en drie nummers van de lp Miles Ahead uit 1957) en Duke Ellington. Voor een eigen jazzcompositie had Adams helaas geen tijd.

De voorgeschiedenis van deze samenwerking is ingewikkeld, de inbreng van drie partijen moest worden gecombineerd. The Houdini's, begonnen als hardboppers maar inmiddels veel meer dan dat, wilden een vervolg op hun versie van Porgy and Bess, die ze in 1995 uitvoerden met Nieuw Sinfonietta Amsterdam, onder meer voor de Vara-Matinee. Ze dachten aan Ellington, gekoppeld aan Haydn, maar alleen Come Sunday, bewerkt door pianist Erwin Hoorweg, bleef over van dat plan.

André Hebbelinck, programmeur van de Matinee, wilde Adams' achtergrond belichten door middel van de impressionistische big band-klanken van Evans, wiens partituren onlangs zijn gereconstrueerd en voor het eerst sinds 35 jaar weer tot leven werden gewekt door The London Sinfonietta. Adams ging akkoord, op voorwaarde dat hij twee van zijn favoriete Ellington-stukken mocht meenemen, een late orkestratie van Mood Indigo en vooral het weinig bekende The Tattooed Bride.

Zonder jazz was John Adams de componist er niet geweest, en de mens misschien ook niet. Zijn vader, die destijds werkte in een soort dixielandorkest, ontmoette zijn moeder in de danszaal van grootvader Adams, de Winnipesaukee Gardens in New Hampshire. In de jaren dertig en veertig traden daar grote swingorkesten op, maar als tiener in de jaren zestig hoorde Adams er ook nog meermalen de Ellington-band. Vooral de eerste keer was een onvergetelijke ervaring. 'Het klonk zo immens krachtig, alsof je voor een kanon van geluid stond. Ook al waren ze hondsmoe, want je kon duidelijk merken dat ze lange einden reisden met hun bus, op een tournee van one night stands.'

Moe of niet, ook tijdens optredens was Ellington zo ontspannen en vriendelijk dat John naast hem op de pianokruk mocht plaatsnemen. Tenorsaxofonist Paul Gonsalves, die zichzelf van alles toediende wat God verboden had, was die avond niet in staat te spelen, maar moest van Ellington toch op zijn plaats in de saxsectie blijven zitten. Adams, jong en naïef, vroeg waarom Paul niet meedeed. Duke antwoordde: 'It's his birthday.'

'Het album Masterpieces By Ellington uit 1950 was lange tijd mijn favoriete plaat, samen met het klarinetconcert van Mozart. Het stamt uit zijn meest avant-gardistische periode, waarin hij veel experimenteerde met chromatiek. Er staan bewerkingen op van oude stukken, Mood Indigo, Solitude en Sophisticated Lady. En The Tattooed Bride, ook een klarinetconcert, geschreven voor die schitterend heldere, lieflijke stijl van Jimmy Hamilton. Ik ken er nog steeds elke noot van. Later werd ik zelf klarinettist, maar nu speel ik niet meer.

'Ellington is de Bach van de jazz, en niet alleen vanwege zijn grote productie. Als ik The Tattooed Bride repeteer, neem ik de secties afzonderlijk onder handen. Alleen de saxen, de trompetten of de trombones. Elke partij klinkt als een stem in een Bach-fuga, op zichzelf boeiend en afgerond. Als je al die lagen in elkaar past, ontstaat er iets nog veel mooiers.

'Bij Gil Evans gebeurt er contrapuntisch veel minder, daar draait het om sfeer, timbre, kleur. Het sensuele, evocatieve ervan trekt me aan. Dat werkt zelfs nog als er tientallen fouten gemaakt worden. Als je opnamen beluistert van de repetities, op die pas verschenen verzamelbox (Miles Davis & Gil Evans: The Complete Columbia Studio Recordings) merk je aan Evans' stem hoe gespannen hij is. Veel van die arrangementen moesten op dezelfde dag ingestudeerd en op de band gezet worden. Dat kán helemaal niet, zeker niet met muzikanten die geen geweldige notenlezers zijn. Je hoort voortdurend verkeerde noten, en mensen die te vroeg of te laat invallen. Op Sketches of Spain staat een passage van wel twintig maten waarin de bassist er continu een tel naast zit.

'Toch komt de bedoeling over, ook in de trompetsolo's van Miles, die bijvoorbeeld op een Bes mikt en een B raakt. Het is spontaan, het leeft, het heeft spanning. Jazzpianisten zijn tegenwoordig zo geschoold dat ze even zuiver articuleren als Martha Argerich of Glenn Gould, maar ik hoor liever de rafelige randen van Ellington of Monk.

'Toen ik zelf begon te componeren bevond ik me in de benarde positie dat ik emotioneel niets kon met wat toen de serieuze muziekpraktijk was. De invloed van Schönberg, John Cage, Darmstadt, enzovoorts. Ik vond het meestal zo statisch, het bewoog niet. It don't mean a thing if it ain't got that swing - maar dat kun je natuurlijk nooit tegen een avant-gardistisch componist zeggen.

'Toen kwam minimal music, een even belangrijke omslag in het muzikale denken als Schönbergs twaalftoons-systeem. Voor mij was het een uitweg, omdat de minimal music twee kenmerken bevatte die me diep bevredigden: ze was tonaal, en er zat een duidelijke puls in. Net als in veel jazz. Die invloed wordt trouwens vaak onderschat. Mensen noemen bij Steve Reich altijd de verwantschap met gamelan en Ghanese percussie, maar ik hoor er vooral het Modern Jazz Quartet in, een cool geluid met veel vibrafoon.

'Mijn vroege composities, zoals Harmonium en Shaker Loops zijn nog minimalistisch, maar beginnen al aan hun ketenen te rukken. Net als in de jazz kwam er later meer ruimte voor romantische solopartijen, die uit het patroon breken, lyrisch en vrij willen zijn. Nu ik deze big band dirigeer hoor ik ook meer specifieke elementen die ik heb overgenomen. Zoals de bullets of brass, die korte stoten koper in Short Ride in a Fast Machine, dat heb ik van Ellington. Ook andere koperpartijen, grote homofone blokken, in Nixon in China bijvoorbeeld. Fearful Symmetries, mijn orkestwerk uit 1995, is een reusachtige boogie-woogie die ontspoort.

'Moet je wel proberen Ellington of Evans na te spelen? Dat is een moeilijke vraag, maar in deze gevallen zeg ik duidelijk ja. Ik zie jazzopnamen niet als films, die maar in één versie kunnen bestaan, maar als schema's, aanwijzingen voor een mogelijke uitvoering. We doen het nu zoveel mogelijk in de geest van het origineel, omdat het plezierig en betekenisvol is om deze muziek live te ondergaan, in ideale akoestische omstandigheden.

'Het is voor veel hedendaagse componisten de rigueur om te zeggen: het publiek laat me koud, ik schrijf voor mezelf. Ellington zei: het maakt me niet uit waar ik speel, als er maar publiek is. Dat spreekt me veel meer aan. Terwijl hij naast zijn hits ook altijd moeilijker repertoire bracht. Zo heb ik hem zelf ooit zijn Shakespeare-suite Such Sweet Thunder horen uitvoeren. Tussen dat dansende en drinkende publiek was ik waarschijnlijk de enige die hem kende.

'Ellington subsidieerde zichzelf, door constant te toeren en Take the 'A' Train een miljoen keer te spelen. Want ik moet tot mijn schaamte toegeven dat ik leef in een land dat zijn eigen cultuur niet steunt. Orkesten als het Schönberg, het ASKO, of het Duitse Ensemble Modern bestaan in de Verenigde Staten eenvoudigweg niet. Daarom ben ik de afgelopen vijf maanden vijf keer in Europa geweest, wat een hele reis is vanuit San Francisco.'

'Toen ik in Nederland aankwam met m'n partituren onder m'n arm, zette ik op mijn hotelkamer de tv aan, en zag ik vrijwel meteen een documentaire over Duke Ellington. Dat leek me een goed voorteken. In Amerika is zoiets ondenkbaar. Daar zenden ze nooit iets uit over Charles Ives, Aaron Copland, Elliott Carter, Charles Mingus of andere Amerikaanse componisten. Ik kan wel tachtig kanalen ontvangen, maar er is nergens iets waardevols te zien. Zelfs een culturele zender als PBS brengt alleen kookprogramma's en films over wilde dieren. Toch worden er nog talloze romans geschreven, en veel, misschien wel te veel, cd's gemaakt. Er komt ook veel goeds uit Amerika. Het is net als bij wijnranken. Als die moeite moeten doen om te overleven, in grind-achtige grond en bij grote hitte, produceren ze de beste druiven. Lijden levert vaak grote kunst op. Het is een romantisch cliché, maar kennelijk waar.

'In een markteconomie, zonder overheidssteun, zie je wel veel duidelijker of je een publiek bereikt of niet. En wat dat betreft: wat is er toch aan de hand met de muzikale avant-garde? Voor moderne musea staan lange rijen, maar bij een concert van eigentijdse muziek zit je met dertig man in de zaal. Vaak is dat de schuld van de componist. Als je een computer koopt en de handleiding niet kunt lezen, word je boos, want je kunt niet bij de informatie. Als je muziek niet begrijpt, geven ze je het gevoel dat je te dom bent, de componist is veel slimmer dan jij.

'Vooral in het begin keek de kritiek neer op mijn werk. ''Adams is toegankelijk'', en dat was geen compliment. Nederland was eigenlijk het land waar de ommekeer plaatsvond, toen Edo de Waart mijn stukken op het programma zette, en Reinbert de Leeuw erkende dat er iets unieks in zat. Nu word ik vaak gespeeld, ik ben de strijd aan het winnen.

'Misschien ben ik wel reactionair in de zin dat ik een stap terug doe, naar herkenbare tooncentra en ritmen. Toch vind ik dat ik iets eigens maak, omdat ik me ontwikkeld heb in de breedte. Ik laat meer invloeden toe uit andere stijlen en culturen. Die verwerk ik vaak als ''vervalsingen'', het lijkt erop maar het is het niet echt. Behalve kenmerken uit de jazz gebruik ik af en toe de klankkleur en het instrumentarium van de rock, op een verfijnde en complexe manier, in dezelfde richting als die waarin Zappa werkte. Dat hoor je in Scratchband, een van de twee Nederlandse premières tijdens deze tournee. Het andere nieuwe stuk, Gnarly Buttons, kent ook passages met ''fictieve'' stijlen. Een thema dat afkomstig lijkt uit de volksmuziek van de Appalachen, maar het niet is. Een namaak-hoedown, dat is een vrolijke hillbilly-dans, en een Paul McCartney-achtige popsong, die steeds meer verwrongen raakt.'

John Adams houdt rekening met het publiek, wat ongetwijfeld bijdraagt aan zijn populariteit: volgens gegevens van de Amerikaanse symfonieorkesten uit 1991 is Adams de meest gespeelde levende Amerikaanse componist van deze tijd. Hoezeer de componist aan de luisteraar denkt, blijkt maandag ook in Amsterdam, als tijdens de repetities overwogen wordt Mood Indigo maar te schrappen. Het avontuurlijke arrangement, met opnieuw een klarinetsolo, staat als toegift gepland, maar het is te lang, het programma bevat al zo veel ballads, de luisteraar gaat zich vervelen. Eerst wordt de zangpartij eruitgehaald, en het tempo opgevoerd, maar dan is het 'te veel Glenn Miller'.

Weg ermee dus, want 'we willen niet dat de mensen aan het eind spijt krijgen dat ze zo hard hebben geklapt'.

John Adams met het Schönberg Ensemble en The Houdini's: Concertgebouw, Haarlem (vanavond), Concertgebouw, Amsterdam (15 februari, 15 uur), Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht (16 februari), Concertzaal, Tilburg (21 februari), Dr Anton Philipszaal, Den Haag (22 februari). Bij de laatste twee concerten wordt John Adams als dirigent vervangen door Jurjen Hempel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden