Op reis

'Januari 1952, Celciusstraat, Den Haag. Mijn tante Too zit al in de taxi, in het vooruitzicht van een reis van acht weken naar Sydney per schip met andere Nederlandse emigranten....

JOHAN DE VOS

Het zijn keurige mensen. Ze staan er wat afstandelijk bij. Tante Too ontlokt geen heftige emoties bij haar afscheid. Ze is al een beetje weg. De fotograaf vond het toch de moeite om het afscheidstafereel in beeld te brengen. Hij doet het vanaf ooghoogte, zakelijk. Niemand kijkt naar hem om. Fotografen zijn gewoon in deze familie. Zonder het te beseffen maakt hij een interessante documentaire foto van een welgesteld stuk Nederland.

Een brede straat met een fabrieksschouw in de verte en ferme huizen met voortuintjes. Dit is nobele, gedienstige en haakse architectuur. Tussen de mannen bij de auto zien we nog een bleke schim. Het is de rug van een voorbijrijdende fietser. We zien ook nog drie lantaarnpalen, een jongen in de diepte. Het decor voor een ochtendlijk tafereel. We herkennen veel op deze foto en toch is alles anders. Stiller, in elk geval.

Het is het licht dat deze foto zo aandoenlijk maakt. De zeven mensen in beeld krijgen ieder een lumineus aureool van de lage, zijdelingse zon. Deze belichting maakt hen waardig en ouderwets. Een beetje zoals in de films van de jaren vijftig. De betere portretfotografen uit die tijd gebruikten een diffuse lichtbron om de voorkant van hun klanten zacht in beeld te brengen, en tegelijk hadden ze ook nog een spotlichtje dat gericht stond op het achterhoofd. Het doet de coiffure schitteren. Deze opstelling biedt precies hetzelfde effect als de natuurlijke verlichting bij deze foto. De taxi staat op de hoek van de straat en krijgt een streepje laag zonlicht van tussen de huizen, perfect op de goede plaats. De zon had het niet sympathieker kunnen doen.

Tante Too zit al diep in de taxi, we zien haar hoofd als een schim door de achterruit. 'Op de foto staan mijn ooms en tantes, ome Adrie, tante Ali, tante Trees, mijn vader (Jantje), ome Albert, ome Lucas en de taxichauffeur. Tante Trees (met handtas) lijkt haar emigratie naar Canada al te overwegen - zij vertrok een paar jaar later. Mijn vader rookt een sigaret. Mijn moeder ontbreekt. Zij meent zich te herinneren dat ze naar de Beeklaan was om, te elfder ure, de nylonkousen van mijn tante op te halen die ze daar had laten repareren en die mijn vader - nadat de trossen los waren - met een goedgerichte worp aan boord slingerde, verzwaard met een appel.'

'Mijn tantes brieven zijn heden ten dage sierlijk geschreven in vooroorlogs Nederlands vermengd met Engelse woorden. 's Morgens om zes uur stapt zij nog weleens uit bed vanwege trek in een zure haring. Daarna gaat ze weer terug naar bed. Tot Ome Lucas' ongenoegen. Hij veelt de lucht van haring niet om zes uur 's morgens.'

Weinig is nog zoals op deze foto. Tante Trees heeft een ouderwetse manier van staan, de deuren van de taxi zijn breed en openen van voren, de straat is zonder geparkeerde auto's, de mantels zijn van een andere stof, het haar ligt anders, de huizen zijn degelijk, het licht is vriendelijk, het roken van een sigaret staat deftig, er is bezorgdheid bij het instappen, het achterlicht is klein. En Bart de Haas schrijft: 'Die klinkers liggen nu alleen nog maar aan de Nieboerweg in Duindorp.'

Johan de Vos

Dit is aflevering 24 van een rubriek. Foto's voor De allermooiste foto van de wereld kunnen worden gericht aan de Volkskrant, Dag in Dag uit, postbus 1002, 1000 BA Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden