Op reis door de onderschatte wereld van de fungi met een schimmelkenner

Caspar loopt

Aflevering 110: op pad door de onderschatte wereld van de schimmels.

Het begint al goed op landgoed Vennebroek met eikhaas, tegen de onderkant van een eik. Een paddestoel dus en een tamelijk zeldzame. Zeldzaam of niet, voor mij zijn zowat alle soorten nieuw, ik ken hoogstens een paar van de meer dan vijfduizend soorten. Maar Wim Ozinga, die me een spoedcursus geeft, stelt me gerust. Het is al heel wat als je de soortgroepen weet te onderscheiden, de russula's, de boleten, de parasolzwammen, de wasplaten. Zelfs kenners kost het soms moeite vervolgens precies de juiste soort te bepalen. Daarvoor gebruik je, zegt hij, alle zintuigen; je kijkt, voelt, ruikt, proeft.

We slenteren door de lanen en Ozinga wijst op de zonnerussula, die lijkt op de geelwitte russula, hij laat het verschil zien tussen paddestoelen met plaatjes, met buisjes, met stekels, hij wijst op de 'melk' in de lamellen van de grijsgroene melkzwam en beweert dat de kaneelkleurige melkzwam naar bedwants ruikt en de beukenrussula naar appelmoes uit blik.

Hij breekt een stukje af van de hoed van de heksenboleet, die prompt blauw kleurt. Soms legt Ozinga een spiegeltje op de grond, waardoor we de onderkant van de hoed kunnen bekijken zonder de paddestoel te plukken. Over wildplukken heeft hij gemengde gevoelens. Het kan geen kwaad, een paddestoel is wat de appel is aan een boom. Maar sommige zeldzame, langzaam groeiende soorten hebben meer moeite om met hun sporen voor nageslacht te zorgen en zijn waarschijnlijk gevoeliger voor plukken. En er mag wel iets te kijken overblijven. 'Ik heb er moeite mee als mensen vuilniszakken vol paddestoelen uit het bos halen.'

Tekst gaat verder onder de kaart.

Caspar Janssen loopt een jaar lang door Nederland en brengt al doende het landschap in kaart, en daarmee de planten, dieren, mensen en kwesties van het Nederlandse land. Lees ook eerdere afleveringen uit deze rubriek.

De heksenboleet Foto Caspar Janssen

Een onderschatte wereld, die van de schimmels, vindt Ozinga. 'Er wordt altijd gesproken van flora en fauna. Maar je zou eigenlijk moeten spreken van flora, fauna en fungi. Want het is echt een apart rijk, naast de dieren en de planten.'

Vandaag kan het niet op met dat rijk. Weer stoppen, bij een prachtige eikenboleet, bij de vissige russula, bij eekhoorntjesbrood, de honingzwam, het porseleinzwammetje, parasolzwammetjes, de vliegenzwam, de panteramaniet, de avondroodstekelzwam... Vermoedelijk zijn ze, wanneer dit stukje in de krant staat, allemaal weer vergaan.

Meer over