Reportage

Op pad met Mischa Keijser, nachtfotograaf

Mischa Keijser maakt nachtfoto’s, die nu te zien zijn in Museum Belvédère. De Volkskrant liep in het donker met hem mee.

Protoporphyria #046 Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #046Beeld Mischa Keijser

Vanavond zit het ongeluk in een klein hekje. Het is een doodgewoon hek, het soort waarvan er in Nederland honderdduizenden staan, en er is geen enkele reden om aanstoot te nemen aan uitgerekend dit exemplaar, behalve als je een fotograaf bent die de plek vóór het hekje probeert te fotograferen, en de weerkaatsing van je flitslicht op dat verduivelde hek elke opname verpest. Het hekje uit de grond trekken is geen optie. Wil Mischa Keijser (47) zijn foto maken, dan zit er voor hem niets anders op dan zijn apparatuur te verplaatsen.

Even later staan de lampen en camera inderdaad net even anders. In het zichtlijn van de lens: twee perfect doorgezaagde boomstronken op hun zij, de kluit en wortels er nog aan – op de kopse kant zien ze eruit als twee opengesperde reuzenogen. Het hellende, spaarzaam bebouwde bosweggetje waar we staan is bezaaid met dergelijke losgerukte stronken, maar geen enkel paar ligt er zo fotogeniek bij als dit. Toen we het tweetal eerder bij daglicht met de auto passeerden, wist Keijser meteen dat hij er iets mee wilde.

Inmiddels is het niet langer licht, maar echt donker is het evenmin. Het is het blauwe uur, het moment waarop portretfotografen graag werken. In het westen kleurt de hemel mauve. Het schijnsel van de verkeerslichten verderop is mooi, zoals het op geen enkel ander moment is.

 Protoporphyria #023 Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #023Beeld Mischa Keijser

‘Hier’, zegt Keijser, en hij drukt een flitslampje in mijn handen, ‘houd die even boven je hoofd.’ Hij loopt naar zijn statief en drukt op de ontspanner. Een helle flits doet de stronken oplichten.

Dat flitslicht, legt de fotograaf uit terwijl hij lustig verder flitst, gebruikt hij om het onderwerp los te maken van de achtergrond. Het helpt ook, zegt hij, om de laatste restjes blauw uit de lucht te krijgen.

Ik knik. De spier in mijn arm begint te trekken van het omhooghouden van de flitslamp.

Keijser inspecteert de display van zijn camera.

‘Nog eentje’, zegt hij.

Mischa Keijser is nachtfotograaf. Dagfotograaf is hij trouwens ook. Hij maakt portretten, dierenportretten en landschappen, soms geschoten met een drone, maar het zijn zijn foto’s van plekken in de nacht waarover het hier nu gaat. Die plekken (een vrachtbrug, een zandhoop, een hysterisch recht geknipte haag) zullen nooit de toeristengids halen, maar Keijser heeft er oog voor. Hij toont ze sterk uitgelicht tegen de nachtelijke duisternis, een beetje zoals in de koplampen van een auto. Er zit ook humor in zijn nocturnes, de humor van het misplaatste en bevreemdende: een kudde alpaca’s in een weiland, een reusachtige zwevende voetbal in een winkelstraat. Enkele tientallen van zulke nachtopnamen zijn momenteel te zien in Museum Belvédère in Oranjewoud, waarvan de conservator het project instigeerde. Protoporphyria luidt de titel, naar de zeldzame aandoening die mensen overgevoelig maakt voor zonlicht en ze dwingt om voornamelijk ’s nachts te leven.

Vijf jaar terug begon Keijser zulke foto’s te maken, de meeste in het noorden van het land. Vooral de provincies Friesland en Groningen bezocht hij vaak. In Idaerd, Woudsend en Lauwersoog trof hij de gewenste weidsheid. Dat de woningen en faciliteiten daar niet zo snel worden opgeknapt en doorverkocht als in de Randstad is eveneens een pre. Keijser houdt van dingen die de sporen van de tijd dragen, hoewel het overgecultiveerde van ons landschap in zijn nachtfoto’s ook een terugkerend motief is. Mensen komen op die foto’s niet voor. Die weert Keijser bewust uit zijn landschappen. Hun aanwezigheid vindt hij te bepalend. Zien we er een, dan beginnen we te oordelen en dat wil Keijser niet. Een mensloos landschap, zegt de fotograaf, geeft rust aan het kijken. En mensen beter laten kijken is wat hij met zijn nachtfoto’s voorstaat.

Protoporphyria #056 Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #056Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #057 Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #057Beeld Mischa Keijser

Onlangs pakte hij de reeks weer op, ditmaal met een strakker afgebakend thema: klimaatverandering. De hevige regenval en minitornado’s van de laatste weken zijn volgens Keijser slechts een voorproefje van wat ons te wachten staat. Het zijn niet de ecologische rampen zelf die hij van plan is te fotograferen. Het is hem te doen om hoe de mens zich ertegen wapent. Zo heeft hij het plan opgevat om bij Calais in Frankrijk de afzonderlijke waterkeringen die burgers daar op eigen initiatief in verschillende materialen hebben gebouwd te fotograferen. Maar ook de nasleep van een ramp boeit hem. Daarom rijden we op een warme donderdagavond in juli naar Leersum op de Utrechtse Heuvelrug. Een valwind, een verticale luchtklap, richtte daar recentelijk een ravage aan.

‘Neem stevige schoenen of laarzen mee’, appte hij een paar dagen voor onze trip.

‘Lange kleren ook een goed idee’, stuurde hij een dag later.

Een tijdje terug werd hij ziek van een tekenbeet, zo verklaart Keijser zijn fixatie op bedekkende kleding later die avond. Misprijzend zal hij naar het geboomte staren: ‘Rotteken’.

Tekenbeten, zo blijkt wanneer we Leersum naderen, zijn echter klein bier vergeleken met wat Leersum heeft getroffen. De schaal van de verwoestingen is huiveringwekkend. Complete stukken bos liggen plat, als was er een panikerende kudde dinosaurussen overheen gedenderd. ‘Zo ziet klimaatverandering er dus uit’, zegt Keijser terwijl we de zoveelste losgewrikte boom passeren. ‘Allemachtig...’

Rijdend verkennen we de omgeving. Bij fotowaardige plekken stapt Keijser uit en maakt een foto met zijn iPhone bij wijze van voorstudie. We zijn aan de late kant. Meestal scout Keijser tijdens de middaguren. Alleen bij daglicht (of in de schemering) kan hij immers een geschikt onderwerp herkennen.

Protoporphyria #003 Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #003Beeld Mischa Keijser

Hij heeft altijd iets gehad met de nacht, vertelt hij, terwijl we voor de derde keer het hoekhuis met het verpletterde dak passeren. Als kind al nam zijn stiefvader hem ’s nachts mee naar de Rotterdamse haven. Op een bankje zaten ze dan te kijken naar de schepen. Er gebeurde niets, en toch was het indrukwekkend, die nachtelijke haven met al zijn lichten en vreemde sfeer.

Geoff Dyer schrijft in The Ongoing Moment dat op de beroemde nachtfoto’s die Brassaï in de jaren dertig van Parijs maakte de nacht eerder voelt als een plek dan als een moment. Wie Keijser hoort praten krijgt de indruk dat hij de nacht evenzeer beschouwt als een haast tastbare locatie. Het is de belofte van die plek die hem aanspreekt: de nacht biedt ruimte aan het onverwachte. De verlatenheid ervan is een andere kwaliteit die hem aan de nacht bevalt. In de nacht is er van bijna alles minder, waardoor je je op het weinige dat er wél is beter kunt concentreren.

Concentratie was de reden dat Keijser überhaupt begon met nachtfotografie: hij had nogal wat plekken die hem boeiden, maar waar hij overdag geen goede foto van kreeg gemaakt. Te veel ruis. Er was altijd wel een lullig schapenwolkje dat de boel verstierde. ’s Nachts, zo bleek, lukte het wel. Het donker zoog alles op wat kon afleiden. Het is een grappige paradox: juist door het duister te omarmen, kreeg Keijser zijn onderwerpen beter belicht. Terugkijkend leek hij voorbestemd om dit genre te beoefenen: door zijn verleden als theatertechnicus had hij al ruime ervaring met het uitlichten van dingen in het donker. Hij weet precies hoe hij met licht een tableau versterkt of afvlakt, hoe hij het expressief maakt of juist ingetogen. Eigenlijk, zegt Keijser, doet hij in zijn nachtfoto’s met de echte wereld wat hij voorheen deed met toneeldecors. Vanavond maakt hij vier van zulke foto’s, een alleszins redelijke score.

Het laatste tafereel is veruit het spectaculairst. We treffen het achter een invalidenparkeerplaats aan een van de bosweggetjes rond de stad: een lange boom die wordt opgevangen door struikgewas en zo perfect horizontaal in het luchtledige lijkt te hangen. Het is moeilijk om er niet met antroposofische blik naar te kijken.

Het is inmiddels een uur of half 1, een tijdstip waarop geeuwen met dezelfde frequentie lijkt plaats te vinden als ademen. De lucht is onbewolkt. Een sterrenveld glinstert tussen de boomkruinen. De lichtbanen uit de mijnwerkerslampen op onze hoofden zwiepen door het donker, als lichtsabels in een film.

Protoporphyria #037 Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #037Beeld Mischa Keijser

Terwijl de lucht in het bos voelbaar kouder wordt, bouwt Keijser voor de zoveelste maal deze avond zijn set op: een staande lamp, een camera op statief. Eerdere foto’s vanavond, zegt hij, maakte hij met flits. Voor deze zal hij gebruik maken van een lange sluitertijd. Bij die methode opent hij de lens voor langere duur, om het licht uit een enorme ledlamp op te vangen. Zo kan hij een scene ‘mooi inschilderen’, al lukt het enkel wanneer er, zoals nu, niet teveel omgevingslicht is. Wanneer ik de opnameknop heb ingedrukt begint Keijser het onderwerp ‘bij te lichten’ door met de ledlamp langs de randen van de boom te lopen. Na een halve minuut klinkt een droge klik: foto één is een feit.

Keijser loopt naar de camera, bekijkt het display, draait het apparaat een slag en loopt weer met zijn lamp naar de boomkruin. Weer druk ik op de knop.

Het is niet ongebruikelijk dat iemand hem assisteert. Meestal wordt hij vergezeld door zijn kinderen, zijn ex, of door een voormalig model dat hij consequent aanduidt met De Muze. Keijser is gesteld op gezelschap, en niet alleen omdat het hem helpt met het sjouwen van zijn apparatuur. De belangrijkste reden is persoonlijker: hij is bang voor het donker. De keren dat hij ’s nachts in zijn uppie eropuit trok ervoer hij op sommige momenten geen gezonde, maar een ondraaglijke spanning. Toen hij laatst solo op pad was in de Waterloopbossen merkte hij weer eens hoe het was, die dunkelfieber. Bij elke bosmuis die voorbij schoot, kreeg hij een hartverzakking.

 Protoporphyria #042 Beeld Mischa Keijser
Protoporphyria #042Beeld Mischa Keijser

Turend naar het ondoordringbare donker kan ik me er alles bij voorstellen. De nacht doet iets met ons. Het maakt ons alert op een manier zoals we overdag zelden meemaken. Zelfs hier, in gezelschap en met de bewoonde wereld op schreeuwafstand, verkeert mijn lichaam in een verhoogde staat van paraatheid. Het zijn niet alleen de zintuigen die op scherp staan, het is ook de geest die vrij spel heeft. Zij krijgt alle ruimte om zich van alles in te beelden. Wie zegt bijvoorbeeld dat er vanuit het donker in het bos niemand naar ons loert?

Keijser lacht wanneer ik erover begin. Het donker, beaamt hij, zorgt ervoor dat we op onze hoede zijn. Wanneer hij ’s nachts op de Waddenzee met zijn zeilboot voor anker ligt, voelt hij zich ook heel kwetsbaar. De nacht creëert ingebeelde dreiging. Tijdens zijn nachtelijke expedities liep hij nimmer gevaar. En andersom? Voelt men zich weleens bedreigd door zijn aanwezigheid? Je zou verwachten dat een man die in het holst van de nacht bij woonwijken in de weer is met camera’s al snel de buurtbeveiliging en lokale autoriteiten op zijn nek krijgt, maar nee: anders dan in de Randstad, waar achterdocht de standaard lijkt, reageren die paar nachtbrakers die in het noorden zijn pad kruisen altijd geïnteresseerd en luchthartig op zijn aanwezigheid.

Vanavond was het niet anders: net voordat we de auto parkeerden werden we halt gehouden door een beveiliger die wilde weten ‘of we iets zochten’.

Nadat Keijser hem had uitgelegd dat we foto’s van de stormschade kwamen maken, luide zijn reactie: ‘Ah, juist, ik heb over jullie komst gehoord!’

‘Serieus?’, vroeg Keijser, en nog voordat dat hij kon zeggen dat we ons nergens hadden aangemeld, bedacht hij zich: ‘Ja, precies, ja! Nou, fijne avond.’

De man wenste hem toe dat hij een mooie foto zou maken.

Die kwam er, zo blijkt wanneer we na een vijftal opnamen over het display staan gebogen.

Wat fascinerend is aan dit bosgezicht, wat fascineert aan eigenlijk al Keijsers foto’s, is dat het de wereld toont in negatief. Waar het normaal gesproken licht is (de lucht), is het hier pikdonker; wat doorgaans in donker gehuld blijft (de bosschages) staat vol in het licht. De foto, realiseer je je, laat de bruut ontwortelde boom op de voorgrond treden. Hij drukt je met de neus op de feiten.

Mischa Keijser, Protoporphyria, Museum Belvédère, te zien t/m 26/9.

Mischa Keijser: Protoporphyria. 116 pagina’s; € 30.

Mischa Keijser Beeld  Marcel de Buck
Mischa KeijserBeeld Marcel de Buck

MISCHA KEIJSER (1)

Mischa Keijser (Rotterdam, 1974 ) is een kunstenaar die gebruik maakt van fotografie. Hij maakt zowel journalistiek als autonoom werk: portret, dierenportret, landschap, soms geschoten met behulp van een drone. Zijn foto’s draaien om ‘de relatie tussen mens en landschap’, aldus zijn website, wat in de praktijk betekent dat hij zelden de ongerepte natuur fotografeert, in zoverre dat bij ons nog mogelijk is: het is het gecultiveerde landschap dat je op zijn foto’s ziet.

MISCHA KEIJSER (2)

Keijser heeft een voorkeur voor plekken die dermate strak zijn vormgegeven dat ze neigen naar het abstracte. Denk: kassen, stormkeringen, polders, bloemenvelen, stapelplaatsen in de haven. Zijn landschapsfoto’s vallen op door hun rijke detaillering en heldere vlakverdeling. Ze zijn leeg op een manier die soms doet denken aan het werk van de Friese schilder Willem van Althuis (1926-2005).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden