Reportage In de Waalse kerk met Guido Tichelman

Op pad met Guido Tichelman, opnameleider van klassieke muziek: ‘De kunst van klanktechnici is om de ruimte te vangen’

Beeld Renate Beense

Als opnameleider geldt Guido Tichelman, die gespecialiseerd is in klassieke muziek, als een van de besten in zijn vakgebied. De Volkskrant woont een opname bij in de Waalse kerk in Amsterdam. Overal liggen kabels. Maar waarom staan die kerkbanken allemaal scheef?

Als Guido Tichelman (51) bij een concertzaal aanbelt, heeft de portier vaak geen idee wie hij is. ‘Die denkt dat ik de man ben die even wat microfoons komt neerzetten.’

Doet-ie ook, ja. Maar dat is ‘hooguit 5 procent’ van zijn werk. Tichelman is opnameleider, hij maakt platen en is gespecialiseerd in klassieke muziek. En gezien zijn portefeuille en prijzenkast is hij een van de besten in zijn vakgebied. Grote namen als Reinbert de Leeuw en Barbara Hannigan werken met hem. Vorig jaar won Tichelman nog een Grammy Award voor het door Hannigan gedirigeerde album Crazy Girl Crazy.

Wat houdt dat in, klassieke muziek opnemen? De Volkskrant loopt met hem mee bij een opname en de nabewerking.

Tichelman – lang, donker golvend haar, woeste baard met wat grijs – beent door de Waalse Kerk in Amsterdam, zijn werkterrein voor vandaag. ‘Dat opnemen zelf is niet het meeste werk’, zegt hij. Wat hij dan wel vooral doet? ‘Meedenken met de musici, aanwijzingen geven. En als er genoeg goede takes (stukjes van de totale opname, red.) zijn: monteren.’ Bot gezegd: het beste materiaal selecteren, knippen en aan elkaar plakken. ‘Vervolgens maak ik een zo mooi mogelijke mix.’

Vandaag is het Nederlands Kamerkoor aan de beurt. De zangers staan opgesteld onder het orgel. Ze leggen de laatste hand (het is opnamedag drie) aan een stuk van de Amerikaans-Russische componist Lera Auerbach, 72 Angels, waarin de namen van engelen worden gedeclameerd. De muziek is soms hypnotiserend, soms verwijst ze naar de klaaglijke voordracht van de chazonim (joodse voorzangers). Tegenover het koor zit het Raschèr Saxophone Quartet. Peter Dijkstra is de dirigent.

Mede door het vele hout, de rechthoekige plattegrond, de gunstige afmetingen (je loopt zo heen en weer) en, vooruit, de locatie (de Wallen) in een stad waar veel musici wonen, is de Waalse Kerk een geliefde opnameplek. Op statieven tussen het koor en het kwartet staan de belangrijkste microfoons. Overal liggen kabels. Maar waarom staan die kerkbanken allemaal scheef?

Akoestiek

‘Zie je die tape daar? Die bank moet precies op deze plek staan. Een centimeter verschuiven maakt al verschil. Het gaat echt om dat soort afstanden. Het heeft te maken met reflecties. We nemen dit op in een kerk, omdat het spirituele muziek is, dan moet je de akoestiek hebben die daarbij hoort. Maar het moet niet té zijn. Die houten bank breekt als het ware de klank van de saxofoons en zorgt dat die niet verder de kerk ingaat.’

Popmuziek wordt in de regel laag voor laag opgenomen, op meerdere sporen in een studio. De opnameruimten zijn akoestisch gezien redelijk ‘droog’, niet-galmend. Aan iedere laag kan afzonderlijk worden gesleuteld. Is de zang vals, dan kun je die met software zoals autotune zuiver maken. Hoewel trucage niet onmogelijk is, is dat bij klassieke muziek wel een stuk moeilijker. In de regel speelt iedereen tegelijkertijd – en meerdere microfoons leggen dit vast.

‘De kunst van klanktechnici’, zegt Tichelman, ‘is om de ruimte te vangen, om die kenmerkende akoestiek mee te nemen in je opname. Ik kan ook kunstmatig galm toevoegen hoor, zo’n purist ben ik ook weer niet. Als het in het verlengde ligt van het ideaal van de artiest en het eindresultaat er beter door wordt, dan doe ik het.’

Nog een verschil: in de popmuziek wordt veel gebruikgemaakt van compressors: die maken het geluid gelijkmatig in volume. In de klassieke muziek wordt daar veel terughoudender mee omgegaan – een componist schreef niet voor niets ‘forte’ (hard) of ‘piano’ (zacht). ‘En hoe groot die dynamiek is, wordt mede bepaald door de afstand van de microfoons. Staan die dichtbij, dan zijn de uitersten groter. Wij kiezen het perspectief, uiteraard in overleg met de artiesten. Dat is dus ontzettend bepalend. Wil je op rij 4 of rij 11 zitten, vraag ik dan.’

Kabels in de Waalse Kerk in Amsterdam. Beeld Renate Beense

Hoe werkt een mix?

In het bestand hieronder hoor je een deel uit 72 Angels. Je hoort alleen ‘het hoofdstel’: de belangrijkste microfoons voor het stereobeeld. Die vormen de basis van het geheel.

In het tweede bestand hoor je de volle mix. Daarin zijn zogenaamde steunmicrofoons toegevoegd. Je hoort duidelijk dat zowel het saxofoonkwartet als het koor dichterbij klinken en de articulatie van beide veel beter waarneembaar is.

Nachtelijke opnames

‘Wij’ staat in dit geval voor Tichelman en Bastiaan Kuijt (44), sinds twaalf jaar zijn compagnon. De twee dragen wollen truien en sjaals. De reden: de verwarming maakt geluid, en dat kun je bij zo’n opname niet hebben. Ze lopen op sloffen. Tichelman: ‘Wat voor de gemiddelde mens stil is, is voor ons helemaal niet stil.’ Kuijt, lachend: ‘Onze microfoons horen alles. Soms hebben we pech. Dan staat de wind verkeerd en gaan de vliegtuigen van Schiphol over de stad vliegen. Dan kun je wel inpakken. Daarom nemen we vaak ’s nachts op.’

Ze zitten in een apart kamertje aan een tafel. Drie monitors, een stel speakers. Een kinderbijbel herinnert aan de oorspronkelijke functie van dit gebouw. Achter hen hangt een geluidswerende deken, zodat ze de galm van de kerkzaal horen en daar niet ook nog eens de galm van de afluisterruimte bovenop komt. Tichelman heeft de partituur voor zich liggen en leest alles mee.

‘We doen een soort soundcheck van twee of drie uur, waarin we de plaatsing van de microfoons bepalen. Het resultaat noemen we de klankbalans’, zegt Tichelman. ‘Tijdens het opnemen is Bastiaan meer de technicus van ons twee. Hij let op de algehele klank, ik meer op de noten en ik communiceer met de musici. Als het klaar is, maak ik de montage en de mix. Daar ben ik veel langer mee bezig dan met het opnemen zelf. Ten slotte doet Bastiaan de mastering.’ Dat is het laatste stapje in de afwerking, waarbij alle frequenties worden doorgelicht.

We gaan verder met de opname. In de kerkzaal hangt een speaker, zodat Tichelman met de dirigent kan communiceren als dat nodig is. Als het koor inzet, dirigeert hij met zijn rechterhand mee. ‘Fuck’, zegt hij, ‘wat een goed koor, man.’

‘Peter’, zegt hij dan door de microfoon, ‘kun je even opletten bij het bladzijden omslaan?’

En: ‘Peter, ik weet niet zeker of ik dit kan editen. Je zit nu ineens in een heel andere sfeer dan in de vorige take, dat contrast is te groot.’

Alle ‘engelen’ worden apart opgenomen, frase voor frase. 

‘Jaaa!’, juicht Tichelman dan ineens. ‘Die g was van een andere wereld, niet normaal. Ik vond dit echt een magische take.’

Wat is de bijzonderste opname die Tichelman heeft gemaakt? Het project om (onder leiding van Reinbert de Leeuw) alle stukken van György Kurtág voor ensemble en koor op te nemen, had ook best een Grammy verdiend; het bleef bij een nominatie. Wel kreeg hij een Edison. Lees hier onze recensie.

Twee weken later zitten we in Tichelmans ouderlijk huis in Haarlem. Wat eens zijn jongenskamer was, is nu zijn studio. Om een idee te krijgen van zijn werkdruk: hij maakt dertig cd’s per jaar (in de klassiekemuziekwereld is die geluidsdrager nog lang niet afgeschreven). En zo eens in de twee weken maakt hij ook nog een opname voor All of Bach, het platform van de Nederlandse Bachvereniging waarop álle werken van Johann Sebastian worden vastgelegd.

‘Het is wel veeleisend werk, ja’, zegt Tichelman, die muziekregistratie studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (1993-1997) en zelf cello speelt. ‘Je moet goed alleen kunnen zijn. Soms zie ik een week lang helemaal niemand, dan zit ik alleen maar te editen bij het haardvuur. Een 40-urige werkweek, dat is voor mij vakantie.’

Per cd neemt hij tussen de tien en vijftien uur muziek op. En daar moet hij dus steeds de beste stukjes uitkiezen. ‘Op een klassieke cd zitten al gauw zo’n vijfhonderd edits. Het is aan mij te zorgen dat je dat niet doorhebt.’ En in dat editen zit liefde. ‘Je bent de hele tijd muzikaal inhoudelijke beslissingen aan het nemen. Ik ben eigenlijk meer musicus dan technicus.’

Niet alleen kiest Tichelman de beste maten en laat hij die mooi in elkaar overlopen, hij heeft ook de macht om een kleine rust, een micropauze, net wat langer te laten duren. ‘Maar dat doe ik alleen als het in de geest van de artiest is’, benadrukt hij. ‘Daarom kun je dit werk alleen doen als je weet hoe muziek werkt.’

Beeld Renate Beense

De montage 

In het volgende fragment hoor je een onbewerkte frase. Dirigent Peter Dijkstra spreekt de musici en koorleden toe.

Kijk dan even naar deze afbeelding en luister daarna naar onderstaand fragment.

De bovenste ‘laag’ is de montage en de tweede ‘laag’ komt uit de losse take die je eerder hebt gehoord. Aan de kleuren kun je zien welk aandeel van de losse take in de uiteindelijke montage is opgenomen.

Daarnaast ontdoet hij de muziek van hinderlijke geluiden. Tikjes worden weggehaald – de computer berekent waar de afwijking zit en die frequenties worden zachter gemaakt. ‘Kuchjes zijn lastiger om weg te krijgen, die gaan door alle frequenties heen. Als er anders muzikaal iets verloren gaat, laat ik ze zitten.’ 

Waar zit de grens bij dat bewerken? ‘Als iemand een noot speelt en hij klinkt niet goed, en na twee takes klinkt hij nog niet goed, dan ga ik dat niet aanpassen. Ik ga geen problemen oplossen die musici thuis hadden kunnen voorkomen.’

Tichelman laat zien hoe hij monteert: eerst kiest hij de takes, waarin alle sporen (lees: microfoons) gebundeld zijn – source destination editing heet dit. Daarna bepaalt hij welke kanalen hij openzet. Hij heeft met 23 microfoons opgenomen, maar die gebruikt hij niet allemaal.

‘Je wilt die mogelijkheden hebben, de keuzen maak je achteraf. Wil je bijvoorbeeld in een bassolo de solist een klein beetje meer profiel geven, dan kun je die met zo’n microfoon een beetje bijkleuren. Die mogelijkheden zijn fantastisch, maar ook een vloek, omdat je zo veel tijd kwijt bent.’

Van het project met het Nederlands Kamerkoor heeft Tichelman nu vijftig minuten ‘af’. Vanavond is het klaar, verwacht hij. Dan masteren in de studio van Bastiaan. En daarna? Dan kan het best zijn dat hij er jaren niet meer naar luistert. ‘Ik luister vrijwel alleen naar datgene waar ik op dat moment aan werk. Ik heb gewoon geen tijd over.’

Beeld Renate Beense

72 Angels van Lera Auerbach door het Nederlands Kamerkoor verschijnt in januari 2020 bij het label Alpha.

Bananenpannekoeken

Wat is het geheim van een goede opname? Guido Tichelman: ‘Toen ik opnametechniek studeerde, dacht ik dat het aan de spullen lag. Daarna leerde ik dat het is wat je ermee doet. Inmiddels weet ik dat de interactie met musici nog veel belangrijker is. De beste projecten zijn die waarbij de sfeer goed is. Waarbij musici, voordat je begint, voorstellen om bananenpannekoeken te bakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.