film astronautenfilms

Op naar de sterren en daar voorbij: wat maakt een astronautenfilm tandenknarsend spannend?

Rob van Scheers zet uiteen wat er nodig is voor een geslaagde lift-off. 

Film still First Man

Vrijdagavond, filmclub. In het International Space Station (ISS) is het de hele week hard werken, met al die wetenschappelijke experimenten en alles, maar rond het weekeinde is het tijd voor entertainment. Onze man in space André Kuipers vertelde tijdens het Volkskrant-KennisCafé eens hoe ze dan een dvdtje in een laptop stopten en die vrij lieten zweven, terwijl de gemengde crew van astronauten en kosmonauten zich er gezellig omheen schaarde.

Bij voorkeur op het programma: ruimtefilms. ‘We hebben Apollo 13 gedraaid, met Tom Hanks. We waren fan van Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. En lekker griezelen deden we met de Alien-reeks.’

Geen grotere fans van dit genre dan de ruimtevaarders zelf. Ongetwijfeld zal Damien Chazelles First Man, zijn Apollo 11-film annex Neil Armstrong-biopic, ook nog eens zijn vrijdagavondpremière in het ISS beleven, zodra die op dvd verschijnt. Hoger kun je als filmmaker niet komen.

Zoals ieder genre kent ook de astronautenfilm zijn eigen wetten. Doorgaans draait het om ongewis avontuur en existentiële eenzaamheid. Wankel scheepje, ver van aarde, precies zoals David Bowie in Space Oddity (1969) bezong. Vaste ingrediënten: zwaar ademen in een ruimtehelm, geruis en vertragingspiepjes op de lijn. Contact met Houston. Of juist verbroken contact. Zweven in een toestand van gewichtloosheid. De spanning bij de landing op de maan en de gevreesde terugkeer door de dampkring. Haperende technologie. Heimwee naar familie. Soms komt er een mysterieus virus aan boord. Ook kan een astronaut door zijn buitenaardse ervaring plotseling in de Here geraken, onder de indruk als hij is van de schepping. En vergeet ook paniek bij de start niet, zoals vorige week nog bij de Sojoez-ruimtecapsule.

De ruimtevaarder geportretteerd als de Columbus van de kosmos. Omdat er op de wereldkaart voor ontdekkingsreizigers bijna geen terra incognita meer te vinden is, ging ook Hollywood voor avontuur en vertier naar de ruimte. Hollywood gaf ons in die door André Kuipers aangehaalde producties buitenaardse horror (Alien), serieuze reconstructies (over de rampvlucht van de Apollo 13) en complete ruimteopera’s (2001: A Space Odyssey – met dat gigantische roterende ruimtestation en de opstandige megacomputer H.A.L.), maar de pioniersjaren werden toch het mooist vastgelegd in The Right Stuff (1983) van Philip Kaufman, bekroond met vier Oscars.

The Right Stuff

De film, naar het gelijknamige non-fictieboek van Tom Wolfe, beschrijft de race naar de ruimte tussen de Russen en Amerikanen en de onderlinge competitie tussen de Amerikaanse luchtmacht, de Amerikaanse marine en het Amerikaanse leger om de eerste generatie astronauten te kunnen leveren: de Mercury 7.

Testpiloot Chuck Yeager (Sam Shepard), die met het supersonische vliegtuig Bell X-1 al door de geluidsbarrière en de stratosfeer is gebroken, ziet het cowboygedrag van deze uitverkorenen aan met lede ogen – ondanks al zijn ervaring is hijzelf niet uitgenodigd door de NASA. In hun glimmende retro-ruimtepakken worden de Mercury 7 – Alan Shepard; John Glenn; Gordon Cooper; Gus Grissom; Wally Schirra; Scott Carpenter en Deke Slayton – door NASA aan het publiek gepresenteerd als de nieuwe Amerikaanse helden, al was het maar om draagvlak te creëren in de samenleving voor dit begrotelijke programma.

De vlucht op 12 april 1961 van Kosmonaut Nummer 1 Joeri Gagarin (over wie gek genoeg nooit een spacefilm is gemaakt) in zijn Vostok-1 doet de rest. Nu de Russen de eerste mens in de ruimte hebben gebracht is er voor de Amerikanen geen weg terug, en schaart ook president John F. Kennedy zich achter het plan. Zij willen naar de maan, het Mercury-programma is de eerste stap. Het nationale prestige staat op het spel, voor het oog van de wereld. Blijft over de vraag of de mannen van de Mercury 7 wel hebben wat daarvoor nodig is, de right stuff – als in: moed, stalen zenuwen en zeker geen faalangst.

Zo drukt The Right Stuff alle opwinding van destijds krachtig uit. Achter de schermen bij de ruimterace, in de beginjaren nog behoorlijk houtje-touwtje.
De Amerikaanse ruimte-debutant Alan Shepard (gespeeld door Scott Glenn) voor de start van zijn Mercury Freedom 7: ‘Lieve Heer, don’t let me fuck up.’ 
Zijn collega Gordon Cooper in de controlekamer: ‘Dat verstond ik niet. Kun je dat herhalen?’
Shepard: ‘Ik zei: alles is A-OK.’

Ondertussen pist hij van de zenuwen wel in zijn spacepak. En het is natuurlijk ook een krankzinnig idee om in een veredeld soepblik boven op een machtige Redstoneraket te gaan zitten: wat kun je doen als het misgaat? Vrij weinig, feitelijk. Ondanks het ontsnappingssysteem boven op de capsule. In de film zien we tijdens de countdown de angst in Alan Shepards ogen. Een Amerikaanse held word je niet zomaar, natuurlijk.

Een getransponeerd genre

The Right Stuff is gedramatiseerde non-fictie, zoals First Man en Apollo 13 dat ook zijn. Meer heb je voor een spannende film eigenlijk niet nodig. Soms doen de makers er nog een schepje bovenop. Zie de zevenvoudig Oscarwinnaar Gravity (2013) van Alfonso Cuarón. Daarin sleutelen George Clooney en Sandra Bullock goedgemutst aan de beschadigde Hubble-telescoop – met 17 minuten is dit trouwens het langste ononderbroken openingsshot ooit. Ze maken grapjes, Clooney zingt mee met countrymuziek, en dan slaat het noodlot toe: ze worden getroffen door een golf aan Russisch ruimteschroot.

Clooney drijft reddeloos af in de ruimte (over existentiële eenzaamheid gesproken), Bullock weet na een hellevaart een verlaten Chinese Shenzou-capsule te bereiken waarmee ze succesvol terugkeert naar aarde (over ongewis avontuur gesproken). Gravity is een overlevingsfilm in de ruimte, zoals The Martian (2015) in zekere zin een western is: met dat pionieren van Matt Damon aan de new frontier op Mars. Dances with Wolves, maar dan op de rode planeet.

Film still First Man

Een getransponeerd genre: dat valt in een jarenzestig-tv-serie als Star Trek trouwens ook goed aan te wijzen. Het is dan wel sciencefiction, maar met de USS Enterprise belanden captain Kirk en mister Spock op de gekste planeten: een Alice in Wonderland-planeet, een planeet vol oude Grieken, een westernplaneet, en zelfs een planeet waar nazi’s domineren. Kan allemaal in sciencefiction. Wie gaat bewijzen dat het apekool is?

To boldly go where no man has gone before: het motto van Star Trek bracht sciencefiction naar de mainstream. Waren het voordien betere B-films als The Day the Earth Stood Still (Robert Wise; 1951) of It Came from Outer Space (Jack Arnold; 1953) – waarin binnen het licht van de Koude Oorlog de aliens meestal vermomde Russen waren – ná Star Trek kon alles. Zonder Star Trek geen Star Wars. Zonder Star Trek geen Interstellar (2014), Christopher Nolans odyssee door ruimte en tijd via een wormgat: een kortere afslag binnen het universum die je sneller dan het licht laat reizen.

Wel is het zo dat Hollywood voor dit soort grote producties steeds vaker wetenschappelijke deskundigheid inkoopt – het moet tegenwoordig wel een beetje kloppen, want anders zal de wraak van de spacenerds op de sociale media verschrikkelijk zijn. Zo werd voor Interstellar de vooraanstaande wormgatfysicus en latere Nobelprijswinnaar Kip Thorne uitputtend geraadpleegd. De consultant kreeg een eervolle vermelding op de aftiteling als executive producer.

Ook in First Man wordt vastgehouden aan de werkelijkheid van 21 juli 1969, de eerste voet op de maan van Neil Armstrong. De film, die afgelopen weekeinde in de VS in première ging en mooie kritieken oogstte op het festival van Venetië, deed het met een eerste opbrengst van 16.5 miljoen dollar slechter aan de box office dan verwacht.

Film still First Man

Zijn Amerikanen nu opeens ruimtemoe? Het vakblad Variety verzuchtte: ‘First Man Blues: How 40 Years of Star Wars Killed the Mystery of the Moon Shot.’ Als in: door ruimtesprookjes als de franchise Star Wars is het publiek al zo vaak in verre sterrenstelsels geweest dat het echte werk blijkbaar minder aanspreekt. Ondanks het komende jubileum van 50 jaar Apollo 11 komt de film misschien wel te laat, werpt Variety op. En als dat zo is, dan heeft de ruimtefantasie het definitief gewonnen van de ruimte-non-fictie.

Interessante kwestie, maar of het waar is valt te bezien. Juist de krankzinnigste ruimtefilm ooit gemaakt is een documentaire. Nooit werd de existentiële eenzaamheid van de ruimtevaarder beter gevangen dan in Out of the Present (1997).

Hoofdpersoon is kosmonaut Sergej Krikaljov, wiens ruimtereis wel heel bizar verliep: hij verbleef in het ruimtestation MIR toen in augustus 1991 – na een mislukte stalinistische staatsgreep en de klim van Boris Jeltsin op een tank – de Sovjet-Unie de facto ophield te bestaan. Maar Krikaljov zat dus nog boven, in zijn eentje. Er stond weliswaar CCCP op zijn ruimtepak, het land vanwaaruit hij was vertrokken was van de kaart geveegd. Door de chaotische politieke toestand werd hem door het vluchtleidingscentrum Tsoep gevraagd even een dubbele dienst te draaien: zo duurde zijn missie 311 dagen, 20 uren en 54 seconden precies.

Wat hij er nu van vond, van de val van Gorbatsjov en alles, wilden journalisten weten. Och, uit de ruimte zie je geen geen grenzen of stippellijnen op de aardbol, hoor, antwoordde Krikaljov neutraal vanuit de MIR. Hij dacht natuurlijk ook: niets verkeerd zeggen nu, wie weet komt er nog een volgende machtsverschuiving.

Een documentaire van 90 minuten, door de Roemeense regisseur Andrei Ujica geknipt uit circa 280 uur videomateriaal. Het was een bericht uit de absurdistische Russische werkelijkheid die Andrej Tarkovski’s ruimtefantasie Solaris bijna deed verbleken. Sergej Krikaljov als een wijze en zwijgzame ruimtemonnik, omringd door het gepiep en gekraak van de MIR, al bijna een organisme op zichzelf. Voor zijn opofferingen in eenzaamheid moch Krikaljovin 1994 als eerste kosmonaut mee met de Amerikaanse space shuttle. 

De Volkskrant schreef ook een recensie First Man (vier sterren). 

De ‘maanlanding’

Complotdenkers kunnen dit prikkelende gegeven natuurlijk niet laten liggen: die hele maanlanding van 21 juli 1969 was fake. Gewoon opgezet in een filmstudio, Neil Armstrong is daar nooit geweest. Of kennen we de film Capricorn One (1977) soms niet? Met die hoax van een bemande landing op Mars. De speculaties over de Apollo 11 leidden in 2002 zelfs tot een heuse mockumentary – een (deels) neppe documentaire om te lachen – Dark Side of the Moon, van Franse makelij. De maanlanding was nep, de CIA zat erachter en Stanley Kubrick hielp met zijn beelden ook een handje. Grappig verzonnen. Maar soms gaat het mis. Vraag maar na bij Buzz Aldrin, nummer 2 op de maan. In wat het Bart Sibrel-incident is gaan heten werd hij belaagd door een godsdienstwaanzinnige complotdenker – Sibrel, dus – die met de bijbel in de hand de Apollo 11-astronaut wilde laten zweren op de maan te zijn geweest. Uiteindelijk gaf Aldrin hem een hoek, daar zijn beelden van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden