Interview

'Op mijn 45ste was ik het gelukkigst'

Peter van Straaten is vrijdag op 81-jarige leeftijd overleden. Net na zijn 80ste verjaardag interviewde Volkskrant Magazine hem. 'Ik ga door met tekenen omdat ik het leuk vind en ook wel om het geld.'

null Beeld null

Drie jaar geleden zat tekenaar Peter van Straaten met zijn vrouw Els gezellig een glaasje wijn te drinken toen hij ineens wegzakte. Zijn vrouw belde 112. 'Met loeiende sirenes ben ik naar het ziekenhuis gebracht. Het bleek een korte hartstilstand. Daarna gebeurde het nog een keer: ik had tekeningen gemaakt voor het decor van Youp van 't Hek en Youp gaf een dinertje voor al zijn medewerkers, Els en ik waren er ook. Tijdens dat diner kreeg ik weer een hartstilstand. Zéér genant.'

Was het tenminste wel na het hoofdgerecht?

'Ik geloof het wel, ja. Het had ook met de drank te maken. Els greep onmiddellijk in en we zijn naar het ziekenhuis gegaan. Ik heb nu zo'n defibrillator in mijn lijf. Als ik een hartstilstand krijg, geeft die mij een elektroshock en dan doet alles het weer.'

null Beeld null

Verder nog klachten?

'Ik heb nog maar één werkende nier, daarvoor moet ik morgen weer naar de internist. Verder heb ik kaliumgebrek - o nee, geen gebrek, ik heb juist te veel. Ik mag geen tomaten, geen sinaasappelsap; al die gezonde dingen, die mag ik niet. Ik mag eigenlijk alleen gekookte groenten. En Els zegt dat ik doof word. Ik ben een wrak.'

Op het zonnige terras van Kanis & Meiland in Amsterdam worden twee broodjes gerookte makreel met mayonaise neergezet. Peter van Straaten buigt zich voorover en fluistert: 'Ik moet je wel waarschuwen. Die broden zijn met mes en vork niet om door te komen. Je moet het gewoon afhappen.'

Drank, mag dat nog wel?

'Met mate. Meer dan vier glazen wijn per dag kan ik niet aan. Dat is niet veel, voor mijn doen. Ik heb ontzettend veel gezopen. Maar ik ben nooit alcoholist geworden, dat is een godswonder. Ik wou toch altijd weer aan het werk en dat kan niet als je te veel drinkt.

Tekenen en drank gaan helemaal niet samen. Een stukje tikken op de typemachine, dat lukt nog wel en als je een klein beetje dronken bent, kom je op mooie vondsten - je tikt er hooguit wel eens naast. Maar tekenen kan niet met drank op. Ik dronk altijd ná het werk.'

Peter van Straaten praat over zichzelf zoals hij tekent en schrijft: met milde spot en een glimlach om de lippen. Een week geleden is hij 80 geworden. Els en hij vierden het in stilte en met de telefoon uit. 'Anders zouden we gek zijn geworden van alle telefoontjes. Ik heb Els beloofd dat dit de laatste keer is dat ik 80 word.'

null Beeld null

Wat willen al die bellers dan?

'Interviews willen ze! En daar heb ik toch zo'n hekel aan.'

Dan kunt u toch nee zeggen?

'Ja. Maar nee is een woordje waar ik al mijn hele leven veel moeite mee heb. En het is natuurlijk ook ijdelheid.'

Ik dacht dat tekenaars niet zo ijdel waren, eerder licht autistisch.

'Nou, we zijn allemaal flink ijdel hoor. We gaan wél heel leuk met elkaar om, geen haat en nijd zoals onder schrijvers en journalisten. Die gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Tekenaars doen dat wel. Met uitzondering van de echte striptekenaars die voor de stripbladen werken, daar is de concurrentie moordend. Maar onder de cartoonisten zijn alle plekken goed verdeeld. Niemand aast op het plekje van een ander.'

En dat is geen schijnheilig gedoe?

'Nee, dat is oprecht. Als je twee tekenaars bij elkaar zet, beginnen ze onmiddellijk over andere tekenaars te praten: weet je wie pas echt goed is? Urenlange gesprekken zijn dat. Onder schrijvers is veel meer jalousie de métier. En onder schilders ook.'

Van Straaten is al decennia een geliefd, beroemd en succesvol (politiek) tekenaar. Van 1958 tot 2012 tekende hij voor Het Parool - cartoons, rechtbanktekeningen, de strips Vader & Zoon en Het dagelijks leven - en iets korter, maar toch ook ruim vier decennia, tekende hij voor Vrij Nederland. Wat al zijn werk gemeen heeft: 'Het waren nooit tekeningen van een gebalde vuist, ik wilde altijd graag mensen in de maling nemen. Er moest om gelachen kunnen worden. Het moet wel leuk blijven.'

Schrijven deed hij ook: hij volgde Simon Carmiggelt op in Het Parool toen die op 70-jarige leeftijd stopte, en hij is de bedenker van het Vrij Nederland-feuilleton Agnes, een Sylvia Witteman-achtig type, maar dan alleenstaand. Met schrijven was Van Straaten in de jaren zeventig begonnen, toen hij, Eelke de Jong en Rijk de Gooyer elkaar voor de toenmalige Haagse Post brieven gingen schrijven.

'Eelke kwam met het idee, die moest elke week een stuk voor HP maken. Eelke loog, Rijk fantaseerde en ik overdreef, dat was de rolverdeling. Ik vond het ontzettend leuk om te doen.'

Was u ambitieus?

'Dat ik die rubriek van Carmiggelt in Het Parool overnam, was mijn eigen idee. Om een rubriek van Carmiggelt over te nemen, moet je wel ontzettend ambitieus zijn. Achteraf denk ik: dat ik dat heb gedurfd! Ik ben zeer gesteund door Carmiggelt, moet ik zeggen. Die schreef iedere week op een briefkaart wat-ie ervan vond. Dat heeft mij enorm geholpen. Ze liggen nog altijd in een la.'

Was hij ook kritisch?

'Nee. Hij was alleen maar enthousiast. Carmiggelt heeft na zijn 70ste nooit meer geschreven, ik weet niet wat daarvoor zijn overwegingen waren. Hij had natuurlijk die verhouding met Renate Rubinstein, die slokte hem helemaal op.' Zelf is Van Straaten met tekenen altijd doorgegaan - hij maakt cartoons voor de Volkskrant en voor diverse tijdschriften - maar schrijven doet hij niet meer.

Waarom bent u daarmee gestopt?

'Nadat ik vijf jaar voor Het Parool stukjes had geschreven, in de bijlage PS, kwam de toenmalige chef van PS Lambiek Berends naar me toe en zei dat hij een gesprek met me wilde hebben. Dat gesprek begon hij met: 'Die stukjes van jou, wat vind je er zelf van?'

O, dacht ik. Het is zover. Ik had er zelf erg veel plezier in, maar hij vond ze verschrikkelijk. Sindsdien heb ik een writer's block. Ik schreef Agnes al en daar ben ik mee doorgegaan, maar behalve Agnessen heb ik niks meer geschreven, nooit meer. Ja, nog een tijdje stukjes voor de achter-pagina van NRC Handelsblad, maar ik werd gek van de deadlines en ik had er geen lol meer in.

Memoires komen er ook niet. Ik heb eens een boekje gemaakt over mijn jeugd, Uit mijn hoofd heet het, met tekeningen van Arnhem, waar ik ben geboren. In 1973 was dat, toen was ik erg met vroeger bezig, maar nu helemaal niet meer. Ik heb nog even overwogen om alfabetisch alle namen af te gaan van iedereen die ik heb ontmoet. Maar dat werkt niet.'

Wat zijn uw plannen voor de komende jaren?

'Gewoon doorgaan met wat ik nu doe. Dat vind ik al heel ambitieus. Mijn broer Gerard, ook tekenaar, was elf jaar ouder dan ik en is op zijn 65ste gestopt met werken. Hij had geen zin meer. Hij is nog wel portretten van schepen gaan schilderen, maar commercieel werk deed hij niet meer. Gerard was heel goed, van ons tweeën was hij de beste tekenaar. Maar hij was ook rancuneus. Dan ging het bijvoorbeeld over Dick Bruna of over die man van Kikker, Max Velthuijs, en dan riep hij: 'Die kunnen helemaal niet tekenen en ze lopen maar binnen!' Hij was waanzinnig jaloers op mij, heb ik later begrepen.'

Peter van Straaten had vier oudere broers: Herman, Gerard, Rob en Jan. Alleen Jan is er nog. 'Hij is 84 en nauwelijks aanspreekbaar. Ze zijn in volgorde gegaan. En allemaal op 86-jarige leeftijd. Wonderlijk hè? Ik ga door met tekenen, omdat ik dat leuk vind en ook wel om het geld, ik heb maar een klein pensioentje opgebouwd. We zitten met het probleem wat we toch moeten met al het werk dat we hebben. Els schildert en heeft een atelier vol, ik heb een groot archief, we worden er echt wanhopig van.'

CV Peter van Straaten

25 maart 1935
Geboren in Arnhem.
1947
Stedelijk Gymnasium in Arnhem.
1954 - 1958
Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam (huidige Rietveld Academie).
1958
Reportagetekenaar bij Het Parool.
1968 - nu
Wekelijkse politieke prent in Vrij Nederland.
1968 - 1987
Vader & Zoon in Het Parool.
1974
Beste Jongens met Eelke de Jong en Rijk de Gooyer in Haagse Post.
1983
Leuk is anders als opvolger van Carmiggelt in Het Parool.
1984 - 1986
Agnes in Het Parool.
1986 - 2000
Agnes in Vrij Nederland.
1986
Welwezen, toneelstuk door Toneelgroep Centrum.
1987
eenakter Een lichte lunch (Avro).
1988 - 2012
6 keer per week Het dagelijks leven in Het Parool.
1998
Geïllustreerd kinderboek Een jongen en zijn Boom.
2009
Kinderboek Oma Kattenpis met Els Timmerman.
2010
Ruim vijftig tekeningen aangekocht door het Rijksmuseum.
Vanaf 2012
wekelijks in de Volkskrant.

Prijzen (selectie)
1979
Lucas Ooms-prijs.
1983
Stripschapprijs voor Vader en Zoon.
1994, 1997, 2005, 2010
Inktspotprijs voor beste politieke prent van het jaar.
2006 Gouden Ganzeveer.
1996
Lid in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
2011
Eredoctoraat Universiteit van Leiden.

Verkopen?

'Ik heb laatst een tentoonstelling gehad, met cartoons, daar zijn er 23 van verkocht. Er is nog veel over.'

Kijkt u met plezier terug op de afgelopen tachtig jaar?

'Op het grootste deel wel. Maar toen ik 40 was, vond ik het leven een hel, ik had echt een midlifecrisis, het greep me naar de keel. Ik dacht: mijn leven is afgelopen. Het is gebeurd. Er komt niks leuks meer. Moet ik mijn verdere leven dit doen, is er dan niks anders? Terwijl: toen is het pas echt begonnen. Ik denk dat ik op mijn 45ste het gelukkigst was. Dat ging vanzelf, er gebeurde niks speciaals.'

En toen kende u Els Timmerman nog niet eens, uw tweede echtgenote.

'Kun je nagaan. Ja, toen ik Els leerde kennen, werd alles nog weer leuker. We kennen elkaar via Ischa Meijer, daar is ze vier jaar mee geweest.'

Vond u Ischa Meijer een aardige man?

'Niet aardig, wel ontzettend leuk. Hij had ook iets vals. Hij was een agressieve interviewer, net als Frénk van der Linden, daar kan ik echt niet tegen. Mensen die zeggen: denk daar eens over na? Ga daar eens dieper op in? Wat vind je nou écht? Dan klap ik helemaal dicht. Ischa was iemand die je van de ene dag op de andere liet vallen.

'Geen belangstelling meer. Hij zou me interviewen toen de laatste Vader & Zoon-bundel verscheen, maar dat heeft hij nooit gedaan; als hij mij of mijn uitgever zag, ging-ie gauw achter een boom staan. Gelukkig dank ik Els aan hem. Met Els is mijn leven in een rustig vaarwater gekomen. Ik had geen verlangen meer om vreemd te gaan en de drank had ik ook in de hand. Maar het is voor Els niet prettig om met mij te leven.'

Waarom niet?

'Omdat ik ontzettend op haar leun. Zij doet alles met de computer, ik kan dat niet, ik weet niet hoe je mailtjes moet sturen of tekeningen moet inscannen. Els moet alles voor mij doen. Ze volgt ook de sociale media, ik vind dat doodeng. Wij wonen ongelukkig, er is altijd wat mis met het internet. Het is verschrikkelijk. Ik weet niet hoe dat kan, de radar van de schepen misschien, of de dikke muren. Verder houdt Els de agenda goed bij - ik ben nogal slordig - en maakt ze zich veel zorgen om mijn gezondheid. Nee, ze heeft het niet leuk met me.'

Hebben jullie ook wel plezier?

'O ja, we hebben ontzettend veel lol. Een paar weken geleden gingen we naar het Boekenbal en na drie kwartier zijn we vertrokken en hebben we thuis samen een bescheiden wijntje opengetrokken. Lekker met zijn tweeën, heerlijk.'

En soms met de kleinkinderen.

'Ik ben via Els nep-opa van twee kleinkinderen, en mijn dochter Mascha, uit mijn eerste huwelijk, heeft er ook twee. Maar ze woont in Driebergen, dus we zien elkaar niet zo veel. Ze heeft zich in haar jonge jaren helemaal suf getekend, maar daar doet ze niks meer mee. Ze is eerst rechten gaan studeren, toen overgestapt op Frans en op een gegeven moment belde ze op: pap, ik hou op met studeren, vind je dat erg? Ik zei: het is jouw leven. Ze kon een baan krijgen bij de optiebeurs. En nu werkt ze bij een bank die wordt opgeheven. Ze moet iets anders vinden, maar ze is inmiddels 53 dus dat wordt nog lastig.'

Ziet u haar moeder nog?

'Nee. We hebben geen contact meer.'

Straks worden Els en u zo'n kwakkelend oud stel uit een goeie Van Straaten-cartoon.

'Ik vrees van wel. We staan ingeschreven bij een bejaardenwoning vlakbij het Raamplein. Het is met verzorging. Ik verheug me erop om in de binnenstad te wonen.'

Met aantrekkelijke verpleegstertjes die desgewenst de billen komen wassen.

'Met medische zorg op afroep, ja.'

Bent u bang voor de dood?

'Nee. Ik ben het er niet mee eens, maar angst heb ik niet. Alleen: je gaat niet opeens dood. En ik ben wel bang voor wat eraan voorafgaat. Het gesukkel. Mijn twee oudste broers, die inmiddels zijn overleden, hadden allebei alzheimer. En de enige broer die nog over is, heeft ook alzheimer. Dus dat staat mij ook te wachten. Mijn moeder had het ook. Mijn vader niet, die is aan een hartinfarct overleden.'

Had u het niet allang gemerkt als u alzheimer zou hebben?

'Ik kan namen niet onthouden. 's Avonds in bed kan ik mezelf gek maken met nadenken over namen. Hoe heette die ook alweer? En die? En die ene filmster, wat was ook alweer haar naam? Dan kan ik niet slapen voor ik het in een filmboek heb opgezocht. Ik weet ook niet waarom ik dat doe.'

Wat is het vervelendst van ouder worden?

'Nou, ik vind het vooral jammer dat ik niet meer hele einden kan fietsen en lopen. Van hier naar het Volkskrant-gebouw wandelen, dat red ik niet, dan ben ik uitgeput.'

Als dat het ergste is, valt het nog wel mee.

'Ja, dan valt het mee.'

null Beeld null
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden