Interview Don Moye - Art Ensemble of Chicago

Op Le Guess Who is het Art Ensemble of Chicago, vreemd genoeg, op zijn plaats

Op een festival met uitersten is het Art Ensemble of Chicago op zijn plaats. Na vijftig jaar past dit gezelschap nog steeds niet in een hokje.

Van links naar rechts: Lester Bowie, Roscoe Mitchell, Malachi Favors, Famadou Don Moye en Joseph Jarman van Art Ensemble of Chicago. Beeld Getty Images

De grootste jazzmuzikanten hebben eigenlijk een hekel aan het woord ‘jazz’. Trompettist Miles Davis, bijvoorbeeld, sprak liever over ‘social music’ en ook het Art Ensemble of Chicago, donderdag te zien in Utrecht, gebruikt bij voorkeur een andere benaming voor zijn geïmproviseerde muziek: ‘Great Black Music’. ‘Jazz is me als term te beperkt’, zegt drummer en percussionist Don Moye aan de telefoon vanuit Warschau. Hij is daar met het Art Ensemble of Chicago neergestreken voor de eerste van een aantal Europese concerten die het ensemble zal geven ter ere van hun vijftigjarige jubileum.

Dat het Art Ensemble of Chicago op het Utrechtse festival Le Guess Who zal optreden, is niet zo gek. Want hier, op het muziekfestival dat het consequent buiten de mainstreampop zoekt en kiest voor avant-gardistische drone-rock, experimentele elektronica en andere uitersten in het popaanbod, lijkt de band het best op zijn plaats. Juist met het programmeren van jazz die mijlenver wegblijft van wat Moye ‘gezapige prefabjazz’ noemt, heeft het festival de laatste jaren veel succes gehad.

Nieuwe jazzheld Kamasi Washington (2015) en freejazzpionier Pharoah Sanders (2017) brachten de Grote Zaal van TivoliVredenburg al in vervoering. Nu gaat de organisatie met het in Chicago opgerichte gezelschap op het affiche nog een stapje verder.

Wisselende bandleden

De bezetting van het ensemble is in de loop der jaren gewijzigd. Twee van de vijf oorspronkelijke bandleden leven niet meer, maar de mentaliteit  – ‘afwijken van de muziek die we al kennen en proberen iets nieuws te creëren’ – is volgens Moye intact gebleven. Trompettist Lester Bowie, die in de jaren zestig al met diverse grootheden uit de soul en blues had gespeeld, getrouwd was met Fontella Bass (bekend van de soulhit Rescue Me) en buiten het ensemble als soloartiest het meest naam maakte, overleed in 1999. Bassist Malachi Favors, wiens contrabas altijd de solide basis bleef waarop de rest kon terugvallen, stierf vijf jaar later en multi-instrumentalist Joseph Jarman (80) trok zich jaren geleden terug.

Maar rietblazer Roscoe Mitchell (78) en slagwerker Moye (72) zijn altijd blijven spelen en vonden het ineens weer tijd worden bij elkaar te komen, om de muziek van het Art Ensemble of Chicago (AEOC) vijftig jaar na de oprichting weer nieuw leven in te blazen. Muziek die onverminderd vreemd maar fris is blijven klinken en die in de toenmalige jazzwereld een even grote opschudding teweegbracht als de freejazz van saxofonist Ornette Coleman tien jaar ervoor.

Net als in het fameuze kwartet van Coleman hoor je ook in de muziek van het AEOC geen akkoordinstrument. Niemand speelt piano. Orgel en gitaar worden nog altijd hooguit ingezet om te ontregelen, niet om andere muzikanten te leiden of houvast te geven. Dat maakt het al aanzienlijk moeilijker voor de bandleden, laat staan voor de luisteraar, om zich vast te houden aan toonhoogte en melodielijnen. Die duiken steeds kortstondig op en verdwijnen weer net zo snel. Harmonie en ritme zijn de basiselementen van de improvisaties die, anders dan een eerste kennismaking doet vermoeden, wel degelijk uit gecomponeerde stukken voortkomen.

‘Dat is misschien wel het grootste misverstand dat aan onze muziek kleeft: dat we maar wat zouden aanklooien. De basis van ieder stuk is wel degelijk goed doordacht. Pas als die klopt, gaan we ermee aan de haal.’ Speels en met humor, maar voortdurend goed naar elkaar luisterend. ‘We hebben altijd eindeloos gerepeteerd. Lester en Roscoe konden met hun trompet en sax soms wel urenlang tegen elkaar inspelen, allemaal om grip te krijgen op de composities die ze net hadden opgekrabbeld. Hadden ze die te pakken, dan vergaten ze alles weer, om volledig blanco het podium op te stappen.’ Waar Moye dan vaak met zijn beschilderde gezicht klaarzat, omringd door allerhande klankopwekkers: van conga’s, trommels en ander conventioneel slagwerkmateriaal tot fietsbellen tot speelgoedtoeters, soms lagen er wel honderd instrumenten om hem heen.

‘Het is zo saai om gewoon de maat te slaan, dat kan iedereen’, vindt Moye nog altijd. Dat ook hij niet ‘zomaar wat aanrommelt’, bewezen niet alleen de altijd spraakmakende optredens van het exotisch ogende AEOC, maar ook hun platen.

21 cd’s

Om het jubileum kracht bij te zetten, verschijnt deze week een 21 cd’s tellende box waarin alle platen zijn verzameld die het ensemble vanaf 1978 heeft uitgebracht op het gezaghebbende jazzlabel ECM Records, plus alle soloprojecten van de bandleden.

Al op het eerste nummer van de eerste cd, Nice Guys (1978), hoor je wat Moye bedoelt als hij zegt dat hun muziek veel meer omvat dan alleen jazz. In Lester Bowies Ja gaat een unisono geblazen intro na twee minuten ineens over in een reggaenummer. Van hardbopjazz naar reggae en weer terug: net als op het podium is geen minuut op de platen van het AEOC voorspelbaar.

In de jaren zestig switchten ze in een handomdraai van freejazz naar James Brown-funk (Rock Out), terwijl Lester Bowies echtgenote Fontella Bass op de filmsoundtrack van Les Stances à Sophie (1970) een knap staaltje funk verzorgt in Theme de Yoyo.

Er was geen zwarte muziekstijl waarvoor het ensemble terugdeinsde. Luisterend naar de vele concertregistraties val je nog altijd van de ene verbazing in de andere. Hoe dezelfde band die soms een plaatkant lang ontregelt tot ze bijna ontsporen, ineens met een prachtig klein muzikaal thema kan komen, zoals op het album Full Force, met het driekwart minuut durende miniatuurtje Care Free.

Eindeloos repeteren

Los van alle speelsheid is er ook de muzikale brille die bewondering afdwingt, zoals op de livedubbelaar Urban Bushmen (1980). De drumsolo waarmee Moye het plaatkant vullende Sun Precondition Two/Theme for Sco inleidt, begint eenvoudig, zwelt dan langzaam aan tot een ballon van bijna monstrueuze proporties, om tot slot in een fractie van een seconde helemaal leeg te lopen. Zoiets krijg je alleen voor elkaar dankzij eindeloos repeteren.

Het speelse, gekoppeld aan technisch vaak briljant spel, maakt begrijpelijk waarom het ensemble in de jaren zeventig en vooral tachtig zo’n graag geziene attractie was op de Europese jazzpodia, ook in Nederland. ‘Daar kwamen we ook nog eens met veel meer vrijzinnige geesten in aanraking dan in de VS. Willem Breuker en Misha Mengelberg, God hebbe hun ziel, die waren echt heel inspirerend voor ons. We voelden een verwantschap met hun dwarse denken. En dan de podia bij jullie. Het Bimhuis in Amsterdam en Vredenburg in Utrecht, met die grijsbetonnen muren. Ik zie alles bijna veertig jaar later nog zo voor me. Mooie zalen, van alles voorzien, en ook nog met een aandachtig publiek, dat we vooral in Europa tegenkwamen.’ Eraan terugdenkend krijgt hij nog meer zin om weer op tournee te gaan. ‘Heerlijk, weer op zoek naar muzikale vrijheid.’

Dat zoeken is precies wat het AEOC van meet af aan hoog in het vaandel had staan. Het ensemble sloeg vanuit Chicago al snel zijn vleugels uit naar Europa. Hun muziek was weliswaar onthaald als het vernieuwendste geluid in de jazz sinds het baanbrekende kwartet van saxofonist Ornette Coleman met trompettist Don Cherry, maar de schoorsteen kon er in Chicago niet van blijven roken. ‘Amerika is altijd veel conservatiever geweest. In Europa, vooral in Parijs, lagen voor avant-gardistische geesten alle mogelijkheden’. Maar de overtocht was kostbaar. Trompettist Lester Bowie bekostigde voor het complete ensemble de boottocht naar Parijs uit de verkoop van zijn huis en andere bezittingen.

In de Franse hoofdstad kwamen ze in contact met Moye, die op dat moment nog niet deel uitmaakte van het ensemble, maar op eigen houtje naar die stad was gegaan. ‘Ik had ze al eens in Detroit gezien, was diep onder de indruk. In zo’n band wilde ik ook wel spelen. Toen ik vernam dat ze in Parijs waren maar geen drummer hadden, greep ik mijn kans.’

Geen luxe, wel spelen

Een ontmoeting in Parijs leidde ertoe dat Moye eind 1969 in het ensemble werd opgenomen en naast de rol van slagwerker ook die van tourmanager op zich nam. ‘Dat we het zo lang volhielden op tournee, komt doordat we alles logistiek anders aanpakten. We reisden met tenten, we kampeerden. Hotels waren te duur. Zo konden we heel veel spelen, en dat is de kern van het bestaan van het AEOC.’

Maar de mannen werden ouder, de mobiliteit nam af. ‘Toen Lester Bowie overleed, werd het allemaal al minder.’ Toen daarna ook bassist Favors en multi-instrumentalist Jarman wegvielen, leek het doek gevallen. Alleen rietblazer Mitchell en slagwerker Moye zelf waren nog over.

‘Maar wij hebben samen altijd de wens gehad weer goed terug te komen’, zegt Moye. ‘En dit leek ons het juiste moment.’ Ze formeerden een nieuwe band om zich heen en namen eind oktober zelfs een nieuw album op. ‘Misschien is het onze laatste keer. Dat is niet erg. Het is mooi geweest.’ 

Zo’n box met cd’s die Moye afgelopen week in Warschau mocht ontvangen uit handen van ECM-baas Manfred Eicher? ‘Aardig hoor, maar ik ben meer geïnteresseerd in de toekomst.’ En daar verwacht Moye heel veel van. ‘Alleen niet hier op aarde. Want die hebben we met z’n allen toch mooi kapot gemaakt. Ons motto was altijd Great Black Music – Ancient to the Future. De oudheid laat ik straks graag achter me. Mijn toekomst ligt in het hiernamaals. Daar wachten Sun Ra, Lester, Ornette en al die anderen op me. Ik voel me tussen hen toch het meest thuis, al zal ik er nog alles van maken hier.’

The Art Ensemble Of Chicago. 8 /11, TivoliVredenburg, Utrecht.

The Art Ensemble Of Chicago And Associated Ensembles. Cd-box (21 cd’s), ECM Records/Challenge.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.