Op indrukwekkende wijze leidt Schilperoord de lezer naar het duister

 

Beeld Robin De Puy

Onverstoorbaar komt het zonlicht de cel binnen waar Jonathan (30) nog één ochtend moet doorbrengen voordat hij in vrijheid wordt gesteld. Dat is de openingsscène van de roman Muidhond, het debuut van Inge Schilperoord (1973), forensisch psychologe en psychologie-recensente. Een filmisch begin, alsof een zoeklicht iemand uitpikt: zo meneertje, jou moesten we maar eens een tijdje volgen.

Die indruk wordt versterkt door het vervolg van de roman, waarin de temperatuur tot schrikbarende hoogte stijgt en de opgejaagde hoofdpersoon, die iets op zijn kerfstok heeft, alles in het werk stelt om zijn lichaam en geest niet in verzoeking te laten leiden. Niet weer.

CV


Inge Schilperoord (1973) is forensisch psycholoog, recensent en schrijver.
Ze werkt onder andere voor het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en het Pieter Baan Centrum.
Ze publiceert onder andere in Het Parool, Crossing Border Magazine, Psychologie Magazine, Ode/ The Optimist en NRC Handelsblad.

Vissen

Jonathan is vrijgesproken van gevangenisstraf en tbs-behandeling, wegens onvoldoende bewijs. Hij gaat naar zijn kamer bij zijn vrome moeder in een kustdorp (denkelijk Scheveningen), zij heeft haar jochie terug en hij laat de hond uit of gaat vissen.

Vissen brengt hem geluk. Alles staat stil, de beesten maken hem rustig, 'alsof ze voor hem de tijd weghapten, de tijd waar hij zich geen raad mee wist'. Daarom is hij zo blij als hij met zijn schepnet een grote zeelt vangt (een karperachtige, ook wel muidhond genoemd), om die in triomf thuis in zijn aquarium te houden. Het buurmeisje Elke (10), dat tijdens Jonathans afwezigheid de hond heeft uitgelaten, is ook enthousiast over de vangst. Zij komt af en toe kijken hoe het met de zeelt gaat. Want die wil niet eten en dat is zorgelijk. Bekend is dat hij niet tegen hitte kan. Dat verklaart wellicht zijn apathie. Het wordt namelijk heter en heter.

Huiveringwekkend

Muidhond lezen is een claustrofobische ervaring en huiveringwekkend elektriserend. De auteur volgt de verzenuwde Jonathan bij zijn onspectaculaire belevenissen: hij werkt in een visverwerkingsbedrijf, kookt voor zijn kortademige moeder en is aldoor op zichzelf. Maar alle details die Schilperoord noemt, met oog voor kleine imperfecties (er is een scherfje van zijn bord, er is een scherfje van Elke's tand, er zit een vlekje in haar oog) lijken voorbodes van een gruwel die stilaan op zwellen en uiteindelijk knappen staat, even onvermijdelijk als dat onverstoorbare zonlicht.

Hoe krijgt de debutante dit voor elkaar? Misschien komt het door de sympathie die Jonathan wekt, terwijl hij een gevaarlijke zedendelinquent moet zijn. Hij wil zich in toom houden, doet oefeningen uit een werkboek, bang om opnieuw in de fout gaan. Misschien ook is het vooral Schilperoords technische hoogbegaafdheid. Slechts door tijdsaanduidingen kan ze banale handelingen onder stroom zetten, wat resulteert in passages als uit een politiedossier: 'Om twee minuten over zes kookte hij. Hij bakte eieren met spek, warmde de soep op. Om drie na half zeven at hij met zijn moeder. Net na acht uur slenterde hij door de verlaten wijk met de hond. Hij voelde zich rustig en liep langzaam.' Waarom wordt dit op deze manier meegedeeld? Dan zit er iets doodengs aan te komen zeker?

Die vrees groeit bij het volgen van Jonathans gedachten die door hun herhaling bezwering beogen, maar de lezer juist achterdochtig maken: 'Maar het was goed gegaan vanmiddag, dat was het belangrijkste. Het was toch wel goed gegaan?, vroeg hij nog eens aan zichzelf. Ja, dacht hij, het was goed gegaan.' Dit is tergend. We hebben redenen de pedo niet op zijn woord te geloven, maar kunnen met onze vermoedens nergens heen. De schrijfster praat ons niet achter Jonathans rug bij, er komt geen psycholoog van het Pieter Baan Centrum (de Utrechtse observatiekliniek waar Schilperoord voor werkt) een kijkje nemen. We zijn aan hem uitgeleverd, zoals hij aan zijn driftleven geklonken zit.

Buurmeisje

Intussen staat er een verhuizing naar een nieuwbouwwijk voor de deur, de zeelt is zieltogende, de hitte blijft drukkend en Jonathan ontfermt zich over het eenzame buurmeisje van wie de ouders gescheiden zijn en dat net als hij een dierenvriend is ('Een paar keer zag hij haar op rolschaatsen aan de rand van het dorp; op de smalle straten trok ze lange lijnen door haar verveling'). Met spanningverhogend geduld werkt de auteur naar een ontknoping toe, waarbij ze alle vingerknippen, -knakken en -trillingen vermeldt, een pantomime van rusteloosheid. Jonathan en de zeelt, het doet vaag denken aan Jona en de walvis - óók iemand die door God op de proef werd gesteld, onder meer met ondraaglijke hitte.

'Het is zaak dat je alert blijft.' Hij zegt het tegen zichzelf. En toch heeft hij zich niet in de hand. De vermaning geldt ook de lezer van deze roman: of we in een vuige fantasie beland zijn of in de voze realiteit is niet zonneklaar. Precies navertellen wat er is voorgevallen lukt niet. Maar zeker is dit: Schilperoords Muidhond voert ons naar een gebied waar we liever verre uit weg blijven en tegenspartelen helpt niet. Een duistere en grootse prestatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden