Review

Op het podium wordt met verve samengespeeld

Festival Cross-linx poogt klassiek aan pop te binden. De artiestencombinaties waren deze keer veelbelovend. De nieuwe context voor bestaande muziek pakt vaak prachtig uit.

Squarepusher.Beeld -

Bryce Dessner kan zich er niet druk over maken of je zijn composities nu pop of klassiek noemt. Hij is klassiek geschoold, maar ook de frontman van de Amerikaanse indierockband The National. De gedroomde gast dus van een festival als Cross-linx.

Dessner heeft voor deze editie drie nieuwe stukken gecomponeerd die hun première beleven in het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam. De solostukken voor viool en altviool, respectievelijk gespeeld door Pekka Kuusisto en Nadia Sirota, worden net als in minimal music voortgestuwd door frasen die zich herhalen zonder duidelijke melodische richting. Maar door het ontbreken van ritmische verschuivingen weet Dessner moeilijk de aandacht vast te houden.

Anders is dat bij zijn Garcia Counterpoint, het popbroertje van Steve Reichs Electric Counterpoint, ook geschreven voor elektrische gitaar. Samenspelend met zichzelf op tape, combineert Dessner stukken uit solo's van The Grateful Dead-gitarist Jerry Garcia tot een efemeer weefsel dat het licht in allerlei kleuren verstrooit. Melodie en ritme als gelijke partners in een huwelijk van klassiek en pop. Missie geslaagd.

Zou je ook kunnen zeggen van de samenwerking tussen de Mark Lanegan band en het Metropole Orkest. Lanegans zwarte rockromantiek, getorst door een gelooide, lage stem, krijgt er een gedragen en weelderig geluid van. Toch is er niet echt sprake van een koppeling van twee werelden. Lanegans muziek wordt weliswaar met knappe arrangementen voorzien van een nieuwe context - prachtig, rijk georkestreerd - maar het blijft popmuziek.

Uitdaging

De samenwerking tussen iemand als Tom Jenkinson, alias Squarepusher en het orkest is een grotere uitdaging. Jenkinson grossiert in hypernerveuze breakbeats die voortdurend over elkaar struikelen. Elke aanwezige melodie wordt ondergeschikt gemaakt aan het ritme. Probeer daar maar een arrangementje voor strijkers omheen te bouwen.

Het Metropole Orkest lost het op door de synthtapijtjes van Squarepushers album Ufabulum en de geluidseffecten die een zuiver percussief doel dienen, als scherpe attaques voor hun rekening te nemen. Jenkinson doet achter de elektronica zijn beatsding. Het werkt het best in 303 Scopem Hard, waarin de orkestdance met ADHD-tempo plus gillende strijkersdissonnanten aanvoelen als een Hitchcocksoundtrack op speed. Knap. Maar vaker voelt het alsof Jenkinson tweede viool speelt in plaats van drumknopjes.

Hier en daar is de balans zoek omdat het orkest, misschien vanuit die klassieke conventie dat melodie belangrijker is, Jenkinson overheerst. En hoewel op het podium met verve wordt samengespeeld, lijkt het of een echte samensmelting uitblijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden