Voorpublicatie Brieven aan Koos

Op het plein waar Nietzsche gek werd, wordt een spirituele zoektocht afgerond

Cabaretier Tim Fransen zoekt in de filosofie antwoorden op levensvragen en reist daarvoor zijn helden achterna. Zijn vondsten tekent hij op in brieven aan zijn vriend Koos, die morgen verschijnen. Nu alvast: het plein waar Nietzsche gek werd.

Tim Fransen. Beeld Astrid Anna Van Rooij.

Beste Volkskrant-lezer,

Onderstaande brief schreef ik tijdens een reis naar Zwitserland en Italië. Ik had besloten met mijn ouders mee te gaan op vakantie, en zij waren zo vriendelijk om hun reisplannen aan te passen zodat ik een aantal plekken kon bezoeken die gerelateerd zijn aan mijn filosofische held Friedrich Nietzsche. (‘Pa en ma, mag ik met jullie mee op vakantie? Mooi. Als jullie het niet erg vinden gooien we de plannen even om.’) De reis begon in het Zwitserse Sils-Maria, de plek waar Nietzsche een aantal van zijn grootste inzichten opdoet. In het onderstaande fragment hebben mijn ouders me op de trein gezet naar Turijn: de plek waar Nietzsche uiteindelijk ten prooi zal vallen aan de waanzin. Er komt ook nog een stuk na dit fragment, maar dat gaat voornamelijk over mijn gebrekkige liefdesleven, en daar zit u waarschijnlijk toch niet op te wachten.

Hopelijk beleeft u er plezier aan, 

Tim

Beste Koos,

[…] Gisteren hebben mijn ouders me op de trein gezet naar Turijn, het eindstation van mijn Nietzsche-zoektocht: de plek waar hij zijn verstand heeft verloren. Ik keek uit naar mijn bezoek aan Turijn. Het enige waar ik me zorgen over maakte, nu ik op mezelf zou zijn, was de taal. Ik spreek geen woord Italiaans, en Italianen spreken amper een woord dat niet Italiaans is.

Mijn moeder zei geruststellend: ‘Met handen en voeten kom je een heel eind.’ Na een dag in Turijn ben ik erachter gekomen dat je een stuk verder komt met handen dan met voeten. Meerdere mensen hebben me gevraagd of ik alsjeblieft mijn schoenen weer aan wilde doen. Of tenminste, dat dacht ik op te kunnen maken uit hun handgebaren.

Zonder dollen: vanmiddag was ik in een cafetaria, en in de vitrine lag een quiche die er overheerlijk uitzag, maar waarvan ik niet zeker wist of-ie vegetarisch was. Omdat ik niet wist wat ‘groente’ was in het Italiaans, noch hoe ik groente met mijn handen zou kunnen uitbeelden, heb ik daar een kip nagedaan, in de hoop dat de verkoopster ‘nee’ zou schudden. Het was niet erg goed doordacht, want als ze ‘nee’ had geschud, had ik alsnog een varken en een koe na moeten doen, en nog tal van andere eetbare dieren, om er zeker van te zijn dat er geen vlees in zat. Niet het beste idee dus, maar het was mijn eerste impuls. Gelukkig onderbrak ze mijn imitatie van een kip al snel met iets waar het woord ‘vegetariana’ in zat. Toen bedacht ik me dat ik dat woord had kunnen weten, aangezien er ook zoiets bestaat als een pizza vegetariana. Wat feitelijk betekent dat ik dus voor niks een kip heb nagedaan in een winkel.

Voor de goede orde: ik heb de kip alleen non-verbaal uitgebeeld (duimpjes onder de oksels en fladderbewegingen maken). Ik heb er dus geen kakelgeluiden bij gemaakt. Ik zou niet willen dat je al je respect voor me verliest, Koos.

De reden dat ik had uitgekeken naar mijn bezoek aan Turijn was dat ik dacht dat het een mooi eindpunt zou zijn voor mijn zoektocht naar Nietzsche, zowel fysiek als geestelijk. Vanwege mijn voorstelling heb ik me de afgelopen tijd intensief met hem beziggehouden, en ik had niet zozeer behoefte aan een afscheid, maar wel aan een soort afronding.

In Sils-Maria begint Nietzsche aan de vreemdsoortige autobiografie waaruit ik hierboven al citeerde, een werk dat hij voortzet in Turijn. In Ecce Homo lijkt Nietzsche zelf ook bezig met een soort afronding: hij blikt terug op zijn tot dan toe geschreven werk. Nietzsche voelt zich goed in Turijn. In een brief aan zijn uitgever: ‘Nu was ik de laatste weken uitermate geïnspireerd, dankzij een onvergelijkelijk welbevinden dat een unicum in mijn leven vormt, dankzij ook een prachtige herfst en de bijzondere tegemoetkomendheid die ik in Turijn heb aangetroffen.’

Deze autobiografie, waartoe hij zo geïnspireerd is, vertonen al tekenen van waanzin. Na Nietzsches inzinking zien zijn beste vriend Peter Gast en zijn zus Elisabeth zich dan ook genoodzaakt om bepaalde passages te schrappen. Maar ook delen die de drukpersen wel hebben gehaald, geven al te denken. Wat dacht je van hoofdstuktitels als: ‘Waarom ik zo wijs ben’ en ‘Waarom ik zulke goede boeken schrijf’?

Over zijn boek Zo sprak Zarathoestra, het boek waarin ‘het idee van de eeuwige wederkeer’ verschijnt, schrijft hij: ‘Hieraan afgemeten ziet alle andere menselijke bedrijvigheid er arm en beperkt uit.’ Hij gaat verder door in zoveel woorden te zeggen dat zelfs Shakespeare, Goethe en Dante in vergelijking hiermee eigenlijk maar een stelletje losers zijn. ‘Men telle de geestkracht en de kwaliteit van alle grote zielen bij elkaar op: alle tezamen zouden niet in staat zijn één redevoering van Zarathoestra te produceren.’

Waarschijnlijk zou zelfs Ivo Niehe hierbij iets hebben van: ‘Nou, nou, dat kan wel een tikkie bescheidener.’

Aan de andere kant zou hij ook kunnen denken: Begrijpelijk. Toen Nietzsche dacht aan grote zielen, kon hij ook niet weten dat er nog iemand zoals ik zou verschijnen.

Om de een of andere reden heb ik mijn bezoek aan het Piazza Carlo Alberto tot deze laatste dag uitgesteld. Dit is het plein waar Nietzsches noodlottige ineenstorting heeft plaatsgevonden. Op 3 januari 1889 verlaat Nietzsche zijn woning. Daar ziet hij op het plein een koetsier tot bloedens toe een paard afranselen. Overweldigd door medelijden werpt Nietzsche zich om de hals van het paard, barst in tranen uit, en zakt op de grond in elkaar. Als een vriend hem een paar dagen later komt ophalen, treft hij Nietzsche in zijn kamer, piemelnaakt, extatisch door de ruimte dansend. De vriend brengt Nietzsche naar zijn moeder. Onderweg naar het treinstation schijnt Nietzsche Napolitaanse liederen te hebben gezongen, in de veronderstelling dat hij de koning van Italië was.

Ik moet erbij zeggen dat het niet zeker is of dat echt is gebeurd. Dat hij op het Piazza Carlo Alberto definitief zijn verstand heeft verloren, daar is weinig twijfel over. Maar het is onzeker of hij daadwerkelijk een paard heeft omhelsd. Volgens sommigen is dit verhaal vermengd geraakt met een scène uit Dostojevski’s Schuld en boete. Zul je net zien. Ik vrees sindsdien dat het verhaal van mijn einde later vermengd zal raken met een scène uit een roman van Paulo Coelho.

Vandaag verliet ik aan het eind van de middag met milde tegenzin mijn hotelkamer. Na zo’n twintig minuten lopen bereikte ik het plein, maar aangekomen merkte ik dat mijn hoofd niet naar Nietzsche stond. Bovendien rammelde ik van de honger. En de afronding van een spirituele zoektocht gaat niet op een lege maag, dat weet iedereen.

Gelukkig zat er aan het plein een goed restaurant. Ik vroeg aan de ober of ik iets kon eten. Hij keek me verbaasd aan. ‘Om 6 uur? De keuken gaat pas om half 8 open.’ Ik voelde me even heel Hollands. Aan de andere kant was ik ook verbaasd: hoe kunnen ze hier zo lang hun honger ophouden? Misschien nemen Italianen om 6 uur nog Cup-a-Soup of zo, in plaats van om 4 uur.

Maar wat doen ze dan in hemelsnaam om 4 uur?

Apart volkje.

Zo keerde ik onvoldaan terug naar mijn hotel, nam een hand winegums mee uit de hotellobby en wachtte ruim een uur op mijn kamer. Om halfacht was ik de eerste bij het restaurant. Daar zat ik, op het terras, met uitzicht op het plein waar Nietzsche ooit een paard zou hebben omhelsd. Aan de ene kant van het plein staat de Biblioteca Nazionale Universitaria, aan de andere kant een museum. Het zijn indrukwekkende gebouwen. Als je me naar de bouwstijl zou vragen, zou ik zeggen: barok of classicistisch. Maar vooral omdat ik eigenlijk ook niet meer bouwstijlen ken. Ja, Delftse School, maar ik vermoed niet dat dit Delftse School was.

Mijn bezoek aan dit plein heeft voor mijn gevoel iets willekeurigs: als het een plein verderop was geweest, dan had ik het ook geloofd. Niks hier herinnerde nog aan de fatale gebeurtenis. Ik bedoel, het is niet zoals de bunkers in Normandië, waar je de kogelgaten nog ziet zitten. (Of de plek van mijn ontmaagding, waar tot op heden de geur van angst en de vlekken van tranen waarneembaar zijn.) Op dit plein is het alledaagse en economische leven over de geschiedenis heen gewalst. En je kan het niemand kwalijk nemen. Waarom zouden al die mensen nog stil moeten staan bij het feit dat hier bijna tweehonderd jaar geleden iemand misschíén een paard heeft omhelsd?

En toch, terwijl ik over het plein uitkeek en wachtte tot de ober me zou bedienen, kan ik niet ontkennen dat het me iets deed. Mijn hoofd stond eigenlijk nog steeds niet naar Nietzsche, ik wilde het liefste gewoon een pizza eten, maar ik kon hier niet meer aan hem ontsnappen. De Nietzsche die ik had bewonderd leek hier verder weg dat ooit; de Nietzsche die gestaag op de waanzin afstevent des te dichterbij.

 Tim Fransen

Tim Fransen is cabaretier en filosoof. Met zijn debuutvoorstelling Het failliet van de moderne tijd werd hij in 2016 genomineerd voor de Neerlands Hoop, de prijs voor de meest belovende theatermaker. Zijn veelgeprezen tweede voorstelling Het kromme hout der mensheid is in de race voor de Poelifinario voor ‘het meest indrukwekkende programma van het afgelopen seizoen’, in de categorie engagement. Maandag 1 oktober worden de VSCD Cabaretprijzen uitgereikt.

Tim Fransen: Brieven aan Koos.

Das Mag; 232 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden