reportage Dream City Tunis

Op het Oerol van Tunesië droomt de jeugd van een nieuwe omwenteling

Place de la Victoire aan de rand van de medina (niet in beeld) tijdens een concert van Amir ElSaffar. Beeld Dream City

Wat heeft Tunesië zijn jeugd te bieden? Dat is de inzet van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen komende zondag. En het is ook het thema van het culturele festival dat samenvalt met de spannende verkiezingsweek.

Zelden vervloeide een cultureel festival zo met zijn omgeving als Dream City, deze week in de oude stad van ­Tunis. Dansers, muzikanten, acteurs, filmers, rappers en ander kunstzinnig volk ­nemen tot 13 oktober bezit van de medina met voorstellingen die ter plekke zijn ontstaan, als paddestoelen op een boomstronk.

Bovendien valt het festival samen met een spannende verkiezingsweek, waarin het gaat om de vraag: welke toekomst heeft Tunesië zijn jeugd te bieden, na acht jaar van niet ingeloste ­beloften? Precies dat is ook het onderliggende thema van Dream City. De balletjes rollen deze week in Tunis in de juiste gaatjes.

‘Hoe zal het nieuwe hoofdstuk van Tunesië eruitzien, na de verkiezingen?’, zo begint de festivalgids. ‘Wat zal de rol zijn van kunstenaars, culturele organisaties, de civil society en in het bijzonder de jonge mensen van Tunis en de rest van het land?’

Afgelopen zondag kozen de Tunesiërs een nieuw parlement, komende zondag volgt de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Twee politieke buitenstaanders staan daarin tegenover elkaar. De nieuwe machthebbers staan voor de taak een antwoord te bieden aan groeiende sociale onvrede. De omwenteling van 2011 heeft de Tunesiërs wel vrijheid en democratie opgeleverd, maar geen banen voor de overwegend jonge bevolking.

Migratie, diversiteit, politiegeweld, werkloosheid, de rechten van meisjes en vrouwen: ‘Allemaal thema’s die op organische wijze de programmering binnensluipen’, zegt Jan Goossens, ­artistiek directeur van het festival. De medina met haar 100 duizend bewoners, haar mengelmoes van rijk en arm, modern en vroom, fungeert daarbij volgens de 48-jarige Vlaming als ‘microkosmos’ van heel Tunesië.

Je zou het een stedelijk Oerol kunnen noemen, dit festival. Niet in duinpannen en boerenschuren, op stranden en open plekken in het bos vinden de voorstellingen plaats, maar op de open plekken van het twaalf eeuwen oude doolhof aan nauwe straatjes, steegjes en soeks.

Danseres Sondos Belhassen en choreograaf Radouan Mriziga brengen hun mythologische voorstelling Ayyur (De Maan) in de binnentuin van Palais Kheireddine, een van de zevenhonderd door Unesco geadopteerde monumenten van de medina. Trompettist Amir ElSaffar speelt met twaalf Afrikaanse muzikanten zijn Arabische jazz op plein Hafsia, waar gewoonlijk mannen op het terras de hele dag thee lurken en vrouwen boodschappen doen bij de buurtkruidenier. Schilder Atef Maatallah geeft met muurschilderingen en een stadstuin het pleintje El Kachekh, dat was verworden tot vuilnisbelt, terug aan de buurt.

Danseres Sondos Belhassen in de voorstelling Ayyur van choreograaf Radouan Mriziga. Beeld Dream City
Dansvoorstelling Khanka van kunstenares Amira Hamdi. Beeld Dream City
Collectif, een mobiel stadsparlement over maatschappelijke kwesties. Beeld Dream City

Bewoners doen mee

Niet alleen de gebouwen, ook de bewoners zijn onderdeel van het festival. Diverse van de uitgenodigde kunstenaars hebben jongeren uit de medina ingeschakeld als artiesten. Zo laat choreograaf Serge-Aimé Coulibaly uit Burkina Faso zijn iMedine uitvoeren door zeventien jongens van rond de 20 die nooit eerder dansten, maar nu in een geraffineerde breakdance het vaak harde stadsleven verbeelden.

‘Het leven in de medina is moeilijk voor mensen die niet weten hoe het hier toegaat’, zegt de 25-jarige Raed, werkloos ict’er en een van de deelnemers aan de dansvoorstelling van Coulibaly. ‘Ze kijken je al snel gek aan, vooral degenen die laagopgeleid zijn en kortzichtig. Kleine criminelen vaak. Soms moet je stoer doen om de indruk te wekken dat je erbij hoort.’

Toen hij vertelde dat hij ging dansen, werd hij aanvankelijk uitgelachen. ‘Ze vonden het gek dat iemand uit de medina aan kunst doet.’ Maar hoewel het ‘moeilijk is jongens uit de medina te overtuigen’, wist hij zelfs een paar vrienden over te halen mee te doen. ‘Kunst verandert je manier van denken’, zegt Raed. ‘Het dansen heeft me een andere toekomst gegeven.’

Gelukkig leidt wat Goossens een ‘dialoog met de maatschappelijke context’ noemt niet tot pamflettisme of politiek vormingstheater. Dream City is een festival vol poëzie, verbeelding, esthetiek en muzikaliteit. Oerol à la Tunisienne.

Dat is al zo sinds het begin in 2007, toen het choreografenduo Selma en ­Sofiane Ouissi (broer en zus) een volgens Goossens ‘artistieke staatsgreep’ pleegde door, aanvankelijk op kleine schaal, ruimte te bieden aan artiesten die in het officiële kunstregime van de Tunesische dictatuur niet aan bod kwamen.

Elke twee jaar werd Dream City groter. Toen Goossens het tweetal leerde kennen, in 2012, was er behoefte aan internationalisering. Daarin voorzag de Vlaamse dramaturg, destijds directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel, tegenwoordig directeur van Festival de Marseille en in Tunis samen met broer en zus Ouissi lid van een artistiek driemanschap. Naast Tunesiërs zijn voor editie 2019 veel kunstenaars uit Afrika en de rest van de Maghreb uitgenodigd. Ook Europa (vooral Frankrijk en België) is vertegenwoordigd.

Het leven in de medina. Kinderen laten uit taekwando-skills zien. Beeld Rebecca Fertinel
Choreograaf Serge-Aimé Coulibaly laat in iMedine leden van rivaliserende gangs uit de medina van Tunis met elkaar dansen. Beeld Rebecca Fertinel

Creatieve energie

Voor de Tunesische kunstwereld was het een enerverende periode, de jaren 2011-’14, toen Goossens voet zette in de medina. Op het einde van de dictatuur volgde een explosie van artistieke vrijheid. Gretig verplaatste de kunst zich naar de straat, veelal met thema’s en beeldtaal uit de revolutie. Graffiti, rap, straattheater en fotografie bloeiden op. Ook in de medina getuigt nog menig muurtekening van die creatieve energie.

De transitie naar democratie werd gedragen door de civil society (naderhand beloond met de Nobelprijs voor de Vrede), en kunstenaars speelden daarbij een belangrijke rol. Zij bevonden zich in de frontlinie van het gevecht om de vrijheid van meningsuiting. Die was ook na het verjagen van dictator niet vanzelfsprekend.

De andere kant liet zich immers niet onbetuigd. Salafisten hadden de ‘blasfemische’ kunst in het vizier. Een bioscoop ging in vlammen op, theatervoorstellingen werden verstoord, exposities belaagd, evenementen afgeblazen na bedreigingen. Honderden salafisten bestormden de tentoonstelling Printemps des Arts vanwege een kunstwerk waarin insecten het woord ‘Allah’ vormden. De gematigd islamistische regeringspartij Ennahda verkeerde in tweestrijd. Ze wees geweld af, maar riep ook op religieuze gevoeligheden te ontzien.

Het waren echter niet alleen de islamisten. Zo kwam rapper Weld El 15 voor de rechter vanwege zijn YouTube-hit Boulicia Kleb – politiemannen zijn honden. Heel vrijdenkend Tunesië schaarde zich rond de jonge rapper, die uiteindelijk werd vrijgesproken.

Het waren ‘de moeilijkste ­jaren’, zegt Goossens, ook voor Dream City. Er waren spanningen in de medina. ‘Onder de dictatuur wist je waar de tegenstander was’, zei ­Sofiane Ouissi in 2012 tegen de krant The National. ‘Tegenwoordig kan hij overal opduiken.’

De strijd om de grenzen van de vrije meningsuiting is geluwd. Vrijwel alles kan tegenwoordig in Tunesië. Dream City heeft de vleugels kunnen uitslaan en is, volgens de artistiek directeur zelf, uitgegroeid tot een van de interessantste festivals van Europa en omstreken.

‘Dream City heeft een unieke formule’, zegt Goossens. ‘We halen artiesten hierheen voor iets dat niet kant-en-klaar is. Ze komen met een blanco blad, om ter plekke geïnspireerd te worden door de omgeving en in gesprek te gaan met de Tunesiërs.’

Voorwaarde is dat de kunstenaars op en af voldoende tijd doorbrengen in de medina. ‘Ik heb het bij elkaar over maanden, geen weken.’

‘De festivals in Europa beginnen steeds meer op elkaar te lijken’, zegt Goossens. ‘Het is allemaal op dezelfde leest geschoeid: Holland Festival, Avignon, Festival d’Automne in Parijs. Kunstenaars worden drie dagen ingevlogen voor iets dat ze elders hebben gemaakt en al eerder hebben laten zien. Het ufo-effect.’

Dit model van ‘wereldwijd rondshoppen’ heeft volgens de Vlaming zijn limiet bereikt – ook qua ecologische voetafdruk (vlieguren!). ‘Welk model heeft de toekomst? Ik vind hier in Dream City meer inspiratie voor het Festival de Marseille dan omgekeerd.’

Het kunstwerk Sonic Totem van Floy Krouchi dat in de medina te vinden is. Beeld Rebecca Fertinel
Tunis. Beeld Rebecca Fertinel

Rebelse cultuur

En geen betere plek daarvoor dan de oude stad van Tunis met zijn galeries, moskeeën, salafistencafés, overdekte soeks, B&B’s voor westerse toeristen en een heus hoerenbuurtje.

Al in de jaren dertig vormde de ­medina het hart van het rebelse culturele leven. Kunstenaars en intellectuelen verzamelden zich rond de straat Bab Souika om te praten over politiek, kunst en antikolonialisme. Taht al-Sur heette de groep, naar een van de cafés. Aboul Qacem Echebbi, Tunesiës bekendste dichter, schreef er Aan de tirannen van de wereld, dat de mantra werd van de Jasmijnrevolutie van 2011.

Selma en Sofiane Ouissi hebben in de medina hun cultureel centrum l’Art Rue. Los van het tweejaarlijkse Dream City ­nodigen zij daar artists-in-residence uit voor projecten met jongeren uit de oude stad, zoals Serge-Aimé Coulibaly nu doet met de jongens van zijn voorstelling iMedine.

‘Ik heb eerst uitgebreid met ze gepraat’, zegt de choreograaf. ‘Wat willen ze veranderen aan hun leven? Ze waren erg negatief over Tunesië en de medina. Ze zijn lid van een soort bendes, elke buurt heeft zijn gang. Ik heb ze met elkaar verbonden.’

Interessant, zegt Coulibaly, is de vergelijking met de jeugd van Burkina Faso. Dat is een van de armste landen van Afrika. Toch wil hooguit 30 procent migreren, naar Europa. Tunesië is rijker, maar daar wil volgens hem minstens 90 procent weg.

‘Er is één ding dat jongeren overal ter wereld verbindt: hoop en dromen. ‘The sky is the limit’, zeggen we soms. Maar omdat deze jongeren geen hoop zien buiten de medina, zeggen ze: ‘De medina is the limit.’’

Nour Riahi. Beeld Rebecca Fertinel

Jongste kunstenaar op Dream City

De 17-jarige Nour Riahi is de jongste kunstenaar op het programma van Dream City. Zij leest haar boekje Amour, dat ze schreef in residence. Een monodrama over de vrijheid van geweten en de religie, aldus de festivalgids, en de verscheurdheid van de adolescent ‘tussen levenslust en de zwaartekracht van de samenleving’. Maar vooral, zegt ze, gaat het over ‘ouders die hun kinderen verstikken door ze overmatig te beschermen’. Dat in een tijd waarin alles verandert: kleding, muziek, internet, de rol van mannen en vrouwen. Zelf komt de lyceïste uit een conservatieve familie met een gesluierde moeder, ‘maar ik heb mijn overtuigingen, die niemand kan veranderen’. Eerder schreef het jonge talent, onder de hoede van de Egyptische regisseur Laila Soliman, een toneelstuk over religieus extremisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden