reportagevan gogh museum

Op het Museumplein heb je nu een Van Gogh voor jezelf

Wie zich had aangemeld voor een van de 1 juni heropende musea aan het Museumplein in Amsterdam, kon de kunst in alle rust bekijken. Vooral in het Van Gogh Museum, normaal bomvol met toeristen, was het heerlijk rustig.

Emma Overheul en Maarten Halma: ‘Nu kunnen we in alle rust genieten.’Beeld Simon Lenskens

Om 12.00 uur stipt mogen de eerste bezoekers naar binnen bij het Van Gogh Museum in Amsterdam. Directeur Emilie Gordenker heeft buiten een welkomstpraatje gehouden en staat na de verplichte handenwasbeurt binnen te wachten. Minuten gaan echter voorbij zonder dat er iemand door de draaideur komt: de eerste bezoekers worden opgehouden door de binnen- en buitenlandse journalisten die zich hebben opgesteld langs de gele loper en de onvermijdelijke zonnebloemen.

‘We hebben er niet op gerekend dat het treintje niet zou lopen’, zegt Willem van Gogh, die samen met Gordenker de heropening verricht. Hij is de achterkleinzoon van Theo, de jongere broer en mecenas van Vincent van Gogh (1853-1890), en werkt als ambassadeur voor het museum. Hij knikt naar een vrouw met een mondkapje die de eerste twee bezoekers interviewt. ‘Maar dat is The New York Times, dus dat is mooi.’

Om vijf over twaalf stappen Emma Overheul (35), huisarts, en Maarten Halma (43), ‘Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik werk in de farmaceutische industrie’, glunderend naar binnen. Zo’n ontvangst hadden ze niet verwacht. Zij had vrij toen de onlineverkoop van tickets begon, daardoor zitten ze bij de eerste 25 die vandaag elk kwartier worden toegelaten. Het stel uit Leiden had het Van Gogh enige jaren gemeden vanwege de drukte. ‘Maar nu kunnen we in alle rust genieten.’

Nauwelijks toeristen

Een ander stel met twee peuters heeft een hele zaal voor zich alleen. ‘Het is heel leuk voor de kinderen, want normaal kunnen die weinig zien’, zegt de vader, doelend op de menigtes die hier tot voor kort voor elk schilderij stonden. Toeristen lijken er nauwelijks te zijn; de enkele buitenlanders die in het museum rondlopen, blijken bij navraag in Nederland te wonen.

Net als de twee buren op het Museumplein, het Stedelijk Museum Amsterdam en het Rijksmuseum, laat het Van Gogh nog niet het maximale aantal bezoekers binnen dat in deze coronatijd is toegestaan. De kunstinstellingen willen eerst zien hoe het loopt. Bij elkaar opgeteld ontvangen de drie musea vandaag 3.325 bezoekers. Dat is veel minder dan de vijftienduizend die er in 2019 per dag kwamen – gemiddeld, op hoogtijdagen was het nog stukken drukker.

Opluchting

Niettemin heerst overal opluchting dat de museumdeuren na tweeënhalve maand weer van het slot zijn gehaald. Rein Wolfs, directeur van het Stedelijk, heeft voor de gelegenheid bij de ingang een schilderij laten ophangen dat daar ook hing toen het museum in 2012 na een lange verbouwing heropende. Beatrix was destijds nog koningin en stond toen oog in oog met H.M., een niet al te florissant portret van haar dat was gemaakt door de Belgische kunstenaar Luc Tuymans.

Wolfs spreekt van een ‘onwennige sfeer’ in het museum nu er zo weinig bezoekers zijn. Nog geen uur na het openen van de deuren heeft hij al geconstateerd dat er meer mensen bij kunnen. ‘We kunnen best opschalen.’ De verkoop van de verplichte onlinetickets, die een begintijd van het bezoek geven maar geen eindtijd, gaat volgens hem hard: vier dagen zijn al uitverkocht. Het is full house, zij het in coronastand.

Bij het Van Gogh vliegen de toegangskaartjes iets minder snel de deur uit. Het museum heeft er meer last van dat de enorme toeristenstroom is opgedroogd. Van de 2,1 miljoen mensen die het museum vorig jaar bezochten, kwamen er 350 duizend uit Nederland. Bij de twee buren is het aandeel binnenlandse bezoekers veel hoger. Directeur Gordenker ziet een buitenkans: ‘Dit is het moment voor Nederlanders om zich te heroriënteren op de eigen collectie.’

Kunstzinnig kapje 

Voor de opening heeft het Stedelijk Museum Amsterdam een speciaal mondmasker laten maken, dat in de museumwinkel wordt verkocht. Het is ontworpen door de Mexicaanse kunstenaar Carlos Amorales, die een tentoonstelling in het Stedelijk heeft. De zwarte vlinder op het mondkapje is een verwijzing naar zijn werk Black Cloud, volgens het museum de publiekslieveling in de tentoonstelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden