Reportage Filmfestival Cannes

Op het Filmfestival van Cannes worden films vertoond, maar er wordt ook in gehandeld. Hoe koop je een film?

Regisseur Quentin Tarantino en zijn vrouw Daniella Pick arriveren bij de screening vanThe Wild Goose Lake tijdens het Cannes Filmfestival. Beeld AFP

Op het Filmfestival van Cannes vindt ’s werelds grootste filmmarkt plaats. Nederland is een grootafnemer van arthouse en artistieke cinema. De Volkskrant sprak de distributeurs die op zoek zijn naar goede deals. 

De paraplu doorboort het middenrif, klapt open aan de rugzijde, waar een bloedfontein het transparante scherm besproeit. Het galapubliek in de grote zaal veert op bij de vechtscène uit de wervelende en bont gestileerde Chinese gangsternoir The Wild Goose Lake. Van huivering naar bewondering, in één zucht. Filmkunst, vindt ook Quentin Tarantino; de Amerikaanse cineast staat zaterdagmiddag op na de eerste vertoning om enthousiast te applaudisseren, pal voor de neus van regisseur Diao Yinan. Die knikt timide en steekt een handje op in de grote zaal van het festivalpaleis te Cannes. Ze zijn concurrenten in de strijd om de Gouden Palm, want na het weekend presenteert de Amerikaanse stercineast zijn net op tijd afgemonteerde inbreng Once Upon a Time in Hollywood. Maar Tarantino, die Cannes als zijn tweede huis beschouwt, vrolijkt net zo graag premières van collega’s op.

Tinne Bral zag dat Tarantino zich gedurende de première écht goed amuseerde. Ze is vennoot van de distributeur Imagine, dat de rechten van de Chinese film kocht voor vertoning in de Benelux. Vorig jaar al, hier in Cannes, op basis van het in het Engels vertaalde script en de naam van Diao, die al eens de Gouden Beer won in Berlijn. Als je vroeg koopt zijn films vaak nog goedkoper, maar je weet nog niet precies wát je koopt. Imagine is een niet al te grote partij; aankopen worden zorgvuldig gekozen. ‘Als iedereen tegen elkaar op  gaat bieden bij zo’n film, stappen wij er uit. Soms doet dat pijn. Maar je hebt niks aan een mooie film als je met schulden blijft zitten.’

Nederland is een van ’s werelds grootste afnemers van arthouse- en artistieke films. Vermoedelijk heeft geen een enkel ander land – mogelijk op het cinefiele Frankrijk na – een zo’n groot vertoningnetwerk per hoofd van de bevolking; ruim tachtig filmhuizen en veertig arthouse-theaters, en elk jaar komen er meer bij. De Palmwinnaar van vorig jaar, het melodrama Shoplifters van Hirokazu Kore-eda, trok in Nederland ruim honderdduizend bezoekers. Dat zijn ongekend hoge aantallen voor een artistieke Japanse film buiten Japan. Of, zoals de filmspecialist van het Belgische tijdschrift Knack Focus enigszins spottend constateert over het feit dat Nederlandse filmmakers (wederom) ontbreken in Cannes: ‘Wij maken films, jullie Nederlanders kijken ze – maar dat is óók belangrijk.’

Verkopende partijen van films, die operen middels salesagents, weten dit. Zodra er zich geïnteresseerden melden namens het Benelux-territorium, gaat de prijs omhoog; men weet (of hoopt) dat er zal worden betaald.

Dit jaar gaan Nederlandse distributeurs iets voorzichtiger te werk. Halverwege het festival was iets minder dan de helft van de competitietitels nog te koop, zegt Pim Hermeling. De eigenaar van distributeur September Film zit op een terras in Cannes, midden tussen twee onderhandelingen over films: de competitietitel Matthias et Maxime van de Canadese regisseur Xavier Dolan en het Holocaustdrama The Painted Bird, een verfilming van de roman van Jerzy Kosinski die pas later dit jaar in première zal gaan. ‘Als je elkaar kent, kan de koop in tien minuten rond zijn, details over de contracten werk je later uit.’

Dat Nederlanders veel naar de bioscoop gaan, betekent niet dat de (vele) Nederlandse distributeurs floreren; de markt wordt overspoeld met aanbod. Een aantal titels doet het goed of heel goed, de rest zakt weg. En zolang de opbrengst van video on demand nog marginaal is, moet de investering worden terugverdiend in de theaters. Kosten de Benelux-rechten van een film hem 100 duizend euro, dan moeten er in Nederland (en België) ook zo’n honderdduizend kaartjes worden verkocht, luidt Hermelings vuistregel. Maar bezoekersaantallen voorspellen is niet zo makkelijk.

Rondom de competitiefilm Les Misérables van debuterend regisseur Ladj Ly, waar niemand vooraf al te veel van verwachtte, ontstond aan het begin van het festival plots een biedingenstrijd. Amazon telde anderhalf miljoen dollar neer voor de Amerikaanse rechten op het goed ontvangen actiedrama over politiegeweld in de Franse achterbuurt, en dreef zo de prijs op in andere regio’s. De film is aangekocht door een Nederlandse partij, die zich nog niet bekend heeft gemaakt, maar wel de hoofdprijs neertelde. Cinéart is de Nederlandse distributeur met de meeste (vijf) aangekochte competitietitels, waaronder Pedro Almodóvars als drama verpakte, openhartige zelfportret Dolor y Gloria. De Spanjaard, die zichzelf laat spelen door Antonio Banderas en Pénelope Cruz castte in de rol van zijn moeder, won nog nooit de Gouden Palm. Marc Smit, directeur van Cinéart, greep mis bij Les Misérables; vermoedelijk was zijn bod te laag. Hij kijkt een beetje zuur als de titel ter sprake komt. ‘We vonden ’m erg sterk, maar het is niet gebeurd.’ Smit heeft het eerste festivalweekend 47 afspraken over mogelijk te kopen films, de meeste verkeren nog in scriptfase. Zo dadelijk woont hij een presentatie bij van J’accuse, de film van Roman Polanski (nog in productie) over de in 1894 ten onrechte van verraad beschuldigde Joods-Franse legerofficier Alfred Dreyfus. ‘Een veelbelovend project, kan een hele mooie film worden.’

Goedkoop zijn de rechten niet: de verkopende partij rekent op een succes zoals Polanski’s oorlogsdrama The Pianist, uit 2002 (drie Oscars). Hermeling, destijds distributeur van The Pianist, laat deze aan zich voorbij gaan, ook vanwege verkrachtingszaak van de cineast uit de jaren zeventig, die nu weer volop in de aandacht is. ‘Ik vind hem nu niet meer bij ons team passen. Er werken bij September Film veel vrouwen, zij moeten wel iets voor de film of filmmaker voelen als we een titel uitbrengen.’

Acteurslegende Alain Delon kreeg een ere-Palm in Cannes. Dat leidde vooraf tot ophef, vanwege zijn eerdere uitspraken over vrouwen en homo’s. Voorafgaand aan de ceremonie trachtte de 83-jarige acteur zijn critici tegemoet te komen in de Franse pers, al is het de vraag of hij daarin slaagde. ‘Ik ben niet tegen het homohuwelijk. Ik ben wel tegen adoptie door twee mensen van hetzelfde geslacht.’ En: ‘Zei ik eens een vrouw te hebben geslagen? Ja. Maar ik had erbij moet zeggen dat ik zelf meer klappen ontving. Ik heb nooit een vrouw lastiggevallen. Zij vielen mij juist wel lastig.’

De enige Nederlandse speelfilm die vooraf enige aanspraak mag maken op zo’n begeerde plek in de Palme d’Or-competitie, is die van Alex van Warmerdam. Hij dong in 2013 mee, met Borgman. Zijn nieuwe film, Nr. 10 getiteld, is er nog lang niet, maar wordt in Cannes wel al aangeboden op de filmmarkt onder het festivalpaleis. Salesagent Nelleke Driessen bemant het filmstandje van Nine Film, en biedt belangstellenden een (summiere) samenvatting plus die ene door Van Warmerdam zelf geschilderde afbeelding van een zwevende rots (of ruimteschip?) in een naaldbos. Over een Duitse acteur gaat het, die als kind in dat bos werd aantroffen. Van de filmmaker mag Driessen maar weinig verklappen. ‘Dat is typisch Alex, ja. Maar als ik helemaal niks zeg, wordt het wel wat moeilijk om de film te verkopen.’

The Lighthouse heeft alles in zich om dé horrorsensatie van dit jaar te worden

Nooit zou steracteur Robert Pattinson zo dichtbij zijn geweest een regisseur op een filmset vol in het gezicht te slaan. Het was een van de smeuïge berichten die de afgelopen maanden vooraf ging aan The Lighthouse, de onder ongekend zware omstandigheden gedraaide tweede film van de Amerikaanse horrorvernieuwer Robert Eggers. Vier jaar geleden ontketende hij met zijn doodenge historische heksenfilm The Witch ook al zo’n imposante publiciteitsstorm – was geloof in hekserij ooit eerder zo overtuigend op film vastgelegd? Met The Lighthouse bevestigt de 36-jarige Eggers zijn status en talent. Zondagochtend werd de vuurtorenfilm gebombardeerd tot de sensatie van het uitdagender geprogrammeerde dochterfestival van Cannes, Quinzaine des Réalisateurs.

In de openingsscène arriveren twee dan nog naamloze zeebonken per stoomboot op een verlaten rotsachtig eiland. Het tweetal wordt gespeeld door Willem Dafoe met piekhaar en woeste baard, en een fors besnorde Robert Pattison – mocht het festival een prijs uitreiken voor meest iconische filmduo dan is dit tweetal topkandidaat. Aan hen de taak om de komende vier weken de vuurtoren draaiende te houden. Als een meester strooit Eggers met omineuze voortekens, van een onophoudelijk loeiende misthoorn tot ontmoetingen met een uitzonderlijk intimiderende zeemeeuw en een hallucinante droomscène met een zeemeermin. Dat de boel zal ontsporen staat buiten kijf, het is de manier waarop die getuigt van groot filmmakerschap.

Eggers grijpt qua stijl terug op een filmverleden van zo’n negentig jaar geleden. In plaats van kokette nostalgie resulteert die aanpak hier in verrukkelijk radicale cinema. Hij schoot op film en in zwart-wit, met een haast vierkant beeldformaat. De technische beperkingen van zijn apparatuur worden onderdeel van de esthetiek: de misthoorn laat de geluidsband kraken, het vuurtorenlicht zorgt onvermijdelijk voor overbelichting van de film.

Net als voor The Witch dook Eggers diep in de geschiedenisboeken. Het accent van beide hoofdrolspelers (‘Look at ye, handsome lad, with eyes bright like a lady’) is hetzelfde als dat zeelui eind 19de eeuw spraken. Hoe krankzinnig de gebeurtenissen op het eiland ook worden, je voelt tijdens het kijken van The Lighthouse dat ze ooit als levensecht werden beleefd.

De opnamen op het Canadese schiereiland Cape Forchu, waar de historische vuurtoren en een enkel omliggend hutje speciaal voor de film werden gebouwd, waren inderdaad zo intens als de verhalen ons wilden doen geloven, zei Eggers na de première. ‘Forchu is een plek zonder genade: er staan geen bomen, het geluid van de wind was oorverdovend. Ik stond geregeld op een meter van Robert en Willem te schreeuwen en was nog steeds onverstaanbaar.’

Hoe was het voor de acteurs om in deze omstandigheden te werken? Pattinson, zondag ook aanwezig, trok een brede grijns, maar was niet van plan vetes op de set op te rakelen. ‘De simpelste handelingen, een kruiwagen in een regenstorm over een modderig pad duwen bijvoorbeeld, waren haast onmogelijk. Dat was ergens ook bevrijdend. Als je nauwelijks tijd hebt om over je spel na te denken, is het eenvoudiger je personage maar gewoon te worden.’
Berend Jan Bockting

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden