INTERVIEW

Op één zelfportret stak hij zijn tong uit: lekker puh, ik ben weg

Gijs Donker reconstrueert de opkomst en zelfmoord van zijn broer

Schilder Aad Donker maakte in de jaren negentig met zijn broers furore in Amsterdam en New York. Gijs Donker reconstrueert de opkomst en zelfmoord van zijn broer, over wie nu een documentaire verschijnt.

Zelfportret uit 1995. De broers hebben zichzelf geschilderd.

'Ik zat in India in een taxi toen de telefoon ging. Een Amsterdams nummer. Meestal neem ik de telefoon in het buitenland niet op. Te duur. Nu dacht ik: misschien is het een schilderopdracht. Het was Maarten Kuit, een producent, en hij had een voorstel: we willen een film over Aad maken.

'Aad, Justus en ik, wij waren de Gebroeders Donker. Drie rebelse jongens uit Leiden die alles samen deden. We hadden dezelfde vrienden, we zaten op dezelfde sport en we zouden nooit onder een baas werken. We zouden vrij blijven en iets gaan doen en daar heel goed in worden.

'Schilderen lag voor de hand: we hadden onze hele jeugd getekend in de boeken met lege bladzijden die mijn vader, een uitgever, mee naar huis nam en gingen veel met onze ouders naar musea. We hebben alle drie kort op de kunstacademie gezeten. Onze stijl: figuratief, naturalistisch, uitgesproken kleurrijk. Gauguin was een van onze grote voorbeelden.

'De eerste gezamenlijke opdracht was een muurschildering voor een coffeeshop. Zaten we daar, zeiden we: is het niet een beetje kaal hier? Zullen we wat beschilderen? Kun je ons de helft in hasj betalen. Na de muurschilderingen volgden de modellen. En we trokken de natuur in.

'In Amsterdam werd eind jaren tachtig het kunstenaarscollectief After Nature opgericht. Peter Klashorst, Jurriaan van Hall, Bart Domburg: die jongens verzetten zich tegen het abstracte en conceptuele in de kunst, net als wij. Zij wilden lekker schilderen naar de werkelijkheid. De kunstkritiek moest niets van hen hebben, maar wij keken tegen ze op: Klashorst was al door het Stedelijk Museum aangekocht. Toen we ons bij hen aansloten, merkten we: we doen eigenlijk niet voor hen onder.'

'Aad was mijn kleine broertje, mijn grote held en mijn beste vriend. Een jongen die boeken las en bokste, die deuren voor ons opende omdat hij zo makkelijk contact maakte en een hoge gunfactor had. Ik voelde me veilig bij hem. Hij was sterk, fysiek imponerend en helemaal niet bang. Hij was een Viking: een blonde gast met enorme schouders en een sixpack. En dan lief stotteren en tekenen, schrijven en schilderen, met knuisten vol littekens van het knokken. De meisjes vielen als een blok voor hem.

'In 1991 gingen we met After Nature naar New York. Klashorst had een subsidie van 120 duizend gulden geritseld, we zouden een paar maanden werken in de galerie waar hij contacten had, Daniel Newburg Gallery. We gingen de kunstwereld veroveren.

Overweldigend

Eigenlijk had regisseur Wim van der Aar (Van Waveren Tapes) een fictiefilm over de Amsterdamse kunstscene aan het begin van de jaren negentig willen maken. Dat plan veranderde toen hij Gijs Donker ontmoette. Diens verhalen over broer Aad, plus een overweldigende hoeveelheid archiefbeelden werden de basis voor All you need is me.

'We richtten die galerie in als atelier, en hebben er wekenlang live geschilderd. Al snel ging het verhaal: daar zitten zeven krankzinnige, Nederlandse schilders die naakte meiden portretteren. Iedereen die ertoe deed, kwam langs en op een dag stapte Amy binnen. Aad werd verliefd op haar. En Aad bleef in New York. Om te ontdekken dat Amy de dochter was van Norman Stone, een van de grootste kunstverzamelaars van Amerika, bestuurder bij het Whitney Museum en het Tate Modern. Amy had een creditcard waarop elke maand een toelage van 40 duizend dollar werd gestort. Aad heeft jaren in de jetset van Amerika verkeerd.

'Just en ik gingen een paar keer per jaar naar New York om met z'n drieën te kunnen werken. Aad, Just en ik, live schilderend, in het park, in de beroemde boksschool Gleason's Gym in Brooklyn - het was een show van drie energieke gasten, bezeten van verf, die samen aan grote doeken werkten. We waren broers, we gunden elkaar alles, er was geen greintje afgunst. Nu denk ik weleens: we hadden het veel meer moeten uitbuiten. We hadden geen idee dat we goud in handen hadden.

'We verkochten niks, trouwens. We hadden geen haast, onze tijd zou nog komen. Aad had contacten via Amy's familie: met Jeff Koons en met Sandro Chia, een Italiaanse schilder die toen heel groot was in New York. Kwamen we bij de vader van Amy thuis, was het eerste wat je zag een terrarium met beschimmelde hazen, van Joseph Beuys. In een van de kamers hing een schilderij van Koons, een close-up waar hij zijn vrouw Cicciolina anaal penetreert. Zaten wij buiten landschapjes te schilderen en daagden we Amy's vader uit: die kunstenaars die jij verzamelt, kunnen nog geen portretje schilderen. Nou ja, wij waren kruimelwerk, in zijn ogen.

Van links naar rechts: Gijs, Aad en Justus Donker. Beeld Gerard Wessel

'In 1994 waren we dicht bij een doorbraak. We hadden een show gehad in Chicago, op een kunstbeurs. Een medewerker van Leo Castelli, in die tijd een van de invloedrijkste galeriehouders in New York, zag ons en maakte een afspraak om op atelierbezoek te komen. Het is er niet van gekomen. Just kreeg steeds meer problemen met drugs, dat deed onze naam geen goed. Een jaar later maakte Amy het uit met Aad. Ze zouden gaan trouwen, de uitnodigingen waren al verstuurd. Wat er precies is gebeurd, daar ben ik nooit achter gekomen. Waarschijnlijk vond Amy's familie Aad toch geen goede partij.'

'Niemand blijft onaangedaan na een liefdesbreuk, maar ik heb nog nooit iemand zo van de kaart gezien als Aad. Apathisch, ziek, hyperventilerend. Later hebben we gehoord: zo'n onverwachte breuk kan de katalysator zijn voor schizofrenie. Aad had altijd al gekke verhalen en voorspellende dromen die echt uitkwamen. Ik heb lang alles wat hij zei voor waar aangenomen, maar op een gegeven moment dacht ik: is hij nou krankzinnig? Dan wist hij zeker dat de eerste reclamecampagne van Apple, Think different, think Apple, met een foto van Picasso, op ons was geïnspireerd. Of hij zei: over honderd jaar weet niemand meer wie Michael Jackson is, maar mij kennen ze nog.

'De laatste maanden voor zijn dood sloot Aad zichzelf op in zijn atelier, naast dat van mij, op het Rapenburg. Hij sliep niet meer, schilderde elke nacht aan zijn zelfportretten. Ook ik mocht niet meer naar binnen, want hij was bang dat zijn werken zouden worden nageschilderd. Met Just had hij gebroken. Just was verslaafd. Aad vertrouwde mij ook niet meer. Misschien omdat ik had gezegd dat ik niet meer samen met hem wilde schilderen. Ik had hem niet nodig. Dacht ik.

'Op 1 november 1998 kwam Aad niet opdagen bij de salsales waar hij altijd met mijn moeder naartoe ging. Ze belde: of ik een kijkje wilde nemen in zijn atelier. De deur zat op slot, maar zijn fiets stond voor de deur. Ik heb de politie gebeld. Die heeft de deur geforceerd en zei meteen: kijk maar niet. Aad had zichzelf opgehangen. In zijn atelier stonden twee zelfportretten klaar, op één had hij zijn tong uitgestoken: lekker puh, ik ben weg. Hij heeft kwaad afscheid genomen.

'Had ik het kunnen voorkomen? Die vraag spookt nog steeds door mijn hoofd. Waren we niet naar New York gegaan, had hij dan nog geleefd? Had hij op tijd psychische hulp gekregen, was hij dan tot rust gekomen? Ik heb een paar keer met hem voor een ziekenhuis gestaan, maar de geestelijke gezondheidszorg was een no go voor hem sinds hij de film One Flew over the Cuckoo's Nest had gezien. Zijn grootste angst was: ze gaan me opsluiten en opereren.'

'Ik heb de film nog niet gezien. Ik hoop niet dat we lullig worden neerzet, als een clownesk en hopeloos gebeuren. Bassie en Adriaan gaan schilderen in Amerika. Zo was het niet. De kunst was een heel serieus ding voor ons. Het mooiste zou zijn dat de film leidt tot hernieuwde belangstelling voor Aads werk. Zijn schilderijen zijn na zijn overlijden één keer tentoongesteld, in het C.B.K. in Leiden. Daarbuiten is erkenning uitgebleven en dat vind ik onterecht. Kijk naar wat Aad heeft gemaakt: dat doet absoluut niet onder voor het werk van Philip Akkerman, die ook een oeuvre heeft van zelfportretten. Ik vind die van Aad zelfs veel beter. Het is een zelfonderzoek. Een sterk en compleet verhaal, over liefde en waanzin en over afscheid nemen. Dat zou een groot museum gewoon moeten aankopen.

1994: Aad Donker met zijn vriendin Amy Stone in Central Park in New York. Kort voordat ze zouden trouwen, maakte Amy het uit.

'Ik zou liegen als ik niet zou erkennen dat ik zelf belang heb bij herwaardering van zijn werk. Schilderkunstig was ik zijn gelijke, en ik heb sinds zijn dood zeventien jaar extra de tijd gehad om me te ontwikkelen.

'Soms maak ik mezelf weleens gek met de gedachte dat ik het allemaal opnieuw zou willen doen. Aad is dood. Just is nog steeds verslaafd, we hebben geen contact meer met elkaar. Dan denk ik terug aan die drie jonge jongens die de kunstwereld zouden veroveren. We hadden een enorme energie en we waren naïef - twee eigenschappen, las ik laatst, die je moet hebben om het te redden in de kunst. Want als je weet hoe die wereld in elkaar zit, en hoe moeilijk het is om de top te bereiken, dan zou je er nooit aan beginnen.'

All you need is me (Hazazah Pictures in co-productie met VPRO), regie: Wim van der Aar. Op 25/2 in première in de filmtheaters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.