Op de koffie

'La Plume et le zinc' heet de kleine fototentoonstelling die in Maison Descartes aan de Amsterdamse Vijzelgracht is ingericht. 'De pen en de toog' zouden wij zeggen en daarin geeft het onderwerp zich al enigszins bloot: 'de pen', dat zal wel slaan op schrijvers (hoewel er vermoedelijk geen schrijver ter...

Wat een misverstand. 'La Plume et le zinc' ademt een sfeer die in de verste verte niet lijkt op het decadent-romantisch beeld dat voor ons onnozelen opdoemt als we denken aan cafés en literatuur. Het Parijse caféleven is, voorzover zichtbaar door deze deze foto's, oneindig veel saaier. Aardiger is misschien een beter woord, of 'gewoner'. Ja, dat is waarschijnlijk het opvallendst aan de 51 foto's van Jeanne Hilary, die hier netjes op een rij de wanden sieren, dat het er allemaal zo 'gewoon' uitziet.

Of je nu Jean-Bernhard Pouy aan de koffie ziet in Le Palais de la Femme in het tiende arrondissement van Parijs, of Tonino Benacquista uitgestrekt ziet op een bank in Le China Club (het twaalfde), of Marie Nimier patience ziet spelen in Chez Jeannette (het tiende) - het oogt heel ontspannen en vooral heel alledaags. Alleen Marie Darieussecq, die plotseling in de belangstelling kwam met haar roman Truism, zit in La Liberté (het veertiende) achter een gokmachine, maar ook van haar gaat een zodanige rust uit dat je er vergif op kunt innemen dat ze geen franc te veel in het apparaat zal stoppen. De oude Jacques Roubaud zien we zelfs glimlachend aan de koffie in iets wat Pension Cardinal (het negende) heet. Dat riekt naar het bejaardenhuis.

Toch is een wandeling langs deze auteurs (en hun cafés) allesbehalve saai. Een typisch Parijse sfeer waait je tegemoet. In de zalen van Maison Descartes worden de portretten vensters die je een blik gunnen in een meer intiem deel van het stadsleven, de kant die je als toerist nooit te zien krijgt. Buitengewoon aangenaam, de vraag is alleen of die schrijvers ons veel kunnen schelen. Wie kent ze? Wie kán ze kennen? In Parijs verschijnen jaarlijks honderden romans. Misschien worden er daarvan tien in het Nederlands vertaald en van die tien worden er nog geen vijf besproken. We kunnen dus gevoeglijk aannemen dat er zelfs in kringen van trotse Nederlandse huizenbezitters in Frankrijk, bourgogne-genieters en fruits de mer-verslinders nauwelijks bellen gaan rinkelen, als ze Jean Echenoz in Le Petit Suisse (het zesde) achter het vensterglas zien zitten, of Nadine Diamant in Le Café Costes (het eerste), of Leïla Sebar in La Coupole (het veertiende).

Maison Descartes heeft geprobeerd daar iets aan te doen. Er liggen ook boeken van de afgebeelde schrijvers, die bezoekers op het idee kunnen brengen eens een werkje van zo'n geportretteerde ter hand te nemen. Een enkele student Frans zal dat ongetwijfeld doen. Belangstellende bezoekers van deze Franse voorpost in de Lage Landen - die er misschien nog vóór de vakantie willen leren boodschappen te doen in het Frans - zullen constateren dat ze van deze 51 schrijvers (onder wie merkwaardigerwijze ook de Amerikaan Paul Auster) nog nooit een boek hebben gelezen.

Frankrijk, en daarmee de Franse literatuur, is zijn bevoorrechte positie in Nederland kwijt, sinds de taal hier nauwelijks nog wordt onderwezen. Heel ontspannen, gewoontjes haast, maakt Jeanne Hilary je met haar mooie foto's duidelijk hoe groot het gat inmiddels is geworden tussen de literatuur die we enigszins kennen (van Rimbaud tot Patrick Modiano, café Le Tournon, het zesde) en dat wat tout Paris tegenwoordig ook al niet meer leest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden